
Opgeweckt
ColumnIn het boek Festival in Vierstromenland dat ik in 1985 ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van het Fruitcorso schreef, kun je zo mooi zien hoe de wagens in die tijd nog kunstwerken van vooral appels, peren, pruimen, tomaten en gedroogde bonen waren. Wat een verschil met het hedendaagse corso.
Nu zijn het pronkstukken met van alles erop en eraan. Met loopgroepen, figuranten, levende muziek, verlichting en aangedreven door moderne hydraulische techniek. Het is bovendien een corso van verduurzaming. Neem de wagen van Zoelen met maar liefst 750 weckpotten met kleurig fruit en groente erop. Toen ik het ontwerp zag, moest ik denken aan mijn vlijtige moeder die in mijn kindertijd dagenlang bezig was met “de weck”.
Erwten, sperziebonen, wortels en pruimen: zo ongeveer onze hele moestuin ging de weckpotten in. Die werden in een weckketel gestapeld en pruttelden meer dan een uur in het water, dat op een vierpits petroleumstel aan de kook werd gebracht. De temperatuur steeg, de spanning ook. Zouden alle potten dicht gaan?
Dat lukte niet altijd. Als dat gebeurde stortte de weckende wereld van mijn moeder in. Wat was er niet goed gegaan? Had ze de rode ringen onder de deksels niet lang genoeg uitgekookt? Die open potten gaven mijn moeder het verdrietige gevoel dat ze gefaald had als weckprinses. Het gezin vond het geen ramp, vooral niet als er potten met lekkere rode pruimen niet dicht waren gegaan. Dan smulden we dagenlang van pruimen op sap.
Moeder kookte er griesmeel bij, in een grote glazen schaal. De volgende dag zat er een taai vel op. En een dag later nog taaier. Daar had ik als kind moeite mee. Tegensputteren hielp niet, vooruit, opeten, je moeder heeft er zoveel werk aan gehad, commandeerde mijn vader dan streng. Alle gelukte potten werden keurig in het gelid in de kelder gezet. Als een fruitmozaïek, niet op de Tielse stadsgracht, maar op schappen met blinkend wit kastpapier.
Als er visite kwam liet mijn moeder trots haar vacuüm getrokken kunstwerk zien. De wecktraditie keert nu met 750 potten terug op de Zoelense corsowagen. Een jeugdherinnering krijgt weer kleur. Daarom zal ik er op zaterdag 27 september extra hard voor klappen. Dat zullen de duizenden bezoekers, die in hun jeugd ook de weckketel hebben horen pruttelen, vast en zeker ook doen. Allemaal opgeweckte pottenkijkers,
(reageren: jbeijer@upcmail.nl)
Jan Beijer






















