
Jubilerende dirigent Henny Korevaar uit Ameide: ‘Ik zie het koor als mijn instrument’
NieuwsAMEIDE • Het Alblasserwaards Vocaal Ensemble (AVE) gaf op zaterdag 28 oktober een jubileumconcert in verband met veertigjarig bestaan. Dirigent Henny Korevaar (66) was een van de oprichters van dit koor en tijdens het jubileumconcert stond het koor ook stil bij het persoonlijke jubileum van Henny. Dit jaar is het namelijk vijftig jaar geleden dat Henny voor het eerst optrad als koordirigent.
Henny rolde het vak als vanzelf in. “Ik studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en werd in 1973 gevraagd om in te vallen bij het Christelijk Meisjeskoor Sliedrecht. Zij repeteerden voor een huwelijksdienst en de toenmalige dirigent kon niet zo vroeg op de dag. Zes weken nadat ik voor het eerst voor het koor stond, had ik mijn eerste uitvoering.”
Unieke keuze
AVE richtte Henny in 1983 samen met Gijs en Martin Zonnenberg op. Henny en Martin hadden op dat moment al een grote korenpraktijk en ze kozen er daarom voor om de repetities tweewekelijks op de zaterdagmorgen te laten plaatsvinden. “We kozen de zaterdag, zodat het wat meer ontspanning geeft. Maar de keuze voor de zaterdagochtend is best uniek.”
Hoewel het over het algemeen een betaalde functie is, doen veel dirigenten het naast een andere baan. Net zoals Henny, die als salesmanager werkte. Sinds drie jaar is hij met vervroegd pensioen. Maar toen kwam corona. “Er golden strenge koorprotocollen. Gelukkig hadden we voor AVE een mooie grote ruimte waar we goed uit elkaar konden staan en we konden dan ook vrij snel weer starten.”
Vraagtekens
Sommige dirigenten spelen een muziekinstrument tijdens een uitvoering. Henny zelf moet daar niets van weten. De piano in zijn woonkamer roept daarom direct vraagtekens op. “Je moet ergens op studeren, en ik gebruik hem ook tijdens de repetities, maar ik speel er nooit op tijdens een uitvoering. Ik heb daar best weleens discussies over met collega-dirigenten. In mijn ogen ben je ofwel goed op de piano, ofwel goed als dirigent. Samen is onmogelijk.”
Hij tilt zijn zijn rechterarm op. “Dit is de slaghand, waarmee aangeeft in welke tel je zit. En met links doe je de andere bewegingen. Als je goed wilt dirigeren, heb je dus allebei je handen nodig. Voor het bespelen van de piano heb je ook twee handen nodig. Je komt dus handen tekort. Dat wordt dan gecompenseerd met knikjes, maar je merkt het gewoon echt aan de kwaliteit van het koor. Knikjes zijn te onduidelijk.”
In de afgelopen vijftig jaar zag Henny veel verschillende koren. “Als je operette of musical met het Sliedrechts Kamerkoor zingt, dan is dat heel anders dan wanneer je met een kerkkoor zingt. Met Tourdion in Waalwijk werk ik op dit moment aan een reeks die gaat over de seizoenen. En met AVE zingen we al tien jaar Even-songs. Als dirigent probeer ik daarin ook steeds weer bij te leren. Componist James McMillan kwam eens voor workshops naar Zwolle en toen ben ik daar een hele dag gaan luisteren. Iedere anderhalf uur kwam er een koor dat een stuk van hem zong en dat hij dan samen met het koor verfijnde. Dat vond ik inspirerend.”
Ontmoeting
Een van de hoogtepunten in zijn dirigentschap is de ontmoeting met zijn vrouw Marijn in 1976. Marijn komt dan met organist Henk van Egmond uit Lexmond mee om te registeren. “Ook een organist heeft twee handen nodig om te spelen en dan is het handig dat er iemand bij is die mee kan lezen met de muziek en op de juiste momenten de registers opentrekt of sluit. Het duurde nog tot 1978 voor we verkering kregen, want ik woonde in Sliedrecht en zij in Ameide. In die tijd was dat nog een enorme afstand”, lacht Henny.
Marijn merkt terecht op dat hun ontmoeting vast niet het enige hoogtepunt is, want dan had Henny het in haar ogen niet zolang volgehouden. “Ik vind het gewoon heerlijk om met mensen te werken en zie het koor ook wel als mijn instrument”, legt Henny uit. “Ieder individu heeft best de gave om te zingen, maar door de stemmen samen te voegen, maak je er een koor van. Ik stimuleer de koorleden graag en daag ze uit om het maximale uit hun kunnen te halen.”
Marianne van de Werken





















