
Verloskundige Sanne: ‘Van de adrenaline ga ik enorm aan, slaperig ben ik nooit na een bevalling’
NieuwsAlmkerk - Sanne van Ameijden (43) uit Woudrichem is verloskundige. Samen met haar drie directe collega’s begeleidde ze in 2025 ruim honderdzeventig bevallingen. Honderd poliklinisch in het ziekenhuis, de rest thuis. “Op een heel bijzonder moment in het leven van mensen mogen wij erbij zijn. Dat geldt niet alleen voor de geboorte, maar ook al voor de eerste echo. Het is een heel intense periode waarin mensen openstaan voor contact.”
Sanne zit in de spreekkamer van verloskundigenpraktijk Tussen de Rivieren in Almkerk. Ze heeft net de controle van hoogzwangere Fleur afgerond. De bloeddruk is gemeten en de ligging en het hartje van het kindje zijn gecontroleerd. Er wordt nog wat informatie gegeven en Fleur vertrekt met een bad waarin ze thuis wil bevallen.
Sanne: “Als cliënten zich openstellen, kan beter ingespeeld worden op hun behoeften. De één wil heel duidelijk eigen keuzes maken, de ander laat zich sterk leiden door de verloskundige. Voor mij is alleen maar belangrijk dat iemand goed terugkijkt op haar bevalling.”
24/7
Net als haar drie collega’s werkt Sanne veertig tot zestig uur per week. Met z’n vieren zorgen ze voor zeven keer vierentwintig uur bezetting van de praktijk, die de gehele gemeente Altena als werkgebied heeft.
Tien dagdelen per week is er spreekuur en daarnaast is er altijd iemand die bereikbaarheidsdienst heeft. De overdracht van die dienst is om 21.00 uur. Na een overleg van een half uur zet de een haar telefoon uit en de ander aan.
Nachtelijke telefoontjes
Sanne: “Bij zo’n dienst, bijna twee keer per week, ga ik op tijd naar bed. Soms slaap je drie diensten de hele nacht door en dan ineens word je diensten achter elkaar wakker gebeld. Dat kan om een huilend baby’tje gaan of om een kraamvrouw die koorts heeft. Na wat geruststellende woorden kun je dan vaak weer gaan slapen, maar meestal moet je eruit omdat een bevalling begonnen is.”
Bubbel
Ze vervolgt: “Alles wat onbelangrijk is, gaat naar de achtergrond. Ik verdwijn in een bubbel, bevind me alleen in het hier en nu. Hartslag, plassen, veranderingen van houding, ontsluiting, inwendig onderzoek noteer ik op papier. Ik wil tijdens een bevalling niet met een apparaat zitten. Van de adrenaline ga ik enorm aan. Slaperig ben ik nooit na een bevalling.”
Als er geen bevalling is, rijdt degene met bereikbaarheidsdienst in de ochtenden kraambezoekjes. De bevalling wordt nabesproken, moeder en kind worden gecheckt en als het kindje geel is, wordt er bloed geprikt. Tijdens de kraamtijd komt de verloskundige drie of vier keer langs, maar als het nodig is, kan dat ook vaker zijn of over een langere periode.
Organisatie praktijk
In de middag is er telefonisch spreekuur, daarna is het tijd voor de administratie. Niet alleen de geleverde zorg moet vastgelegd worden, ook het organiseren van de eigen praktijk vraagt de nodige aandacht.
Jaarlijks worden er met alle zorgverzekeraars opnieuw contracten afgesloten, er zijn contacten met het ziekenhuis en de medicijnvoorraad moet op peil zijn. Ook moeten de informatiemapjes gevuld en de website bijgehouden worden.
Sanne is blij dat zij de declaraties bij de zorgverzekeraars niet hoeft te doen. Dat doet een collega. De totale vergoeding verschilt per maand en wordt in vieren gedeeld. Sanne: “De ene keer is het makkelijk verdiend, de andere keer heb je er veel voor moeten doen. En als ik een dienst van een collega overneem, stuur ik haar een factuur.”
Diversiteit
Juist de bereikbaarheidsdiensten geven Sanne veel voldoening en energie: “Er gebeurt iets en je bent steeds ergens anders. De diversiteit van mensen is het allerleukst.
Alles heeft z’n charme en iedereen heeft z’n struggles. Je krijgt er een soort mildheid van. Maar het spreekuur is ook zeker leuk. Je zit weliswaar de hele dag op dezelfde plek, maar je leert mensen echt kennen.”
Lastig
Behalve als er een indicatie is voor de gynaecoloog, komen alle zwangeren uit Altena terecht in de verloskundigenpraktijk waar Sanne werkzaam is. In de eerste maanden komen ze eens in de vier weken, aan het einde van de zwangerschap eens per week.
Meestal zijn het blije bezoekjes, maar het gebeurt ook dat Sanne moet vertellen dat er geen kloppend hartje is of dat het bloedverlies teken is van een miskraam. Sanne: “Dit raakt altijd, maar wat helpt is dat ik mensen dan kan begeleiden en steunen. Dat geeft ook voldoening.”
Collega’s hebben elkaar nodig
Er is maar weinig aan haar vak dat Sanne echt moeilijk vindt. Alleen soms, heel soms, is er de vraag of een lastige situatie anders gelopen zou zijn als ze anders gehandeld had.
“Ik moet dan in het reine komen met hoe het gegaan is. Daar heb ik mijn collega’s bij nodig. Samen met hen ga ik stap voor stap mijn handelen na om te kunnen leren van wat er gebeurd is. In onze praktijk hebben we elkaar op meerdere vlakken echt nodig.”
Corine Verweij





















