
Kees van Dijk is thuis op de Kleine Molen: ‘Ik heb er jaren getimmerd om er te kunnen wonen’
NieuwsSTREEFKERK/BRANDWIJK • Meehelpen om een monumentale ‘fabriek van hout’ voor de toekomst te bewaren: Kees van Dijk greep die kans graag aan.
Gestaag gaan de wieken van de Kleine Molen rond. Het water, in beweging gebracht door het scheprad, kolkt door de sloot heen. Zo ziet Kees van Dijk het graag: de vereiste 60.000 omwentelingen om recht te hebben op de provinciale onderhoudssubsidie haalt hij met gemak.
De inwoner van Brandwijk verwelkomt het bezoek in de knusse huiskamer van de Streefkerkse wipmolen. De kachel zorgt voor een genoeglijke warmte, het geruis van de voort wentelende wieken en het mechaniek van de molen verdrijft de stilte van de polder.
Dagelijks zo’n 5.00 tot 8.000 omwentelingen
Hier is Kees van Dijk thuis. “Als-ie zo de hele dag staat te draaien, haal ik op een dag wel zo’n 5000 tot 8.000 omwentelingen”, constateert hij met merkbaar genoegen, terwijl hij het water opzet voor een kop thee. Achter hem, in het authentieke interieur, bevindt zich de bedstee. “Als het een beetje meezit, blijf ik hier af en toe slapen.”
Het had trouwens niet veel gescheeld of hij was aan de slag gegaan op een Streefkerkse Achtkante molen waar een vacature was. “Daar aangekomen, kon ik er niet terecht, omdat men bezig was met een lesprogramma voor scholen.”
Als het een beetje meezit, blijf ik hier af en toe slapen
“Een collega-molenaar die molenaar van de Kleine Molen was vroeg of ik het beheer van deze molen over wilde nemen, omdat hij er zelf geen tijd genoeg voor had. Daar heb ik geen seconde over nagedacht. Ik was meteen enthousiast.” Belangrijke meerwaarde: op de Kleine Molen is hij de enige molenaar.
En: “Hij loopt ook nog eens lichter dan de Achtkante Molen, dus je hebt minder wind nodig om toch te kunnen draaien.”
Levenslange liefde voor molens
Als pensionado heeft Van Dijk alle tijd om deze taak op te pakken. Maar zeker zo belangrijk voor hem is dat er een plek is waar hij zijn levenslange liefde voor molens kwijt kan. Als klein jochie zeurde hij bij zijn nicht al de oren van het hoofd om op bezoek te mogen bij korenmolen De Vriendschap in Bleskensgraaf.
Ik heb het altijd mooi gevonden als een molen draaide
“Ik was een jaar of 10. Waar het vandaan kwam? Dat weet ik niet. Ik ben zowel van vaders- als van moederskant de eerste molenaar ooit in de familie. Molens hebben mij altijd gefascineerd. Ik heb het altijd mooi gevonden als een molen draaide. Dan doet-ie waarvoor hij gemaakt is.”
De jonge Kees kreeg alle vrijheid
Hij maakte kennis met de toenmalige eigenaren van De Vriendschap. Eerst was dat de familie Pot, later de familie Vellinga. “Het echtpaar Vellinga heeft hem niet in al beste staat gekocht. Ze hebben hem op een voor hen zo goed mogelijke manier opgeknapt.”
De jonge Kees kreeg alle vrijheid. Op 14-jarige leeftijd mocht hij, als de eigenaren er niet waren, bij de overbuurman de sleutel ophalen. “En dan liet ik de molen in mijn eentje draaien. Ach, er zaten geen zeilen op, dus ik kon er weinig kwaad mee doen”, glimlacht hij bij de herinnering.
‘Met gymmen had ik helemaal niets, dus dan spijbelde ik’
Een tikje fanatiek was hij wel. Op donderdag en vrijdag kon je De Vriendschap zien draaien. Zijn leeftijdsgenoten zaten dan op school, naar de gym, maar Kees koos een andere invulling. “Met gymmen had ik helemaal niets, dus dan spijbelde ik.”
Na de schoolbanken werkte hij een week of zes bij een molenmaker. “Maar daarvoor was ik eigenlijk nog te jong en met twee jongens net van school op een bedrijfje van drie ging dat niet. Dus moest ik eruit.”
Minpunten van zo’n idyllische woonplek
De liefde voor molens bleef springlevend. Na zijn trouwen kreeg hij de kans om in de Achtkante Molen langs de Molenkade in Groot-Ammers te gaan wonen. Daar bleken ook de minpunten van zo’n idyllische woonplek.
“Het lijkt heel aardig, maar je moet een hoop geld meenemen en zelf de handen uit de mouwen steken. Ik heb er jaren getimmerd om er te kunnen wonen.”
Ik heb er jaren getimmerd om er te kunnen wonen
De overstap naar een rijwoning in Bleskensgraaf beviel dus de eerste tijd prima.
“Maar wanneer de wind om het huis woei en regen tegen de ramen kletterde, droomde ik nog een aantal jaren over de molen.”
Het maaien van het welig groeiende gras
Vanwege privé-omstandigheden lag het molenaar-zijn enkele jaren in de ijskast. Inmiddels verkast naar Brandwijk, ging Kees van Dijk op een gegeven moment weer aan de slag op enkele molens in Kinderdijk. En halverwege dit jaar kwam de Kleine Molen dus op zijn pad.
Een nieuw thuis voor de Brandwijker, waar hij gemiddeld één of twee dagen in de week doorbrengt. Eén van de belangrijkste taken: het maaien van het welig groeiende gras. “Dat gaat in de zomer héél hard”, knikt Kees.
Wandelend visitekaartje
Tegelijkertijd is hij een wandelend visitekaartje voor het promoten van molens. Fietsers en wandelaars die de Kleine Molen passeren en ook maar een klein beetje interesse tonen, strikt hij met alle liefde voor een uitgebreidere uitleg over het reilen en zeilen van de wipmolen. “Ik praat ze gewoon naar binnen. Over de molen vertellen doe ik graag. En ik houd van gezelligheid.”
Een molen is een fabriek van hout, daar draaide de hele economie op
Een belangrijke meerwaarde voor zijn inzet als vrijwillig molenaar is het leveren van een bescheiden bijdrage aan het behoud van het erfgoed van de Alblasserwaard. Met verve vertelt hij over de grote rol die windenergie in vroeger eeuwen speelde.
“Windkracht was er zeker niet alleen voor het wegpompen van water. Een molen is een fabriek van hout, daar draaide de hele economie op. Laatst hoorde ik tijdens een lezing nog over een volmolen. Die werd gebruikt in de wolproductie, om wol te verdichten, dus eigenlijk te laten krimpen. Maar dan wel zo dat het toch een mooie stof wordt, die ook wel laken heet.”
‘Mensen waarderen het als de molens draaien’
Die ‘tijd van toen’ komt niet terug. Kees van Dijk is nuchter genoeg om dat te beseffen. “Maar het is wel mooi om te merken hoe de streek nog steeds geniet van onze molens. Zeker in een dorp als Streefkerk, daar hoor ik regelmatig hoe de mensen het waarderen als de molens draaien.”
200.000 euro subsidie voor herstel Kleine Molen
Voor het herstel van de Kleine Molen in Streefkerk ontving molenstichting SIMAV van de provincie Zuid-Holland onlangs ruim 200.000 euro.
De 203.745 euro is bestemd voor het herstel van het scheprad, de vervanging van het wiekenkruis en de aanpak van de houtconstructie van de ondertoren. Ook wordt het gietijzeren middendeel (sintelstuk) van het scheprad gerestaureerd.






















