
Twintig jaar Bibliotheek Krimpenerwaard: meer dan boekenuitleen
NieuwsKrimpenerwaard - De gemeente Krimpenerwaard heeft in negen van haar elf kernen een bibliotheek, waar de inwoners terecht kunnen voor meer dan alleen boeken en tijdschriften lenen. De Bibliotheek Krimpenerwaard neemt met vaste activiteiten op geschikte openingstijden met zijn vestigingen een onmisbare plek in.
In 2006 ontstond Stichting Basisbibliotheek Krimpenerwaard uit de samenwerking van de bibliotheken in de Krimpenerwaardse kernen. Twintig jaar later staat er een geoliede organisatie met locaties waar alle inwoners van de Krimpenerwaard terechtkunnen.
‘Ontzettend veel veranderd’
“Er is in de afgelopen twintig jaar ontzettend veel veranderd,” weet directeur Anja Oosterlaken. “Vroeger ging elk boek door de handen van een medewerker, die - als het nodig was - bekeek of het boek wel geschikt was voor een jeugdige lezer. Nu is er sprake van een selfservice. Een scan registreert het boek en via een app blijft de lezer op de hoogte welke boeken hij of zij thuis heeft en wanneer de inleverdatum is. Als lezers een boek langer willen houden, dan kan dat voor een klein bedrag het houderschap van een boek verlengd worden. Leden kunnen ook digitale boeken lenen. Voor deze online bibliotheek hoeft men zelfs de deur niet meer uit.”
Een bezoek aan een bibliotheek is anno 2026 meer dan de moeite waard. Het is een multiculturele ontmoetingsplek waar bezoekers zich kunnen ontwikkelen op het gebied van taal, rekenen en digitale vaardigheden. Geïnteresseerden kunnen cursussen en trainingen volgen of tijdens de ruime openingstijden voor hulp bij digitale (overheids)zaken binnenlopen.
“Bovendien zijn er regelmatig interessante lezingen en exposities waar men mensen ontmoet met dezelfde interesses,” vertelt Karin Lodder, voorzitter van de Raad van Toezicht. “Een bibliotheek is ook een plek waar men rustig kan werken. We zien veel middelbare scholieren hier gebruik van maken.”
Tijdelijke huisvesting
De locatie in Schoonhoven is tijdelijk gevestigd in een pand aan de Bergambachterstraat, dat eerder als noodsporthal fungeerde.
“We gaan verhuizen naar het Doelenplein, waar het voormalige dienstencentrum gerestaureerd wordt voor de nieuwe locatie van de bibliotheek,” stelt Oosterlaken. “Na de verhuizing, die binnenkort plaatsvindt, kunnen we onze bezoekers nog beter bedienen. Mensen die de Nederlandse taal niet machtig zijn, krijgen informeel les van een vrijwilliger. Zij willen graag hun schoolgaande kinderen helpen. Een bezoek aan het Taalhuis en Taalcafé zijn hiervoor geschikte momenten.”
De vraag voor het aanleren van digitale vaardigheden groeit, vervolgt Oosterlaken. “Er zijn steeds minder loketten waar mensen persoonlijk te woord worden gestaan. In elke kern kan men terecht bij ons Informatiepunt Digitale Overheid (IDO), als iets moet worden geregeld met overheidsinstanties. Wij helpen mensen gratis met websites en apps. Bijvoorbeeld met DigiD, de Belastingdienst, toeslagen, de gemeente, UWV of de SVB. In de kernen Berkenwoude en Vlist, waar geen bibliotheken zijn, zijn aparte IDO-spreekuren in respectievelijk De Zwaan en Ons Honk.”
Veel support
Tijdens de coronaperiode waren de bibliotheken belangrijke ontmoetings- en informatiepunten. “Veel mensen hebben toen de bibliotheek (her)ontdekt en zijn blijven komen”, vult Karin Lodder met enige trots aan. “Onze locaties zijn zo toegerust dat de juiste informatie gegeven kan worden tijdens crisissen. Vanuit de gemeente Krimpenerwaard, die de waarde van goed functionerende bibliotheken inziet, krijgen we veel support op zowel financieel gebied als het uitzetten van beleid.”
Zo kunnen de bibliotheken inloopspreekuren houden op vaste tijden, waar de wijkagent of mensen met juridische kennis vragen kunnen beantwoorden. “Ook belangrijk om nog te noemen zijn de voorleeshalfuurtjes voor kinderen, waarvoor we nog enkele vrijwilligers kunnen gebruiken”, besluit Oosterlaken. “Als in een gezin de Nederlandse taal achterblijft, dan kunnen ouders een voorleescoach aan huis krijgen. Dit werkt: kinderen kunnen zich beter en langer concentreren.”
Wim Kroone





















