
Kwin Oldewarris uit Vianen won een gouden medaille op het NK trampolinespringen: ‘Ik maak vooral graag veel salto’s’
NieuwsVIANEN • Kwin Oldewarris (12) uit Vianen deed voor de tweede keer mee met het NK trampolinespringen, maar het is voor het eerst dat hij er een gouden medaille wist te behalen. De meeste mensen krijgen al pijn in hun buik als ze denken aan de hoogte waarop hij zijn oefeningen uitvoert, maar zelf blijft de scholier er nuchter onder. “Dit is wat ik leuk vind.”
Kwin was negen jaar toen hij bij DOS Vianen begon met turnen. Al snel ontdekte hij dat hij de salto’s en de trampoline het allerleukst vond en bij de turnvereniging was het niet mogelijk om zich hierin verder te ontwikkelen. Sindsdien springt hij bij Flik-Flak in Den Bosch. “Bij Flik-Flak hebben ze een recreatiegroep, maar daar heeft hij welgeteld een weekend gesprongen. Toen stroomde hij al door naar de jongtalentgroep en inmiddels springt hij in de selectiegroep in de eredivisie”, vertelt moeder Marieke.
Op de trampoline bij oma
Op de vraag of het dan net als met voetbal zo is dat spelers gescout worden, weet Kwin het antwoord eigenlijk niet. “Je wordt wel gevraagd voor de selectie, maar ik heb buiten de wedstrijden nooit mensen gezien die naar mijn sprongen kwamen kijken.” Volgens zijn moeder waren die er wel degelijk. “Kwin heeft het zelf waarschijnlijk niet gemerkt, maar toen hij die eerste zaterdag in de recreatiegroep sprong, zagen we de trainers heen en weer lopen. Na afloop kwamen ze naar ons toe met de vraag bij welke vereniging hij sprong. We vertelden dat hij nu nog nergens sprong en daar waren ze heel verbaasd over. Op de vraag waar hij dan zo had leren trampolinespringen, vertelden we dat dit op de trampoline bij oma was. Ze vroegen hem toen om bij de jonge talenten te komen springen.”
Trainen
Tegenwoordig traint Kwin negen uur in de week, verdeeld over vier trainingen. Die trainingen verlopen via een vast programma, vertelt Kwin. “Eerst een halfuur warming up, dan inspringen en vervolgens gaan we met de techniek aan de slag. Soms oefenen we nieuwe onderdelen en op sommige dagen doen we krachttraining of rekoefeningen. We herhalen de oefeningen steeds. Kom je bijvoorbeeld met de spagaat niet zover, dan blijf je dat oefenen om je benen sterker en krachtiger te maken. En je wilt ook niet dat je spieren strak gaan staan, want dan krijg je snel kramp.”
Tien sprongen
Tijdens de trainingen traint hij ook op de oefeningen die hij bij een wedstrijd gaat springen. “Een oefening bestaat uit precies tien sprongen bij het trampolinespringen. Daarvan oefen je eerst de afzonderlijke sprongen tijdens de training. De trainers kijken dan met je mee welke sprongen je goed kan en in overleg bepalen we dan de volgorde voor de wedstrijd. Tijdens de wedstrijden moet je twee oefeningen - van elk in totaal tien sprongen - doen. Er is een verplichte oefening die voor alle deelnemers hetzelfde is en een oefening die je zelf mag invullen. Maar je moet altijd voor de wedstrijd doorgeven wat je gaat springen, zodat de jury al vooraf punten voor de moeilijkheid kan geven.”
Salto’s
Kwin legt uit dat hij tijdens de wedstrijden op meerdere onderdelen beoordeeld wordt. “Ze kijken naar hoogte, netheid, moeilijkheid en verplaatsing. Dat laatste gaat over de plek waar je landt. Is dat in het midden van de trampoline, dan krijg je daar geen aftrek voor, maar in de kleuren daarbuiten krijg je aftrek. Ik ga altijd voor een hele hoge moeilijkheidsgraad. Ik maak vooral graag veel salto’s en wil lekker veel draaien”, lacht Kwin. Kriebelt dat dan niet in zijn buik? “Nee. Of ja, als je niet weet waar je bent, dan wel. Als ik bijvoorbeeld vol-in-half-uit doe, dan kriebelt het wel. Dan doe je een schroef voorover, kom je in de lucht rechtop te staan. Na een salto met een halve draai - een barani - land je weer op de trampoline. Dit is dan dus een van de tien sprongen van een hele oefening.”
Maximale moelijkheidsgraad
Kwin is zelf niet bang om te vallen, maar vanuit de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU) en internationale gymnastiekbonden zijn er per leeftijd en divisie wel grenzen gesteld aan de maximale moeilijkheidsgraad die iemand tijdens een wedstrijd kan laten zien. “Dat heeft te maken met lengte en gewicht. Als je vier keer wilt draaien, moet je hoger springen. En je ziet bij Kwin al dat wanneer hij hoogte probeert te maken, hij gaat zwabberen door zijn lichte gewicht. Ze willen voorkomen dat je eraf valt of je nek breekt”, vertelt Marieke. “Kwin kent wat dat betreft geen angst. Maar dat is ook een onderdeel van zijn talent. Hij scoort heel hoog op moelijkheidsgraad omdat hij zoveel durft.”
Sponsors
In oktober doet Kwin mee met de Friendship Cup in Tsjechië. “Natuurlijk was het NK spannend, maar de concurrentie is er een stuk minder dan internationaal. De trainers willen de talenten internationale ervaring op laten doen, omdat ze dan meer uitdaging hebben. Vanuit de KNGU wordt het trampolinespringen niet financieel ondersteund. De KNGU wil dat het niveau van de trampolinespringers in Nederland eerst omhoog gaat, maar daar hebben ze die internationale ervaring dus juist voor nodig. Sponsoring, in welke vorm dan ook, is daarom van harte welkom”, lacht Marieke.
Meer informatie op jumpingkwin.webnode.nl.






















