
Kwestie Ottolandsekade 1 weer voor de rechter: eigenaar wil schadevergoeding
Nieuws
Ottoland - Een nieuwe rechtszaak komt eraan: het geschil tussen de eigenaar van Ottolandsekade 1 in Ottoland en de gemeente Molenlanden wordt niet door bemiddeling opgelost, maar bij de rechtbank ‘uitgevochten’.
Dit omdat de gemeente volgens de eigenaar niet is ingegaan op een verzoek tot vervolgoverleg om te komen tot een financiële schadeloosstelling.
Het gaat om een kwestie die al jaren loopt en die draait om de nieuwe woningen aan de A160/A162 in Ottoland, vlakbij een bestaand huis aan de Ottolandsekade 1.
De erfgenaam van de overleden bewoonster ligt in de clinch met de gemeente over de weigering van het gemeentebestuur om te handhaven op gemaakte overtredingen die tijdens de bouw zijn uitgevoerd.
Het gaat om meerdere afwijkingen ten opzichte van de omgevingsvergunning uit 2020. In 2022 heeft de gemeente hiervoor vergunning verleend.
Rechter vernietigde omgevingsvergunning
Voor de zomervakantie kreeg hij gelijk in de rechtszaal. De rechter vernietigde de omgevingsvergunning. ‘Het college (van Molenlanden, red.) heeft de aanbouwen onterecht als vergunningsvrij aangemerkt. (...) Ook heeft het college onvoldoende onderbouwd waarom het bouwplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening’, stond in het oordeel.
Ook het besluit waarop de gemeente vergunning verleende voor de gewijzigde positionering van de woningen, werd als onjuist beoordeeld.
Niet juist beoordeeld en vergund
Daarnaast gaf de rechtbank de erfgenaam gelijk op één afwijkend onderdeel. Hij bestreed de wijze waarop de gemeente was omgegaan met het dakoverstek van de nieuwbouw.
Door deze te verlengen werd de onderlinge afstand met de woning slechts 45 centimeter. Die situatie was volgens de rechter niet juist beoordeeld en vergund.
Hoe nu verder?
De vraag was na deze uitspraak: hoe nu verder? Het gemeentebestuur deed dat onlangs door een nieuwe omgevingsvergunning te verlenen.
Opvallend in de brief hierover aan de raad is de formulering waarom daarmee het verzoek van handhaving weer van tafel gaat: ‘Er is concreet zicht op legalisatie’. Het zijn exact dezelfde woorden die het college gebruikte in 2022 om het handhavingsverzoek af te wijzen.
‘Concreet zicht op legalisering’
Wat is er veranderd? ‘Na de uitspraak is er aanvullende informatie aangeleverd door degene die de omgevingsvergunning heeft aangevraagd’, licht een woordvoerster van het college toe. ‘Op grond daarvan is besloten een ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage te liggen. Daarmee is er ook nu weer concreet zicht op legalisering.’
Voor de erfgenaam, Aart van Beuzekom, is dit verre van voldoende. ‘Ik heb de gemeente laten weten dat zij zich ook dit keer niet houden aan de vaste wet- en regelgeving over het beginselprincipe van handhaving’, laat hij desgevraagd in een reactie weten. ‘Want het bij grote afwijking niet handhaven mag slechts bij hoge uitzondering en dan met een zorgvuldig in een besluit geformuleerde belangenafweging. Als ik geen gehoor krijg, waar het proces nu naartoe gaat, volgt wederom de gang naar de rechter.’
Hoger beroep
Daarnaast komt er sowieso een nieuwe rechtszaak aan. Van Beuzekom gaat in hoger beroep tegen de eerdere uitspraak van de rechtbank. Deels kreeg hij gelijk, maar op meerdere punten wees de rechter de bezwaren van hem af.
Paul Verschoor (Progressief Molenlanden) vroeg Van Beuzekom onlangs tijdens een raadsvergadering wat hij als een oplossing zou zien. Hij gaf aan een vervolgtraject te willen om er alsnog met behulp van mediation uit te komen, met als uitkomst een schadevergoeding.
“Daarbij gaat het om een financiële schadeloosstelling voor alle fouten die gemaakt zijn. De woning is door dit alles veel minder waard geworden.” In de reactie op vragen van deze krant vult hij aan bereid te zijn zijn eerdere vraagprijs met 50.000 euro te verlagen.
‘Het lukt niet om een afspraak met de wethouder te krijgen’
Van Beuzekom stelt dat het niet lukt om het overleg hierover met het gemeentebestuur op te starten. "Er is één gesprek met de wethouder geweest in december 2021. Daarna was er inhoudelijk contact op ambtelijk niveau, maar dat proces eindigde begin 2025 voor de zitting bij de rechtbank. Na de uitspraak lukte het mij niet om een afspraak met de wethouder te krijgen."






















