
Honderdjarige over ’t Zand in de oorlog: gezellig en saamhorig, maar ook keihard
Nieuws 1.076 keer gelezenWeinig mensen hebben herinneringen aan de wijk ’t Zand in Papendrecht die zover teruggaan als die van de 100-jarige Dolf Vink. In 1933 kwam hij er als 8-jarige wonen, kort daarna maakte hij er de oorlog mee.
Papendrecht – Uit de verhalen van Dolf en zijn neef Piet Vink (zoon van een broer van Dolf) blijkt dat de sfeer in de wijk goed was, dat Papendrechters in ‘t Zand loyaal waren aan elkaar en hun land, maar dat de Tweede Wereldoorlog ook voor polarisatie zorgde.
Duitse moeder
Dolf woont in verpleeghuis De Waalburcht. Zijn rolstoel heeft hij geparkeerd bij de tafel aan het raam. “Ik ben op 31 mei 1925 in Sliedrecht geboren. Ons gezin verhuisde in 1933 naar Dijkstraat 33 op ’t Zand. Dat huis staat er niet meer. Ons gezin heeft er gewoond tot 1945. Mijn moeder was Duitse, ze heette Martha Zimmerman. Toen ze in 1920 als 13-jarige wees werd, ging ze als dienstmeisje aan de slag in Sliedrecht, waar ze mijn vader Piet Vink leerde kennen.”
Mensen dachten dat ik Adolf heette uit adoratie van mijn ouders voor Hitler
Naar Duitsland
Als gevolg van de oorlog werd het leven in Nederland minder prettig voor Martha. Dat Dolf was vernoemd naar zijn Duitse grootvader Adolf hielp ook niet mee. “Mensen dachten dat ik Adolf heette uit adoratie van mijn ouders voor Hitler. Aan het einde van de oorlog voelde mijn moeder zich erg onveilig in Nederland, ze wilde terug naar Duitsland. Mijn ouders zijn toen bij familie in Noord-Duitsland gaan wonen.”
Als gevolg van de Arbeitseinsatz was Dolf al eerder uit ’t Zand vertrokken. Hij moest in Duitsland aan het werk.
Verstoppertje
Over zijn eerste jaren op ’t Zand zegt hij: “Die waren goed. De jongens met wie ik speelde zijn allemaal overleden: Keesmaat, Bosson, Van Os. De knusse gezelligheid van ’t Zand vond ik het leukst. Met leeftijdgenoten deed ik krijgertje en verstoppertje. Nee, we voetbalden niet, er was geen bal. Ik speelde vooral veel met Jan Smouter.”
Klompenhok
Het huis op ’t Zand was klein. “Via een klompenhok kwam je binnen. We hadden er een woonkeuken en kamer en boven twee slaapkamers. Tussen de slaapkamers zat alleen een schot; er was geen plafond, je keek tegen het dak aan. We woonden er mijn zijn vijven. Ik sliep met mijn broer in één bed, mijn zus sliep in een voorkamertje. Later werd een vierde kind geboren, dat sliep bij mijn ouders op de kamer.”
Het was een actieve buurt met een eigen verenigingsleven
Oostenrijkers
Destijds woonden er op ’t Zand ook veel Oostenrijkers, herinnert Dolf zich. “Die werkten in Dordt bij de munitiefabriek. In 1938, toen Oostenrijk door Hitler bezet werd, moesten al die Oostenrijkers terug. Onze achterburen waren ook Oostenrijkers, maar ze spraken gewoon Nederlands.”
Saamhoriger
Piet kwam vroeger ook vaak op ’t Zand. “Er woonden over het algemeen wat grotere gezinnen. Het was een actieve buurt met een eigen verenigingsleven. De sfeer was er anders, de mensen waren er saamhoriger.”
Concentratiekampen
In 1946 werd Dolf opgepakt in Duitsland. “Ze verdachten mij ervan dat ik bij SS was geweest. Ik heb toen vier weken in de gevangenis gezeten, toen in concentratiekampen en daarna in Ford Honswijk, bij Utrecht. De leefomstandigheden daar waren verschrikkelijk.”
Voor de buren was het niet leuk dat er Duitse soldaten bij mijn moeder op bezoek kwamen natuurlijk
Kippen
Vanwege Martha’s afkomst was er wantrouwen in de buurt. “Dat ze contacten onderhield met Duitse militairen werd niet begrepen. Er waren soldaten ingekwartierd in een school, oudere mannen. Er was een boer bij die afkomstig was uit streek waar mijn moeder vandaan kwam. Hij had zijn kippen meegenomen en vroeg mijn moeder of ze daarvoor wilde zorgen. Zelf zorgde hij voor het voer en wij hadden dankzij die kippen af en toe een ei. Maar voor de buren was het niet leuk dat er Duitse soldaten bij mijn moeder op bezoek kwamen natuurlijk.”
Met de nek
Piet herinnert zich wat zijn opa en oma hem vertelden. “Van hen hoorde ik dat Dolf en zijn ouders met de nek werden aangekeken in hun buurt, als gevolg van de oorlog.” Het zorgde ervoor dat Dolf het niet moeilijk vond om er te vertrekken. Toch zegt hij over de mogelijke sloop van huizen in de wijk: “Niet aardig dat ze huizen gaan afbreken, die oude herinneringen verdwijnen dan allemaal.”





















