
Molukse gemeenschap wil intergenerationeel trauma samen verwerken
NieuwsTiel - “Bij de huisarts zeggen we vaak alleen ja en amen. Want doorverwezen worden is eng. Dat mag niet meer eng zijn.” Met die woorden vat organisator Dennis Tahitu een probleem samen dat binnen Molukse families al generaties meegaat: er is pijn, maar erover praten en hulp vragen is lang niet vanzelfsprekend geweest.
In de aula van ROC Rivor in Tiel wordt die stilte vrijdag voorzichtig doorbroken. Oude Molukse muziek klinkt tijdens het theaterstuk ‘Verhalen delen is helen’ van Tasilo Pieck. Het verhaal gaat over één familie. In de zaal herkennen veel bezoekers er iets van hun eigen familie in. De oorlog, het vertrek uit de Molukken, maar vooral het lange zwijgen over het intergenerationele trauma van de Molukse gemeenschap in Nederland.
Het is precies waarvoor het congres Trauma & Heling is georganiseerd. Niet alleen terugkijken naar wat er gebeurde, maar vooral praten over wat die geschiedenis vandaag nog met mensen doet.
“Het raakt mensen en zet ze aan het denken”, zegt vrijwilliger Liza Matakena. Zij ziet dat jongere generaties al gemakkelijker praten dan hun ouders en grootouders. En daar leert haar eigen generatie weer van.
75 jaar in Nederland
Het congres vindt plaats in het jaar waarin wordt herdacht dat 75 jaar geleden de eerste Molukse gezinnen naar Nederland kwamen. Onder hen waren KNIL-militairen die aan Nederlandse zijde hadden gevochten.
Ook in Tiel werden vanaf 1951 gezinnen ondergebracht in twee kampementen. Later verhuisden zij naar speciale Molukse woonwijken. Hun verblijf zou tijdelijk zijn. Zes maanden, zo was de verwachting. Het werd 75 jaar.
“Het is een viering, maar we staan ook stil bij wat er is gebeurd”, zegt organisator en opbouwwerker Dennis Tahitu. “We kunnen de pijn blijven voelen, maar we kunnen ook vieren dat we hier zijn en de kansen pakken die we hier krijgen.”
Stille generatie
Die pijn kent vele lagen. De KNIL-militairen hadden oorlog meegemaakt en kameraden verloren. Sommigen lieten kinderen of ouders achter op de Molukken. Eenmaal onderweg naar Nederland werden de militairen uit dienst ontslagen. “Je hebt jarenlang trouw gevochten en dan krijg je op de boot een briefje mee dat je bent ontslagen”, vertelt Tahitu. “Sommigen konden dat briefje niet eens lezen. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten.”
Over die ervaringen werd thuis nauwelijks gesproken. De eerste generatie bestond uit militairen, opgevoed om door te gaan en gevoelens voor zichzelf te houden. Wat zij meemaakten, wilden ze niet met hun gezin delen. Hun kinderen wisten dus niet alles, maar voelden wel de emoties.
“We kennen de pijn soms niet precies, maar we kennen de verhalen”, zegt Tahitu. “De emoties die we meekrijgen, maken we ons eigen. Zo trekt het trauma door naar volgende generaties.”
Workshops
Na het theaterstuk verspreiden de bezoekers zich over de lokalen van de school. Er zijn workshops over intergenerationeel trauma, dementie en diversiteit, rouw, verlies en mentale gezondheid.
Praten over psychische problemen is binnen delen van de gemeenschap nog steeds lastig. Het onderwerp was lange tijd omgeven door taboe en schaamte.
Ook hulp vragen is niet vanzelfsprekend. “Bij de huisarts zeggen we vaak alleen ja en amen”, zegt Tahitu. “Daarna doorverwezen worden is eng. Dat mag niet meer eng zijn. Daar hebben wij zelf een verantwoordelijkheid in, maar we verwachten ook medeverantwoordelijkheid van de zorg. En dat zien we vandaag gebeuren, van beide kanten.”
Verandering
Matakena ziet dat jongere generaties al vrijer spreken. “Zo leren de oudere generaties ook van de jongere generaties.” Tahitu hoopt dat kinderen en kleinkinderen straks niet lang alleen blijven rondlopen met vragen over mentale gezondheid, puberteit of hun culturele identiteit. “Dat ze ergens terechtkunnen, met open armen worden ontvangen en dat er naar hen wordt geluisterd. Dat geldt niet alleen voor onze gemeenschap, maar voor iedereen.”
Aan het einde van de dag overheerst trots. Op de vrijwilligers, op de bezoekers die kwamen en op de verhalen die eindelijk worden uitgesproken. Tahitu vat het samen in een Molukse uitdrukking: ‘Ale rasa, beta rasa.’ Wat jij voelt, voel ik ook.
Heling gebeurt echter niet in één congresdag. Wel is er een lange stilte doorbroken. Wat lang binnen families bleef, wordt nu gedeeld. Om mee te geven dat praten en hulp vragen mag. Door het gesprek met elkaar aan te gaan is de hoop dat een gezamenlijk trauma ook gezamenlijk verwerkt kan worden.
Kick Boelens





















