
De route naar een eigen boerderij: Stijn en Maritgen Boon bouwen geleidelijk een eigen veestapel op
NieuwsOuderkerk a/d IJssel - Een eigen boerderij: Stijn en Maritgen Boon zetten er bijna alles voor opzij. De jonge inwoners van de Lageweg, een buurtschap bij Ouderkerk aan de IJssel, zijn vanaf nul begonnen en hebben inmiddels een bescheiden veestapel van 13 Angus vleeskoeien en 45 schapen opgebouwd. Een verhaal over heel hard werken, het najagen van je droom én de vrijheid en het genieten van de natuur die het boerenleven met zich meebrengt.
Een koppel schapen en enkele koeien verdringen zich bij de hekken als Stijn kuilgras hun kant op schuift. Het is voor hem en Maritgen een plek waar ze graag zijn. Niet alleen omdat het de plek is waar hun dieren staan. “We hebben elkaar hier in deze schuur ook het ja-woord gegeven”, vertellen ze. “Dus het blijft voor ons hier bijzonder voelen.”
Een van mijn opa’s had hier aan de Langeweg een varkenshandel
Zo’n plek kiezen voor de belofte van ‘trouw tot de dood ons scheidt’ kiest, past naadloos bij hun missie om fulltime boer en boerin te worden. Ze beschikten daarbij niet over de voorsprong van boerenzoons en –dochters, die het bedrijf van hun ouders kunnen overnemen. “Eén van mijn opa’s had hier aan de Langeweg een varkenshandel. Hij hield ook zelf varkens, naast schapen en vleeskoeien”, licht Stijn toe. “Maar dat is alles.”
Vonk sloeg over tijdens vakantie op een boerencamping
Desondanks was het boerenbloed sterk genoeg om de wens zelf ooit boer te zijn levend te houden. Daarbij had Stijn het geluk een vriendin te krijgen bij wie het vuur zeker zo fel brandt.
Een vakantie op een boerencamping, daar sprong de vonk bij Maritgen over. “Ik vond het er geweldig. Eenmaal thuis ben ik naar een boer gefietst en heb gevraagd of ik daar mocht komen werken. Dat mocht, al kreeg ik het eerste halfjaar niet betaald. Maar ik heb er heel veel geleerd.”
Forse investering was brug te ver
In eerste instantie was het doel om een eigen melkveehouderij op te zetten of over te nemen. Maar onder meer de forse investering die daarvoor nodig is, was voor het stel een brug te ver.
Daarom besloten ze een andere route in te slaan. Een groeimodel is daarvoor een goede omschrijving. Het begon enkele jaren geleden heel bescheiden. Via het grondverzetbedrijf waar Stijn werkte kon hij wat land en een stal gebruiken.
Met het opstrooien van stallen heb ik vijf schapen met lammeren bij elkaar verdiend
Maritgen zorgde op haar beurt voor het begin van hun kudde: “Met het opstrooien van stallen heb ik vijf schapen met lammeren bij elkaar verdiend”, lacht ze. “Met de trailer van een oom hebben we die opgehaald. Zo zijn we begonnen.”
De afwezigheid van elektriciteit en stromend water was een uitdaging. Met emmers naar de sloot toelopen, voorzien van een zaklamp op je hoofd, het was voor Stijn en Maritgen de dagelijkse praktijk. Zeker in het seizoen van het lammeren betekende het dag en nacht paraat staan. “We werkten op hetzelfde bedrijf en bleven ’s nachts er dan in de auto bij slapen”, vult Stijn aan.
‘Hier hadden we de ruimte om verder te groeien’
Via hun netwerk kwamen ze terecht op de locaties waar ze nu zitten. Een stal die een paar honderd meter verwijderd is van hun woning aan de Langeweg en enkele percelen weiland bij een agrarische kinderopvang in buurdorp Gouderak. “Daar waren we heel blij mee, want we liepen echt tegen een grens aan. Hier hadden we de ruimte om verder door te groeien.”
Daarbij moet nog aangevuld worden dat de schapen na verloop van tijd gezelschap hadden gekregen van twee vleeskoeien van het ras Angus. “In december 2024 hebben we de overstap naar de nieuwe stal gemaakt. In april 2025 zijn we officieel een bedrijf geworden. Nu hebben we 45 schapen en 13 koeien.”
Combinatie van boerenleven met een fulltime baan
In beide gevallen is het verdienmodel het leveren van vlees voor de slacht. Goed voor de nodige inkomsten, maar Stijn en Maritgen combineren het boerenleven nog steeds met respectievelijk een fulltime baan en drie dagen per week werken. Dat betekent weinig vrije tijd en een strakke planning om logistiek alles op elkaar af te stemmen.
Al staan ze er niet alleen voor. “We hebben een hele leuke vriendengroep, die altijd voor ons klaarstaat. Bij de hooibouw zijn ze er allemaal bij om te helpen. Eén van onze vrienden hoeven we maar te bellen en hij neemt het voeren van ons over. Want ja, je wilt af en toe met zijn tweeën ook wel even weg voor vakantie.”
Ik vind het juist ontspannend om na het werk op de trekker te stappen
Een intensief bestaan. Maar als je met Maritgen en Stijn praat, klinkt het veel meer als een reclame om ook voor deze manier van leven te kiezen dan als een klaagzang. “Als ik klaar ben met werken, vind ik het juist ontspannend om op de trekker te stappen en met de dieren bezig te zijn”, knikt Stijn. “Ja, we geven er best wel wat voor op, maar we krijgen er zo’n mooi en vrij leven voor terug.”
Maritgen vult hem aan: “Ik werk in de stad en dan merk ik de kloof met het platteland. Ze begrijpen er weinig van als ik vertel hoe prachtig het ’s ochtends op het land is, als de mist erover heen hangt, de zon net opkomt, je de weidevogels hoort en de koeien op je af ziet komen rennen.”
Nee, die eigen boerderij is er volgend jaar nog niet. Stijn en Maritgen zijn geen sprinters, maar marathonlopers. En ja, als er boeren zijn die hen op de één of andere manier willen helpen, dan mogen zij zich zeker bij hen melden. “Of neem de omvorming van agrarische grond naar natuurgebied. Onze Angus koeien zijn heel geschikt om juist op schraal land te grazen. Daar zien wij ook echt wel kansen. We staan ervoor open om met anderen de samenwerking aan te gaan.”
Dit interview stond onlangs in het magazine #trotsopdeboer.




















