
Van landbouwgrond tot natuurgebied in Krimpenerwaard: jarenlange stress en onzekerheid bij boeren
NieuwsKrimpenerwaard - Het (deels gedwongen) omvormen van honderden hectares landbouwgrond tot natuurgebied in de Krimpenerwaard heeft lange tijd een grote negatieve impact gehad op de eigenaren van de grond, onder wie boeren.
Dat concludeert de Wageningen University & Research in een onderzoek naar het project Natuurgebied Veenweiden Krimpenerwaard.
Meerdere keren gang naar de rechter
Het traject om van 2017 tot en met 2025 ruim 2.200 hectare landbouwgrond om te vormen tot natuurgebied zorgde in de afgelopen jaren voor veel protesten van boeren uit de Krimpenerwaard.
Meerdere keren werd de gang naar de rechter gemaakt. Om dit te evalueren hielden onderzoekers van de Wageningen University & Research in opdracht van de Provincie Zuid-Holland, de gemeente Krimpenerwaard en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) dossiers van 78 grondeigenaren tegen het licht. Dertig daarvan waren agrarische bedrijven.
Dreiging van onteigening
Een cruciale rol in de uitkomsten van het onderzoek speelt de dreiging van onteigening, als stok achter de deur om de doelen te halen. ‘Hoewel deze inspanning heeft geleid tot het afronden van de natuuropgave en grondeigenaren oordelen dat ze op onderdelen tevreden zijn, is de druk van onteigening dermate groot dat dit heeft geleid tot een overwegend negatieve beleving’, stellen de onderzoekers.
Samen met boeren realiseren we 2.250 hectare extra veenweidenatuur
Het staat in contrast met de positieve toonzetting op de website van het project Natuurgebied Veenweiden Krimpenerwaard:
‘Om het unieke slagenlandschap te behouden en te versterken, realiseren we samen met boeren 2.250 hectare extra veenweidenatuur. Het gebied gaat een mix bevatten van natuur, water, natuurvriendelijke landbouw en ruimte voor recreatie. De unieke structuur die door ontginning en verkaveling is ontstaan – met de karakteristieke lange kavels – houden we grotendeels in tact, net als het open karakter en de kenmerkende elementen in het landschap.’
Stress en onzekerheid
Uit het onderzoek blijkt dat dit proces echter jarenlang voor stress en onzekerheid heeft gezorgd in het persoonlijke en zakelijke leven van grondeigenaren.
Zij kwamen ongevraagd in een juridisch speelveld terecht dat volgens de onderzoekers veel van hen vergde.
Achteraf vinden de grondeigenaren overwegend dat onteigening een te zwaar instrument is voor natuurrealisatie. ‘Dat zij bij een onteigening voor natuur minder kunnen worden gecompenseerd dan voor bijvoorbeeld woningbouw, speelt daarbij een rol’, vermeldt het rapport. ‘En ook dat zij zelf natuurrealisatie geen zwaarwegend maatschappelijk belang vinden.’
Slagkracht en kans op volledige schadeloosstelling
Wel stellen de onderzoekers dat onteigening zorgt voor slagkracht en de kans om volledige schadeloosstelling te bieden. Ook is er bij slechts zes dossiers overgegaan tot deze zware stap.
‘Maar dat neemt niet weg dat ook de groep die er minnelijk uitkwam met de druk van dreigende onteigening te maken kreeg, wat volgens het dit onderzoek over het algemeen stressvol is geweest.’ En: ‘Meerdere grondeigenaren voelden druk om een bod te accepteren of ervoeren geen gelijkwaardige onderhandelingspositie. Voor hen voelt onteigening als een ongelijke strijd.’
Duidelijkheid en voortgang
In een reactie op het rapport verdedigt de provincie Zuid-Holland de aanpak. ‘Onteigening wordt door betrokkenen als een zwaar en ingrijpend middel ervaren. Het is daarom alleen ingezet wanneer genoemde andere oplossingen niet werkten. Toch heeft dit instrument gezorgd voor duidelijkheid en voortgang in een lang en ingewikkeld proces. Dankzij deze aanpak konden de doelen voor het Natuurnetwerk Nederland en de Kaderrichtlijn Water binnen de beschikbare tijd worden gehaald.’
Eerdere pogingen met alleen vrijwillige verkoop en zelfrealisatie, het op eigen grond realiseren van nieuwe natuur, leverden volgens de provincie onvoldoende resultaat op. ‘Tegelijk blijft het belangrijk om in gesprek te blijven, oog te hebben voor persoonlijke en bedrijfsmatige belangen en te werken aan vertrouwen.’
Kritisch over start
De grondeigenaren kregen aan het begin van het gebiedsproces de keuze tussen afstand doen van hun grond of ‘zelfrealisatie’, waarbij zij zelf hun gronden omvormden tot natuurgebied. Die start, daarover zijn de onderzoekers kritisch. ‘
Te direct en zonder compassie
De startgesprekken in 2017 zijn door bijna alle grondeigenaren als zeer negatief ervaren. Dit had in belangrijke mate te maken met de communicatiestijl die als te direct en zonder compassie is ervaren en dit heeft verontwaardiging opgeroepen. In het vervolg van het proces is dit deels verbeterd, met name bij de zelfrealisatoren.’
Keuze uit noodzaak
Uit het onderzoek blijkt dat de grondeigenaren hun keuze vooral maakten omdat ze het alternatief (onteigening) niet wilden. ‘Een keuze uit noodzaak dus, terwijl positieve motivaties minder voorkomen.’
Met onder meer het leveren van maatwerk is wel in de loop van de jaren het nodige verbeterd. Maar niet genoeg om de balans volledig te doen omslaan. ‘De beleving van het traject verschilt sterk tussen eigenaren. Zelfrealisatoren oordelen over het algemeen positiever dan niet-zelfrealisatoren. (…) Op basis van onze indrukken van de gesprekken en de open vragen naar de emoties kunnen we constateren dat een negatief sentiment overheerst.’
Beperkte bereikbaarheid en stiptheid
Een belangrijke rol speelde daarnaast de communicatie. Als er een ‘persoon met invloed’ was die zich voor de grondeigenaar in wilde zetten, dan zorgde dat voor een positieve invloed op de beleving van het proces.
Dat lukte in lang niet alle gevallen. ‘Beperkte bereikbaarheid en stiptheid, gebrek aan openheid, wachttijden bij het opvolgen van acties en wisselingen van personeel hebben de beleving van het proces negatief beïnvloed.’
De geringe menskracht lijkt hieraan te hebben bijgedragen
De reden volgens de onderzoekers: te weinig begeleiders. ‘Hieraan lijkt de geringe menskracht in het grondverwervingstraject te hebben bijgedragen. De beleving werd vooral ongunstig beïnvloed wanneer, volgens de grondeigenaren, door de overheid te weinig compassie werd getoond in relatie tot de grote impact op hun persoonlijke en zakelijke leven.’
In de afsluitende aanbevelingen wordt dit nadrukkelijk benoemd: zorg dat grondeigenaren te maken hebben met een vast contactpersoon, die met compassie en begrip voor de situatie van de grondeigenaar naar dossier kijkt en breder meedenkt in oplossingen.’
Taxaties: bron van onvrede
Ook brengt het rapport de rol van de taxaties op tafel. Het was een bron van onvrede tijdens het traject. ‘We hebben vaak gehoord dat taxaties van adviseurs van de grondeigenaren (veel) hoger uitkwamen dan die van de grondverwervers van de provincie, wat tot onvrede leidt. We bevelen aan om meer aandacht te hebben voor objectiveerbaarheid van taxaties en de inzichtelijkheid voor beide partijen waar eventuele verschillen vandaan komen.’
Daarnaast roepen de onderzoekers de landelijke overheid op om bij soortgelijke trajecten onteigening als instrument tegen het licht te houden. ‘Het zou goed zijn als het Rijk de maatschappelijke impact hiervan ook in andere situaties dan in de Krimpenerwaard laat evalueren. Hoe wordt omgegaan met de schadeloosstelling in andere situaties? En welke ruimte biedt de wet voor de ruimhartige vergoeding waar grondeigenaren en maatschappelijke organisaties om vragen? Wij denken dat dit inzicht belangrijk is om draagvlak te blijven houden voor de inzet van het instrument in die situaties waar het nodig is om maatschappelijke doelen te kunnen realiseren.’
Een uitspraak waar de provincie Zuid-Holland zich bij aansluit: ‘Deze lessen zijn waardevol voor toekomstige gebiedsprocessen. Ze bieden aanknopingspunten om de aanpak verder te verbeteren en de ingrijpende, soms negatieve gevolgen zoveel mogelijk te beperken.’
Het artikel gaat hieronder verder.
De stand van zaken
Een groot deel van het project Natuurgebied Veenweiden Krimpenerwaard is inmiddels uitgevoerd. Deelgebied Den Hoek is afgerond en het beheer overgedragen. De uitvoering in Kattendijksblok, Middelblok en Oudeland is voor de zomer van 2024 gestart. Inmiddels zijn de werkzaamheden zo goed als klaar.
De uitvoering voor de laatste deelgebieden Veerstalblok/Het Beijersche, Bilwijk en Graafkade is in de zomer van 2025 begonnen. De afronding is gepland in 2026.




















