
Teruggevonden fotoalbum geeft gezicht aan twee Schoonhovense slachtoffers Tweede Wereldoorlog
Nieuws 142 keer gelezenSchoonhoven - Aan de Albrecht Beijlinggracht in Schoonhoven leefden Francien en haar zoon Hijman Schenk jarenlang een betrekkelijk rustig bestaan. Zij vormden het middelpunt van een hechte Joodse familie, met een goedlopend bedrijf en een huis waar neven en nichten graag over de vloer kwamen. Tot de oorlog hun leven ontwrichtte.
door Kees van der Sluijs
In 1943 werden moeder en zoon gedeporteerd en kort na aankomst vermoord in vernietigingskamp Sobibór. Wat rest, zijn herinneringen, en een bijzonder fotoalbum.
Kiekjes van bezoek aan Schoonhoven
Die vondst werd onlangs gedaan door mevrouw Koos Groenenboom-Polak uit Velp. Bij een verhuizing kreeg zij een oud album in handen, dat eerder door de zonen van haar overleden zus was gevonden.
Het bleek het eerste gezamenlijke album van haar ouders: de Joodse Heiman Polak (1907-1979) en de niet-Joodse Sijtje Hoek (1910-1991), die elkaar leerden kennen op de HBS in Hoorn. Tussen de foto’s zat één pagina die eruit sprong: kleine kiekjes van een bezoek van Heiman aan zijn familie in Schoonhoven, begin jaren dertig. Te zien zijn zijn tante Francien en haar zoon Hijman Schenk: beiden slachtoffers van de Holocaust.
Francien Schenk-van Brink werd op 13 oktober 1868 geboren in Lienden, als oudste in een groot gezin. Haar ouders kregen veertien kinderen, maar het leven was kwetsbaar: een baby werd doodgeboren en vijf kinderen overleden al binnen hun eerste levensjaar. Acht kinderen bereikten de volwassen leeftijd, maar ook dat bood geen bescherming. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden zes van hen vermoord. Alleen twee zussen overleefden, doordat zij in 1942 nog net op tijd onderdoken toen de Sicherheitsdienst de laatste Joden uit Sliedrecht kwam ophalen.
Grote onderneming
In 1889 trouwde Francien met de veertien jaar oudere Alexander Schenk uit Schoonhoven, een neef van haar moeder en eigenaar van een handel in lompen en metalen. Het echtpaar vestigde zich aan de Albrecht Beijlinggracht.
Na twee dochters die jong overleden, werden dochter Maartje (Tilly) en zoon Hijman geboren. Na het overlijden van Alexander in 1916 zette Hijman het bedrijf voort. Het groeide uit tot een onderneming met zo’n twintig werknemers, pakhuizen en huurwoningen voor personeel.
Hijman bleef ongehuwd en stond bekend als een betrokken en vriendelijke man. Samen met zijn moeder vormde hij het middelpunt van de familie. Toen de oorlog uitbrak, woonden zij nog altijd op nummer 24 aan de gracht.
Aanvankelijk leek het leven nog betrekkelijk rustig te verlopen, maar al snel veranderde dat. In juli 1940 verloor Hijman als gevolg van de eerste anti-Joodse maatregelen zijn functie als torenwachter bij de luchtbeschermingsdienst. Stap voor stap werden Joden uitgesloten van het openbare leven. In 1941 trok Franciens zus Sientje bij hen in, een weduwe zonder kinderen. Samen probeerden zij de toenemende onzekerheid het hoofd te bieden.
De situatie verslechterde snel. Uiteindelijk kwam ook voor hen de oproep. Op 22 april 1943 moesten de laatste Joden uit de regio zich melden in Kamp Vught. Kort voor hun vertrek voegden zich nog twee familieleden bij hen: Franciens zus Marian en haar dochter Truus.
Pijnlijke aftocht per raderboot
De familie vertrok zelf uit Schoonhoven. Lopend door de straten gingen zij naar de aanlegsteiger en reisden per raderboot naar Rotterdam, waar zij zich moesten melden in Loods 24 – de verzamelplaats voor Joden uit de regio. Met hun vertrek kwam een einde aan vijf generaties familiegeschiedenis in Schoonhoven.
Vanuit Kamp Vught stuurde Francien begin mei nog een briefje waarin ze schreef dat het goed ging. Ook Hijman liet weten gezond te zijn. Maar die geruststellende woorden bleken niet de werkelijkheid.
Al op 8 mei werd Francien doorgestuurd naar Kamp Westerbork en drie dagen later op transport gezet naar Sobibór. Daar werd zij vrijwel direct na aankomst vermoord. Haar zus Sientje en andere familieleden ondergingen hetzelfde lot.
Hijman volgde kort daarna. Op 7 juni werd hij naar Westerbork gebracht en een dag later doorgestuurd naar Sobibór, in een transport met duizenden anderen, onder wie veel kinderen. Niemand overleefde. Hijman werd 48 jaar oud.
Het verlies was enorm
Na de oorlog werd duidelijk wat zich in de vernietigingskampen had afgespeeld. Enkele familieleden overleefden, onder wie dochter Tilly, die wist onder te duiken. Maar het verlies was enorm. In een brief uit 1945, geschreven door haar dochter vanuit Londen, klinkt het verdriet door over het lot van ‘oma en oom Hijman’.
Binnen de familie werd daarna nauwelijks nog over de oorlog gesproken. Het zwijgen werd een manier om met het verlies om te gaan.
Stolpersteine voor het huis
Pas decennia later kwam er weer ruimte voor herinnering. Op 25 april 2024 werden voor het huis aan de Albrecht Beijlinggracht 24 vijf Stolpersteine gelegd, ter nagedachtenis aan de vermoorde familieleden. Daarbij waren onder anderen Koos Groenenboom en nazaten van de familie aanwezig.
Het teruggevonden fotoalbum vormt een tastbare schakel met het verleden. De kleine foto’s tonen een familie in vredestijd, tijdens een bezoek, vastgelegd in ongedwongen momenten. Juist dat maakt de vondst zo bijzonder.
Om het materiaal te bewaren voor de toekomst, wordt het album overgedragen aan de archieven van het Joods Cultureel Kwartier in Amsterdam.
In Schoonhoven resten nog de graven op de Joodse begraafplaats en ook de Stolpersteine in de straat. Kleine, zichtbare herinneringen aan een familie die ooit een vanzelfsprekend onderdeel was van het leven in de stad. Tot de geschiedenis abrupt een einde maakte aan hun verhaal.























