Logo hetkontakt.nl/alblasserwaard

Remon van Goolen blijft zijn grenzen verleggen

  •   keer gelezen   Sport

HOOGBLOKLAND • Remon van Goolen ontdekt zijn grenzen.  “Maar het moet wel leuk blijven...” Na het uitbrengen van zijn boek ‘7 continenten, 18 marathons’ is de wereld van ondernemer Remon van Goolen flink veranderd. Niet alleen omdat de 55-jarige Hoogbloklander naast het lopen van marathons tegenwoordig ook de hoogste bergen van de wereld beklimt. Inmiddels is hij een veelgevraagd spreker. De opbrengsten van de lezingen gaan naar de door Remon opgerichte Stichting Noortje, die regelmatig schenkingen doet aan goede doelen. “Onlangs hebben we 2500 euro geschonken aan de kinderafdeling van het Academisch Medisch Centrum van Amsterdam. Een loopmaatje van mij is daar kinderchirurg. Met het geld koopt hij oefenpoppen voor kinderen of ouders, die moeten leren omgaan met het aanleggen en schoonmaken van een stoma. Het afgelopen jaar hebben we ook al geld gegeven aan het Beatrixziekenhuis in Gorinchem. Mijn dochter is ambassadeur van Stichting Noortje, vernoemd naar mijn kleindochter van anderhalfjaar oud”, legt Remon uit. “Heel toevallig ben ik in het spreekcircuit terechtgekomen”, lacht de fitte ondernemer. “Na het uitbrengen van het boek  werd ik gevraagd lezingen te houden voor uiteenlopende gezelschappen. Dan moet je denken aan bedrijfsverenigingen, Lionsclubs, overheidsinstellingen, maar ook de Plattelandsvrouwen. Ik maak de link tussen sporten, reizen en ondernemen.” Dynamischer Ook op het gebied van reizen heeft de avonturier zijn grenzen verlegd en niet in de laatste plaats ook ontdekt. Het lopen van marathons blijft hij doen. “In augustus wordt in Reykjavik de 22e aan het rijtje toegevoegd. Maar 42 kilometer en 195 meter is voor mij niets meer en niets minder dan een kleine vier uur lopen. Bergbeklimmen is veel dynamischer. Ondertussen heb ik mijn grenzen ontdekt.” Ooit begon hij zijn avonturen met een expeditie naar het Himalaya-gebergte. De relatief eenvoudige beklimming van de Kilimanjaro werd voorafgegaan door een marathon onderaan de Tanziaanse berg. “In 2011 heb ik het serieuzer aangepakt. Na de nodige klimoefeningen heb ik de hoogste berg van Europa beklommen, de Elbrus in Rusland op de grens met Kazachstan. Een prachtige ervaring en ik had de smaak te pakken. Een jaar later had ik mijn zinnen gezet op de Carstensz in Indonesië, maar door te weinig aanmeldingen werd die reis afgeblazen." "Een alternatief was snel gevonden: de Denali in Alaska. Maar ik kwam letterlijk van een koude kermis thuis. Grenzen ontdekken is mooi, maar je moet wel weten tot hoever je kunt gaan. Het moet leuk blijven en ik wil geen onnodige risico’s nemen. Zo onderneem ik ook. Ik hoef niet per se het onderste uit de kan. Ik zou meer uit mijn ondernemingen kunnen halen en zelf de maximale winst kunnen pakken ten koste van de zakelijke  relatie. Mogelijk heb ik dan een hoger rendement, maar geldt dat ook voor mijn klanten? Mijn streven is dat we allebei tevreden zijn. Die instelling wordt mij wel eens kwalijk genomen, maar ik vind dat prima.” Zwabberbenen Zo beleeft Remon ook zijn sportuitspattingen. “Ik wil niet ten koste van alles de top van een berg bereiken, het moet wel verantwoord zijn. In Alaska aangekomen hoorde ik het nieuws dat een week eerder een vijftal Japanners door lawines was omgekomen. Ik schrok vreselijk. Na de lange vliegreis ben ik direct met de taxi terug naar het vliegveld gereden.” Begin dit jaar nam hij een soortgelijke beslissing op de hoogste berg van Zuid-Amerika. Net onder de top van de bijna 7000 meter tellende Acongagua haakte Remon op de zogenaamde topdag af. “Ik kreeg zwabberbenen. Fysiek op je tandvlees een marathon lopen is wat anders dan vanaf 6000 meter hoogte nog veertien uur onafgebroken bijna 1000 meter klimmen en dalen. Lichamelijk moet je het risico niet willen nemen en dus ben ik niet gestart. Later op die dag stak er een enorme storm op. Wij lagen te wachten in onze tentjes, opgebouwd met dunne draadjes en vastgezet met stenen. Uiteindelijk kozen we voor de veiligheid en schuilden we met z’n allen in één tent. De andere tenten waaiden compleet van de berg af. Eigenlijk onverantwoord en op ruim  zes kilometer hoogte besloot ik voortaan te gaan dammen.” Rebellenleider Eenmaal terug in Nederland kwam Remon terug op die impulsieve beslissing. Hij moest wel, de volgende reis was al geboekt. Nu wel de Carstensz in Indonesië. “Technisch de moeilijkste berg van de zeven summits (de hoogste bergen van de zeven continenten – TS). Het overbruggen van kloven van zeker 800 meter diepte over een afstand van soms twintig, dertig meter was geen uitzondering. Maar om er te komen was mogelijk nog gevaarlijker. De twee Papoea-stammen leven op voet van oorlog. De Indonesische ambassade gaf ons geen toestemming het gebied in te gaan, maar we gingen toch. In overleg met onze contactpersoon doken we direct na de landing het oerwoud in." "Opgevangen door een paar Dani Papoea’s arriveerden we na een paar uur lopen in een klein dorp. Onze spullen werden gecontroleerd, al snel begrepen we waarom. We ontmoetten Titus, de grote rebellenleider. Geen grote sterke vent, maar een oud teer mannetje. Zijn manschappen zagen er met grote kapmessen en getooid met pijl en boog wel dreigend uit. Als blinde kippen liepen we achter de Dani’s aan naar de voet van de top. Achteraf was deze situatie best wel risicovol. In deze oorlogssituatie was een ontvoering met losgeld niet ondenkbaar.” Moskou In het voorjaar van 2014 heeft Remon veiligere plannen. Hoewel? “Bovenop de Carstensz kwam ik op het idee om in drie weken tijd een afstand van 2500 kilometer te overbruggen. Moskou ligt op die afstand, dus ben ik op dit moment een route aan het uitstippelen. Met elke dag een marathon en verder per fiets, kano of zwemmend wil ik proberen dagelijks 150 kilometer af te leggen. Voor mijn tocht van het Rode Plein naar de kerk van Hoogblokland is mijn streven om via sponsoring 100.000 euro bij elkaar te krijgen voor Stichting Noortje.”


Ontvang 'm elke week gratis > Meer berichten