
Krimpenerwaard start campagne over risico’s ondermijning in buitengebied
Nieuws 1.966 keer gelezenKRIMPENERWAARD • Gemeente Krimpenerwaard is woensdag een campagne in het buitengebied gestart. Doel is om inwoners en ondernemers te informeren over ondermijnende criminaliteit.
“Hoe meer zij weten over ondermijning, hoe beter zij zelf de signalen kunnen herkennen en weten wat zij moeten doen bij verdachte situaties. Zo houden we de gemeente samen veilig”, aldus burgemeester Hans Beenakker.
Criminelen maken steeds vaker gebruik van buitengebied
Uit landelijk onderzoek blijkt dat criminelen steeds vaker gebruik maken van het buitengebied. De anonimiteit, de lage meldingsbereidheid en de vele ruimte maken het buitengebied aantrekkelijk voor ondermijnende activiteiten.
Gemeente Krimpenerwaard wil bewoners en ondernemers in het buitengebied bewust maken van de risico’s en gevaren van deze vorm van criminaliteit.
Alle adressen in het buitengebied binnen de gemeente ontvangen daarom een brief van burgemeester Hans Beenakker. Hierin waarschuwt hij voor de risico’s en legt hij uit waarom het zo belangrijk is om scherp te zijn op signalen van criminaliteit.
Melden van verdachte situaties
Bij de brief zit ook een aantal bijlagen.
In de folder van het RIEC (Regionaal Informatie en Expertise Centrum) wordt uitgelegd welke signalen kunnen wijzen op criminaliteit. De folder van Meld Misdaad Anoniem geeft uitleg over het anoniem melden van criminaliteit en/of verdachte situaties. Als laatste helpt de geurkaart om de ongewone geur van XTC-labs te herkennen.
Na de zomer volgen er volgens de gemeente meer activiteiten in het kader van deze campagne.
‘Bewoners zijn ogen en oren van hun woonomgeving’
“We willen niet dat bewoners van het buitengebied slachtoffer worden van criminele activiteiten”, licht burgemeester Hans Beenakker toe. “Daarom vinden we het belangrijk om hen op deze manier te waarschuwen en dit te voorkomen. In de aanpak van (georganiseerde) criminaliteit moeten we schouder aan schouder staan. Bewoners zijn immers de ogen en oren in hun woonomgeving.”





















