
Naomi Visser (23) uit Papendrecht genoot van de Olympische Spelen in Parijs
SportPAPENDRECHT • Als klein meisje kon Naomi Visser (23) uit Papendrecht nooit stilzitten. Op zesjarige leeftijd mocht ze daarom gaan turnen. Niemand vermoedde toen dat ze later zou schitteren op de Olympische Spelen.
“Ik begon met turnen bij Olympia Papendrecht”, vertelt Naomi. “Een vriendinnetje was daar al lid en ik ging met haar mee. Ik vond het zo leuk dat ik ben blijven hangen. Na een jaar ben ik naar een turnclub in Zwijndrecht gegaan, O&O Gymnastics. Daar ben ik fanatieker gaan turnen. Ik heb niet meteen op topsportniveau geturnd, in de eerste divisie. Ik denk dat ik ongeveer 9 jaar was toen ik bij Jong Oranje terechtkwam en dus topsport ging doen.”
Plezier houden
Naomi is er achteraf blij om dat ze niet meteen onder grote druk hoefde te presteren. Haar advies aan jonge turnsters: “Je moet er vooral echt plezier in houden. Je hoeft niet per se van jongs af aan op het hoogste niveau te zitten, dat kan ook op latere leeftijd komen. Ik heb ook niet van jongs af aan bij een topsportclub gezeten. Vaak willen ze dat je op jonge leeftijd al uit huis gaat en in gastgezin gaat wonen. Dat heb ik dus niet gedaan. Pas op mijn vijftiende ben ik verhuisd voor het turnen. Dat was voor mij een heel mooi moment. Ik wilde niet te vroeg al uit huis. Vanaf mijn vijftiende kon ik voor mezelf zorgen.”
De Olympische Spelen in Parijs dit jaar waren uiteraard een hoogtepunt voor de Papendrechtse turnster. “Maar ook het WK in Antwerpen vond ik heel mooi. Er was daar veel thuispubliek. We hebben daar het Olympisch ticket binnengehaald. En in 2021 in Japan ben ik op het WK vijfde geworden in de meerkamp, ook dat was een hoogtepunt.”
Heel bijzonder
Heel bijzonder vond Naomi de afsluitingsceremonie in het Olympisch stadion. “Ik stond in de arena met vuurwerk om je heen. Het was heel cool om te beseffen dat je op de spelen hebt gestaan, dat het zo goed was gegaan. De huldiging in Scheveningen, in augustus, was ook leuk. We werden onthaald, er kon familie en vrienden komen. Het duurde twee uurtjes, toen was het alweer klaar. We werden gehuldigd door Umberto Tan, die er een show van maakte. Per sport werd je naar voren geroepen. We hadden de dag ervoor de sluitingsceremonie, toen reisden we per trein naar Nederland. Alles ging aan één stuk door.”
Dieptepunten kende haar sportcarrière ook. “Vooral het jaar voor de spelen in Tokio, en de spelen zelf, in 2021 waren moeilijk. Ik stond er heel goed voor, maar vijf weken voor de kwalificatie had ik corona opgelopen. Daardoor was ik niet fit genoeg en werd ik als reserve aangewezen. Ik zou wel meereizen, maar toen we vertrokken was ik weer positief getest. Eigenlijk vals positief. Ik kon dus niet mee. Dat was mijn grootste dieptepunt.”
Het beste ervan maken
Van grensoverschrijdend gedrag door coaches in het vrouwenturnen heeft Naomi nooit iets gemerkt. “Ik heb daar geen ervaring mee, heb altijd fijne coaches gehad en heb het altijd naar mijn zin gehad. Toen in 2020 en 2021 naar boven kwam dat het mis was, zijn alle coaches op non actief gezet. We konden daardoor niet meer met onze eigen coaches werken. We werden centraal gehuisvest in Nijmegen, waardoor ik vijf maanden van huis moest zijn. Uiteindelijk heb ik in Nijmegen wel een goede de tijd gehad, omdat we het met elkaar goed hadden en er het beste van maakten.”
Haar ouders speelden een belangrijke rol. “Ze hebben me altijd heel erg gesteund, altijd overal naartoe gebracht en gehaald toen ik nog thuis woonde. Vanaf mijn vijftiende regelde ik veel zelf, maar ze steunen me nog altijd. Het is mooi om zulke ouders te hebben. Ze komen naar bijna al mijn wedstrijden, ze helpen me als dat nodig is.”
Aan stoppen denkt Naomi nog lang niet
“Voorlopig heb ik het nog heel goed naar mijn zin en kan ik het nog allemaal. Ik blijf zeker doorgaan tot en met de volgende Olympische Spelen in 2028. Ik bekijk het per periode. De leeftijd van turnsters is verschoven, vroeger was je al oud als je 18 was. We hebben nu in Nederland 3 turnsters van in de dertig. Dankzij een andere manier van trainen, veel meer maatwerk, kun je langer meedoen. Dat hebben we vooral in Nederland goed voor elkaar.”
Anne Marie Hoekstra






















