
Peter van Zuijlen ziet toekomst opnieuw onder druk staan: ‘Kijk per gebied naar oplossing op maat’
NieuwsLekkerkerk – Nog geen vijftien jaar nadat Peter van Zuijlen zijn boerenbedrijf noodgedwongen van Gouderak naar Lekkerkerk verplaatste, ziet de veehouder zijn toekomst opnieuw onder druk staan. De nieuwe stikstofplannen van het kabinet zijn volgens hem nauwelijks uitvoerbaar. “De combinatie van alle normen en maatregelen is rampzalig.”
Peter (48) had jarenlang een melkveebedrijf aan het Middelblok in Gouderak, met vijftig koeien en dertig hectare grond. Nadat het gebied rondom zijn boerderij en uiteindelijk ook zijn eigen terrein als natuurgebied werd aangemerkt, vertrok hij in 2012 naar Lekkerkerk.
‘Pakket maatregelen is niet haalbaar’
Aan de Wetering-West bouwde hij op een kaal weiland een modern agrarisch bedrijf. Inmiddels houdt hij er 120 koeien op 77 hectare grond. De nieuwe plannen van het kabinet zetten zijn toekomst volgens hem opnieuw op losse schroeven.
“Het complete pakket aan maatregelen voor landbouw, natuur en stikstof is niet haalbaar”, stelt Peter. Met zijn huidige aantal koeien blijft hij onder de voorgestelde norm van maximaal 2,6 grootvee-eenheden per hectare. Eén volwassen koe telt daarbij als één grootvee-eenheid.
Meer moeite heeft hij met de bedrijfsspecifieke ammoniaknorm van 0,164 kilo per fosfaatrecht, die in 2035 moet gelden. “Die norm kan ik niet halen. Meer beweiding en voer met minder eiwit verminderen de uitstoot wel, maar niet voldoende.”
Investeren in nieuwe technieken biedt volgens hem evenmin zekerheid. “Een innovatieve installatie kost veel geld en gebruikt vaak veel energie. Dat kan dan weer botsen met de normen voor CO2-uitstoot. Tonnen investeren in een stal is dus geen garantie dat je uiteindelijk aan alle eisen voldoet. Alleen voor heel grote bedrijven is zo’n investering misschien rendabel.”
Twijfels over haalbaarheid
Landbouwminister Jaimi van Essen stelt dat de ammoniaknorm met bestaande technieken haalbaar is. Peter zet daar vraagtekens bij. Hij wijst op het project Koeien & Kansen, waarin al ruim 25 jaar wordt gewerkt aan een duurzame en rendabele melkveehouderij.
“Daar zijn vooruitstrevende boeren, deskundigen en kennisinstellingen bij betrokken. Toch is het in al die jaren niet gelukt om structureel onder de voorgestelde grens te komen. Wat verwacht de minister dan van de rest van de boeren?”
Ook de landbouw moet volgens Peter bijdragen aan het verminderen van de uitstoot van stikstof en CO2. Hij vindt echter dat de overheid te veel kiest voor landelijke normen. “Er moet veel meer per gebied worden gekeken naar een passende oplossing. Nu wordt alles over één kam geschoren, terwijl de omstandigheden overal anders zijn.”
Extensivering – minder dieren houden op meer grond – kan volgens hem in bepaalde gebieden helpen, maar is niet overal haalbaar. “Grond is schaars en duur, terwijl een lagere productie de inkomsten vermindert. De vaste lasten blijven grotendeels gelijk. Als je die over minder liters melk of kilo’s vlees moet verdelen, verdwijnt het verdienmodel.”
Kringloop op de boerderij
Peter vindt ook dat de waarde van dierlijke mest onvoldoende wordt erkend. “Eigen mest voedt niet alleen de gewassen, maar verbetert ook het bodemleven. De koeien eten het gras, leveren melk en vlees en hun mest gaat terug naar het land. Zo wordt de kringloop gesloten.”
Kunstmest beschouwt hij niet als een duurzaam alternatief. Voor de productie daarvan is veel aardgas nodig. Bovendien gelden voor dierlijke mest al strenge regels, zoals gebruiksnormen, vaste uitrijperiodes en verplichte opslag.
Boerenprotest
De aangekondigde kabinetsplannen hebben tot nieuwe boerenprotesten geleid. Ook in de Krimpenerwaard staan protestborden en zijn omgekeerde vlaggen te zien. Peter begrijpt de onrust onder zijn collega’s.
“Er wordt 20 miljard euro uitgetrokken om de stikstofuitstoot te verlagen, maar de angst voor gedwongen uitkoop en strenge beperkingen is groot. Veel geld gaat volgens mij naar plannen, onderzoeken, natuurherstel en de uitvoering daarvan. Voor innovatie en boeren die rond Natura 2000-gebieden moeten stoppen, blijft uiteindelijk maar een beperkt deel over.”
Volgens Peter dreigt daarmee voor veel boeren in de Krimpenerwaard een somber toekomstbeeld. “Met deze combinatie van maatregelen blijft er voor de meeste bedrijven geen rendabele toekomst over.”
Sicco Kooistra





















