
Likkernij
NieuwsOp een van die snikhete dagen van vorige week was ik op bezoek in een groot ziekenhuis. Om zo lang mogelijk van de aangename aircotemperatuur te genieten, zocht ik na het bezoek een plekje in het restaurant. Een strategisch plekje, van daar had ik een magnifiek uitzicht op de intense drukte bij de softijsmachine.
De ijseters schoven continu aan in een lange rij. De wangen van het meisje, dat de machine bediende, liepen ondanks de airco rood aan. Ze deed ontzettend haar best, maar kon het nauwelijks bijsloffen. Het ging maar door, de ijshonger van de wachtenden bleef maar voortduren.
Een paar slokken gekoeld water lijkt mij bij warm weer ook geen slecht idee, maar wij eten ons liever ongans aan het ijs, zo kon ik zo fraai aanschouwen.
En hoe we dat doen, hoe we die koude lekkernij opsmikkelen, is ronduit vermakelijk. Want wat zag ik?
Allereerst viel mijn oog op de ijslikkers, die je tot de categorie knoeipotten kunt rekenen. Ze eten niet snel genoeg, hun tong kan het niet bijhouden. Het zachte ijs begint aan de onderkant te smelten en druipt ongemerkt op hun handen of hun zomerse kleding. Eet smakelijk.
Dan zijn er de draai-eters. Voordat ze een lik nemen, draaien ze het hoorntje een halve slag. Een merkwaardige gewoonte. Wat daar de meerwaarde van is, heb ik niet kunnen ontdekken.
Opvallend is ook de categorie herkauwers. Zij maken met hun lippen herkauwende bewegingen, zo ongeveer als een geit zijn tanden in een bosje hooi zet.
Rijk vertegenwoordigd zijn ook de kordate happers. Zij happen hun lekkernij naar binnen, zoals een snoek een onoplettend voorntje verschalkt.
Vermeldenswaardig zijn ook zeker de vette-mond-eters. Zij slagen er maar niet in om het ijs op een ordentelijke wijze uit het hoorntje te likken. Op hun lippen blijft bij elke hap een onsmakelijk ogend restje ijs achter.
Dat hoorntje is soms te klein om de enorme toef ijs te kunnen dragen. Bij het likken is in die situatie voorzichtigheid geboden. Het kan mislukken, zo zag ik. De hele toef komt dan pardoes op de vloer terecht. En dan de smeerboel maar opdeppen met servetjes. Je zou het er warm van krijgen.
Voortaan het ijs in een bakje laten doen en rustig oplepelen, lijkt de oplossing, maar het hoorntje blijft onverminderd populair.
Intussen werkte het meisje maar door. Hup, weer een ijsje. Haar wangen zag je nog roder worden. En toch bleef ze er ijskoud onder.
(reageren: jbeijer@upcmail.nl)
Jan Beijer






















