
Strijd tegen water centraal in Gemaal Haastrecht
NieuwsHaastrecht - Wie Gemaal De Hooge Boezem achter Haastrecht binnenstapt, maakt een reis door duizend jaar strijd tegen het water. Machtige pompen, bewegende maquettes en oude machines laten zien hoeveel vernuft ervoor nodig was (en is) om in de Krimpenerwaard droge voeten te houden. En minstens zo belangrijk: lukt dat in de toekomst nog steeds?
Nog voordat rondleider Piet Speksnijder (76) zijn verhaal begint, prikkelt de geur van olie de neus. In de machinehal staan twee enorme gietijzeren centrifugaalpompen. Hun ronde vorm doet denken aan een slakkenhuis. De ene werd vroeger aangedreven door een stoommachine, de andere vanaf 1952 elektrisch. Speksnijder: “Met een beetje fantasie hoor je het stoomgeruis en zie je de machinisten hier aan het werk.”
Gemaal dankzij stichting behouden gebleven
Het gemaal werd in 1872 gebouwd om overtollig water uit vooral de Lopikerwaard weg te pompen. Tot begin jaren negentig bleef het in gebruik. Daarna dreigde sloop, maar een stichting wist het rijksmonument te behouden. Inmiddels vertellen tientallen vrijwilligers er het verhaal van leven onder zeeniveau.
Piet Speksnijder uit Lekkerkerk kwam hier jaren geleden tijdens een familie-uitje terecht. “Ik vond het zo interessant dat ik besloot vrijwilliger te worden. Inmiddels geef ik rondleidingen, vooral aan schoolklassen. Veel kinderen weten verrassend goed hoe belangrijk onze strijd tegen het water is.”
Uitgestrekt moeras
Rond het jaar 1000 was dit gebied nog een uitgestrekt moeras, dat enkele meters hoger lag dan nu. Mensen groeven sloten om het land geschikt te maken voor landbouw. Daardoor droogde het veen uit, klonk het in en begon de bodem te zakken.
“Eigenlijk hebben we het probleem zelf veroorzaakt”, legt Speksnijder uit. “Hoe meer water we afvoerden, hoe verder het land daalde. Vervolgens waren steeds nieuwe technieken nodig om het droog te houden.”
Vanaf de vijftiende eeuw namen windmolens het werk over. Later volgden stoommachines en elektrische gemalen. Ondertussen ontstond een opmerkelijke situatie: veel huizen en weilanden kwamen lager te liggen dan de rivieren eromheen.
‘Krimpenerwaard ligt scheef’
“De Krimpenerwaard ligt bovendien scheef”, zegt Speksnijder. “De Lek ligt hoger dan de Hollandsche IJssel. Waterbeheer is hier dus een lastige puzzel.”
Op een enorme vloerkaart liggen de Krimpener- en Lopikerwaard letterlijk aan onze voeten. Vooral de hoeveelheid blauw valt op. Overal lopen sloten, vaarten en weteringen.
Buiten maakt een interactieve poldermaquette het verhaal tastbaar. Water stroomt door sloten, peilen stijgen en dalen en bezoekers zien hoe molens en gemalen de polders drooghouden. Vanaf 1486 diende de Hooge Boezem als tijdelijke opslagplaats voor overtollig polderwater. Het gemaal hielp om dat water verder af te voeren.
Binnen staan gedetailleerde modellen van onder meer een houten wipmolen, de Waaiersluis en de Stormvloedkering Hollandsche IJssel bij Krimpen aan den IJssel. Veel ervan zijn door vrijwilligers gemaakt. Films tonen ondertussen wat er kan gebeuren bij een dijkdoorbraak en hoe Nederland zich tegen rivier- en zeewater beschermt.
Hoe houden we ook in toekomst droge voeten?
Daarmee kijkt het museum niet alleen terug. De centrale vraag is juist heel actueel: hoe houden we dit dalende gebied ook in de toekomst bewoonbaar? “Misschien moeten we ooit bouwen op terpen of kiezen voor drijvende woningen”, oppert Speksnijder. “Het gemaal laat zien dat omgaan met water nooit vanzelfsprekend is geweest. Iedere generatie moet opnieuw naar oplossingen zoeken.” Zie voor alle informatie: www.gemaalhaastrecht.nl
Dit is een artikel in de reeks ‘Zomeruitjes’ van Het Kontakt.
Robert van der Hek




















