Logo hetkontakt.nl/krimpenerwaard
<p>&bull; Gert van Dijk met vrouw en de portefeuille die hij in Duitsland altijd bij zich hield.</p>

• Gert van Dijk met vrouw en de portefeuille die hij in Duitsland altijd bij zich hield.

(Foto: Jan Timmer)

Gert van Dijk was dwangarbeider in nazi-Duitsland: twee jaar vol ontberingen

  •   keer gelezen

SCHOONHOVEN/HAASTRECHT • Twee van zijn inmiddels 96 jaar lange leven bracht Gert van Dijk door als dwangarbeider in Duitsland. Zijn herinneringen aan die tijd heeft hij gebundeld in een map. Een verhaal over hard werken, ontberingen, angst, vriendschap en overlevingsdrang.


We treffen Gert van Dijk in zorgcentrum Borchleen, waar hij sinds bijna een jaar woont met zijn helaas door dementie getroffen vrouw. “Thuis wonen ging niet meer”, zegt Van Dijk. “We kregen de mogelijkheid om naar Borchleen te verhuizen. Gegeven de omstandigheden was dat de beste oplossing. We worden hier goed verzorgd. En minstens zo belangrijk: we zijn samen.” 

Boerenknecht
Gert van Dijk is een geboren en getogen Haastrechtenaar. “Ik kom uit een groot gezin. We hadden het allesbehalve breed en dat leidde ertoe dat ik meteen na de lagere school als boerenknecht moest gaan werken. Elke cent die ik thuis binnenbracht was meegenomen, zo ging dat. Zelf was ik liever timmerman geworden. Het zat er niet in.”

Gert van Dijk was 16 toen de Tweede Wereldoorlog begon en de Duitsers Nederland binnenvielen. “In mijn dagelijks leven als boerenknecht in Benschop merkte ik daar niet zoveel van. Ik deed mijn werk en op zondag rustte ik uit of zag ik mijn vrienden in het dorp.”

Arbeidseinsatz
Eenmaal 18 geworden veranderde zijn bestaan rigoureus. “Er werd een brief bezorgd waarin stond dat ik me op 21 juni 1943 moest melden om te worden ingezet voor de ‘Arbeidseinsatz’ in Duitsland. Net als veel andere jongens uit de buurt reisde ik af naar Utrecht. Daar werden we op de trein gezet naar het grote onbekende. Later hoorde ik over leeftijdsgenoten die besloten onder te duiken, maar mij waren dat soort dingen onbekend. Ik was een bleue jongen en ging gehoorzaam met ‘de grote massa’ mee.”

De trein stopte ‘s avonds laat in Frankfurt am Main. “We kregen allemaal een grote aardappel en een blad sla als eten mee en moesten lopend naar een barakkenkamp, een uur verderop. Al snel werd duidelijk dat we te werk werden gesteld in een fabriek waar vliegtuigonderdelen werden gemaakt. Vooral de nachtdiensten waren zwaar. Je werkte van zes tot zes en kon na je werk de slaap maar moeilijk vatten vanwege het lawaai om je heen. Het regime in het lager was hard en onpersoonlijk. Ik was even uit de bruik vanwege difterie en kwam in quarantaine terecht. Eenmaal terug was er niemand die me er iets over vroeg. Je was dwangarbeider en werd niet als mens gezien. Wekelijks ging ik na mijn nachtdienst naar de kerk: ik ben katholiek opgevoed. Daar kwam ik dan vaak als eerste aan en ging ik soms als laatste weg, omdat ik tijdens de mis van pure vermoeidheid in slaap was gevallen.”

Gebombardeerd
De fabriek waar Gert van Dijk werkte, werd verschillende keren gebombardeerd. Toen de situatie echt nijpend werd, besloot de leiding de activiteiten te verplaatsen naar Ars, een dorp in de buurt van Metz.

“Daar merkten we dat de Amerikanen steeds verder vorderden in hun missie om Europa te bevrijden van het nazisme. Wij als dwangarbeiders moesten loopgraven aanleggen om de geallieerden tegen te houden. Vergeleken daarmee was wat we in de buurt van Frankfurt beleefden, een paradijs. We zagen bommen vlakbij ons vallen, werden onder vuur genomen door de Amerikanen, zaten permanent onder de luizen en hadden altijd honger, omdat de rantsoenen in de verste verten niet voldeden. We waren constant op zoek naar voedsel. Soms lukte dat. Vaak niet. Om de simpele reden dat de mensen bij wie we aanklopten, meestal zelf ook niets meer hadden. Ik kan me nog goed herinneren dat we een paar keer een dood paard van vlees ontdeden en vervolgens op de kachel in ons ‘lager’ grilden. Daarna had je een paar dagen diarree. Ook ruilden we bij een Duitse boer een zelfgemaakte bezem tegen eten. We mochten er zelfs aanschuiven en kregen een snee brood. We troffen er de huiselijke vriendelijkheid waar we zo’n heimwee naar hadden en deden er het besef op dat er zeker ook goede Duitsers waren. Deze lieve mensen bijvoorbeeld. Ze maakten zich ernstig zorgen over hun twee zonen die aan het front verbleven en van wie ze al een tijd niets gehoord hadden. Zorgen en verdriet kennen geen rassen en grenzen. We zijn allemaal mens. Dat heb ik er van geleerd.”

Solidariteit
Toen duidelijk werd dat de fabriek vanwege de frontligging niet verder kon draaien, trok Van Dijk met een groepje van vijf Hollandse jongens, ‘onder wie Huib van de IJssel met wie ik vanaf de eerste dag samen was’, zijn plan. We moesten eigenlijk terug naar Frankfurt, maar lieten ons in Ars interneren omdat we dachten daar meer kans te maken op een spoedige bevrijding. Hoewel we in slechte omstandigheden moesten zien te overleven, was er sprake van onderlinge solidariteit. We deelden het karige wat we hadden, hielpen elkaar. En we waren samen op momenten onuitsprekelijk bang, wanneer de kogels om je hoofd floten, er in de buurt bommen en granaten ontploften. We hebben met elkaar Frankfurt in brand zien staan. Sommige jongens gingen na afloop van de bombardementen kijken in de stukgeschoten stad. Ik wilde het niet, was geen sensatiezoeker.”

Orde van de dag
Nadat de Duitsers verslagen waren keerde Gert van Dijk na een lange en veelvuldig onderbroken reis terug naar Haastrecht. De hele familie werd opgetrommeld om hem te verwelkomen. Niet veel later werd weer overgegaan tot de orde van de dag. De herinneringen bleven. Compleet met nachtmerries. Die wat bleue jongen uit Haastrecht had dingen meegemaakt die je niet wilt meemaken. Afschuwelijke en soms hartverwarmende herinneringen.

“Toen ik op mijn 61ste in de VUT ging besloot ik alles op te schrijven en in een map te stoppen. Omdat het een stuk persoonlijke geschiedenis is die niet vergeten mag worden. Mijn verhaal over een jongen wiens jeugd hem is ontnomen. Eén van de 500.000 Nederlandse dwangarbeiders in den vreemde. 30.000 van hen zouden Nederland nooit meer terugzien. Dat wetende besef ik dat ik geluk heb gehad.”

Jan Timmer
Freelance-redacteur Het Kontakt Krimpenerwaard, Klaroen.nl en Regio-Voetbal
Volg @jtimmertekst op twitter >
Elke dinsdag het nieuws uit de Krimpener- en Lopikerwaard per e-mail
Meer berichten
CustomHtml_5
 

Agenda

Organiseert u een evenement?
Laat het ons weten!

Klik hier