
Hoogbloklander Jan Versluis ziet altijd toekomst voor ‘rotzooi’
AlgemeenHOOGBLOKLAND • Jan Versluis (1950) uit Hoogblokland houdt niet van weggooien. Zijn hele tuin en een paar oude schuren staan vol met spullen die anderen afdankten.
Jan markeert met zijn ‘oud-ijzerkerkhof’ de entree van het dorp. Iedereen die voor het eerst vanaf de Beemdweg Hoogblokland in rijdt, kijkt verbaasd opzij naar de opeenstapeling van onder andere oude fietswielen, kinderfietsjes, roestige stukken ijzer, potten, keukentrapjes, pannen en soms moeilijk thuis te brengen voorwerpen. De bakfiets van Jan staat ernaast, als hij thuis is. Altijd handig om oude wasmachines of voer voor de beesten van zijn broer te transporteren. En zijn hondjes natuurlijk, twee Jack Russels op leeftijd. “Maar die ene is volgens mij meer een terriër dan een Jack Russel”, zegt Jan.
Schillenkar
Hij is geboren en getogen in het dorp. Terwijl hij wolken sigarenrook uitblaast, kijkt hij peinzend naar de zwaluwen die zijn schuren in en uit vliegen. “Vroeger kende ik iedereen, tegenwoordig is er veel import. In mijn jeugd hielpen de mensen elkaar, dat is nu minder omdat ze elkaar niet altijd meer kennen.” Doordat zijn broer Wout en hij met een schillenkar langs de deuren ging, kenden ze iedereen.
Vuilnisbelt
Met zijn hand op een meter hoogte zegt hij: “Verzamelen doe ik al vanaf dat ik zo groot was. Met een oud tasje van mijn moeder liep ik op de vuilnisbelt in de buurt van ons huis. Later ging ik naar de ambachtsschool in Gorinchem, dan kwam ik bij Arkel langs een vuilstort en zocht ook daar. Vond ik bijvoorbeeld oude radio’s die het soms gewoon nog deden. Stofzuigers vond ik ook, of televisies. Mensen gooien apparaten weg die nog prima zijn. Ze motten het nieuwste van het nieuwste hebben.”
Oud brood
Aanvankelijk was hij lasser, een vak dat hij goed leerde ‘want ik heb alle klassen twee keer doorlopen’. Later werkte hij bij de reinigingsdienst. “Dat was eerst de dienst voor Meerkerk en omstreken. Ik heb nog precies een jaar bij Waardlanden gewerkt.” Het werk bood hem uitgelezen kansen om afgedankte spullen op te duikelen. Of een lading oud brood. “Ik heb er een keer de cabine van de vuilniswagen mee volgestouwd. Thuis droogde ik het. De schapen van mijn broer hebben er nog een jaar van gegeten.”
Koelkasten
Zelf zoeken naar spullen doet hij niet meer. “Geen tijd meer voor”, zegt hij. Toch slinkt zijn voorraad niet. “Het gebeurt zat keer dat ik de poort niet uit kan omdat er spul voor legt. Ik weet niet altijd waar het vandaan komt. Ik denk van mensen die richting de stort gaan en het ijzer er hier af gooien. Koelkasten wil ik niet hebben, die moet ik zelf naar Gorcum brengen. Als er iemand overleden is moet de garage leeg, dan bellen mensen mij.”
Niet afdingen
Wat niet iedereen weet: je kunt bij Jan winkelen. Met een gebaar naar het stukje grond voor zijn huis: “Aan de voorkant kunnen mensen zelf zoeken. Ik zeg: zet maar bij elkaar wat je wil hebben, dan worden we het wel eens. Nee, afdingen doe ik niet; ik noem een prijs en dan is het af. Soms geef ik iets gratis mee en zeg: als je een keer ijzer hebt, hoor ik het wel. Dan brengen ze later een paar spullen.” Fronsend: ““Het is een complete wegwerpmaatschappij geworden. Lagertje van een wasmachine kapot? Jammer, maar niet meer te leveren.”
Marktplaats
De loop moet er weer een beetje inkomen. “Het is op het moment erg rustig, door corona. En door dat geouwehoer met Marktplaats. Bloembakken verkoop ik het meest. Soms een tafeltje, tuinstoeltjes. Mensen komen voor de gekste dingen, een slang voor de vaatwasser ofzo, of voor een chiffon.” Hij heeft ook een ton met kranen. En een met boutjes en moertjes. Wat chaos lijkt, is in werkelijkheid goed geordend. Jan kan alles vinden.
Kruiswoordpuzzels
De ‘ijzerwinkel’ is niet zijn enige hobby. “Ik zit op de klaverjas en ik maak kruiswoordpuzzels. Vroeger heb ik truckerruns gereden met gehandicapten. Prachtig. Autocrossen heb ik ook een tijdje gedaan.”
Bruikbare spullen
Niet iedereen waardeert het ‘ijzerkerkhof’ aan de Beemdweg. “Er zijn erbij die vinden het hartstikke leuk, en anderen vinden het een rotzooi. Als ik bij een ander in de tuin ga kijken vind ik het soms ook een rotzooi. Het is mijn hobby en ik vind het zonde als bruikbare spullen weggaan. Mooi dat het weer gebruikt wordt.”
Anne Marie Hoekstra
Anne Marie Hoekstra is redacteur van Het Kontakt-Alblasserwaard en Het Kontakt-Klaroen.nl





















