
Wespentelling laat daling zien: hoe zit het met de wespen in West Betuwe?
NieuwsWest Betuwe - Het aantal getelde limonadewespen is dit jaar flink lager dan vorig jaar. Dat blijkt uit de Nationale Wespentelling 2026 van de Wespenstichting. Ook vanuit Gelderland werd meegeteld. In totaal deden 58 Gelderlanders mee aan de telling, ongeveer evenveel als in 2025. De resultaten geven een beeld van een opvallend rustig wespenjaar, al ziet de Wespenstichting in de praktijk juist veel meldingen over wespennesten.
De limonadewesp kwam dit jaar landelijk als meest getelde wespensoort uit de bus. Deelnemers telden in totaal 1126 exemplaren, goed voor gemiddeld 2,7 limonadewespen per telling. Vorig jaar lag dat gemiddelde nog op 4,3.
Ook in Gelderland bleef de belangstelling voor de telling groot. De 58 deelnemers voerden samen 83 tellingen uit. Vorig jaar waren dat er 90. Volgens de Wespenstichting maakte Gelderland in de laatste dagen van de telling nog een inhaalslag.
Minder wespen, meer meldingen
De lagere aantallen lijken te wijzen op een slecht wespenjaar. Toch ziet de Wespenstichting in de praktijk een ander beeld. Het aantal hulpaanvragen is dit jaar juist sterk toegenomen.
Voorzitter Sjoert Fleurke vertelt dat de stichting dit jaar al ongeveer 3.000 hulpaanvragen heeft ontvangen. Vorig jaar waren dat er nog net geen 2.600. Het jaar is bovendien nog niet voorbij.
De cijfers uit de telling en de meldingen van inwoners lijken daarmee niet helemaal met elkaar overeen te komen. Een mogelijke verklaring is dat de telling een momentopname is, terwijl hulpaanvragen vooral worden gedaan door mensen die daadwerkelijk overlast ervaren van een wespennest.
Graafwespen opvallende stijger
De top vier van de nationale wespentelling is hetzelfde als vorig jaar. De graafwespen zijn nieuw in de top vijf.
Opvallend is dat het gemiddelde aantal graafwespen per telling is gestegen van 0,33 naar 0,58. Ook de geelpoothoornaar, die tot begin dit jaar nog vaak de Aziatische hoornaar werd genoemd, werd vaker waargenomen. Het gemiddelde steeg van 0,17 naar 0,29 per telling.
Daar tegenover staat een daling bij honingbijen en zweefvliegen. Volgens de Wespenstichting kan dat wijzen op een bredere ontwikkeling onder insecten.
Minder voedsel voor wespen?
De afname van het aantal zweefvliegen kan mogelijk ook gevolgen hebben voor de wespenstand. Vliegen vormen namelijk een belangrijke voedselbron voor wespen, vooral voor de larven in een nest.
Als er minder prooidieren zijn, kan dat betekenen dat wespen minder voedsel kunnen vinden. De Wespenstichting ziet de afname daarom als een mogelijk signaal dat het dit jaar niet alleen met de wespen, maar met meerdere insectensoorten minder goed gaat.
Tijdens de telling konden deelnemers ook aangeven wanneer zij helemaal geen wespen hadden gezien. Dat gebeurde bij 22 tellingen.
Wat betekent dit voor West Betuwe?
Voor inwoners van West Betuwe zijn de landelijke cijfers vooral interessant als aanwijzing voor wat er in de eigen omgeving gebeurt. Wie deze zomer en het najaar minder wespen ziet, merkt daarmee mogelijk iets van de landelijke ontwikkeling.
Tegelijkertijd betekent een lager aantal waarnemingen niet dat er geen overlast kan zijn. Een enkel wespennest kan immers voor veel activiteit rondom een woning, schuur, terras of boom zorgen.
Ook de opmars van de geelpoothoornaar blijft een aandachtspunt. De soort wordt steeds vaker in Nederland gezien en wordt daarom nauwlettend gevolgd.
Gelderland wil meer tellers
De Wespenstichting hoopt dat volgend jaar nog meer mensen in Gelderland meedoen aan de Nationale Wespentelling. De telling helpt om beter zicht te krijgen op de ontwikkeling van verschillende wespensoorten en andere insecten.
Voor West Betuwe biedt de telling bovendien een kans om meer inzicht te krijgen in de insecten die hier voorkomen. Wie tijdens de volgende telling meedoet, kan zo bijdragen aan een beter beeld van de natuur in de eigen omgeving.
De landelijke resultaten van 2026 laten in ieder geval zien dat het geen gewoon wespenjaar is. Er werden minder limonadewespen geteld, terwijl de geelpoothoornaar en graafwespen juist vaker werden waargenomen. En ondertussen blijft de Wespenstichting opvallend veel meldingen over wespennesten ontvangen.





















