
Veenmos in strijd tegen bodemdaling Krimpenerwaard
NieuwsBERKENWOUDE • In tegenstelling tot de meeste veengebieden in het land, waar bodemdaling aan de orde is, vindt er in de Krimpenerwaard iets bijzonders plaats: de bodem stijgt. Na iets meer dan een jaar zijn de resultaten van een innovatief proefproject voor natuurherstel ‘boven verwachting’.
In de polder Berkenwoudse Driehoek, in het hart van de Krimpenerwaard, loopt een pilot waarbij op een zompig veld veenmos zijn ‘superkracht’ laat zien. Dit tot enthousiasme van Maarten Breedveld van het Zuid-Hollands Landschap: “Dit is een belangrijke stap in de strijd tegen klimaatverandering en in het behoud en herstel van kwetsbare veenweidegebieden.”
Het proefveld, aan de Graafkade bij Berkenwoude, ligt twee meter beneden zeeniveau, geeft Breedveld aan. “Toen de Krimpenerwaard duizend jaar geleden werd ontgonnen, lag het gebied nog een paar meter hoger. We zakken ieder jaar een beetje. Om dat te remmen, kijken we of we veengroei kunnen stimuleren om de bodem omhoog te brengen. Daarvoor gebruiken we een plantje dat niet meer zoveel groeit in de Krimpenerwaard: veenmos.”
![]()
Breedveld wijst naar een aantal big bags en hopen op het terrein. “Dat is allemaal maaisel uit de Veerstalblokboezem bij Gouda. Veenmos komt daar nog wel voor. Behalve dat, zitten er ook allerlei grassen tussen het maaisel. Veenmos is een wonderplantje. Het groeit van boven en blijft van onder behouden. Bij ideale omstandigheden kan het rap omhoog schieten. Het vormt uiteindelijk hele grote ‘sponzen’ van mos en dood mos. Als het heel erg verdicht wordt, verandert het weer in nieuw veen.”
Het Zuid-Hollands Landschap begon de proef op het 0,7 hectare grote polderperceel iets meer dan een jaar geleden, samen met wetenschappers van de Radboud Universiteit in Nijmegen en met steun van energieleverancier Greenchoice. “We hebben er iets meer dan 18 centimeter grond afgehaald. In september van vorig jaar was het hier helemaal bruin; de pure veengrond lag bloot. Vervolgens hebben we het maaisel met veenmos aangebracht, als ware het stekjes. Veenmos gedijt goed bij vochtige omstandigheden, dus we houden het veld het hele jaar nat. Niet te veel, want dan kan het veenmos juist ‘verdrinken’. Bij droogte laten we water in en bij teveel water door regenval pompen we het weg om het peil op de juiste hoogte te houden. Veenmos heeft ook een ‘zure’ grondwaterkwaliteit nodig. Dat maakt het zelf aan om te groeien. Bij het inlaten van water bij droogte, haal je ook ‘hard’ rivierwater binnen, waarin veel mineralen zijn opgelost, die de zuurgraad verlagen. Om dat tegen te gaan, filteren we de eerste kwetsbare jaren het stofje bicarbonaat - giftig voor veenmos - eruit. Later maakt de veenmoslaag zelf genoeg zuur aan, zodat het er tegen kan.”
Teer Guichelheil is een superzeldzaam plantje, maar groeit hier als onkruid. Overal staat het tussen
Het mos is vervolgens gaan groeien en groeien: een centimeter of 5-6 op het fossiele veen, met uitschieters tot 12 centimeter, en met lange strengen die vanuit de basis doorgroeien. De onderkant sterft af en de toppen blijven doorgroeien, het jaar door, zomer en winter. Op het veld groeien verschillende soorten veenmossen, toont Breedveld terwijl hij een pol uit de grond trekt. “Maar ook allerlei zeldzame kruiden en grassen. Met het afgraven van de toplaag is een historische zaadbank geopend. Een plaatselijke plantenkenner heeft in dit gebied 96 soorten geteld. Teer guichelheil bijvoorbeeld is een superzeldzaam plantje, maar groeit hier als onkruid. Overal staat het tussen. Ook de zeldzame moerassprinkhaan heeft hier weer een plek gevonden.”
![]()
Om te laten zien hoeveel water veenmos kan vasthouden, knijpt Breedveld de pluk veenmos als een spons uit, waarna het water in lange druppels neerdaalt. “Als het regent kan het twintig keer z’n eigen gewicht opnemen aan water.” Terwijl Breedveld het weer in de grond plaatst, benadrukt hij dat het nog te vroeg is om van echte bodemstijging te spreken. “We zitten nog onder het niveau van wat we hebben afgegraven, maar de resultaten zijn veelbelovend voor de komende jaren. We staan hier nu nog in een ‘badkuip’, maar binnen vier tot vijf jaar hopen we weer op normaal niveau te komen. Een stijging van zo’n twintig centimeter zou mooi zijn. Overigens hoeft niet de hele Krimpenerwaard zo te worden, maar hier past het perfect.”
Dit project bewijst hoe we de natuur kunnen ondersteunen voor een betere toekomst
Greenchoice draagt vanuit haar eigen natuurherstelprogramma ‘Natuur voor Morgen’ bij aan het project in de Krimpenerwaard. Ruben Veefkind van Greenchoice: “Zolang we in het land nog niet aardgasvrij zijn, steunen we bos- en natuurprojecten om de negatieve impact ervan op het klimaat te beperken, zoals hier met dit veenherstelproject. Veenmos vormt een natuurlijke spons die regenwater voor een langere tijd kan vasthouden, wat wateroverlast kan voorkomen. Bij droogte kan het water juist worden gebruikt. De gestage mosgroei betekent verder een actieve vastlegging van koolstofdioxide in de bodem, een lagere uitstoot van broeikasgassen én een explosie aan biodiversiteit - dit project bewijst hoe we de natuur kunnen ondersteunen voor een betere toekomst.”






















