
Negentig procent blijft: hoe Hoogendoorn 1961 met een eigen leerschool jong talent bindt én opleidt
Nieuws Havendagen WerkendamWerkendam - Bij Hoogendoorn 1961 groeien jonge scheepstimmermannen stap voor stap in het vak. In de leerschool werken leerlingen vier dagen per week in de praktijk en gaan zij één dag naar school. Leermeester Ernst de Winter (50) en leerling Dinand Westerlaken (18) zien dagelijks het effect daarvan. “Je leert sneller in de praktijk.”
De leerschool in de huidige vorm bestaat ongeveer acht jaar. Daarvoor was Ernst de Winter al leidinggevende en praktijkopleider binnen het bedrijf, maar de begeleiding verliep anders. Leerlingen liepen vaak bij wisselende collega’s mee, kregen losse deelopdrachten en misten een duidelijke structuur.
"Op een gegeven moment hebben we gezegd: dit verdient meer aandacht", vertelt Ernst. Dat leidde tot de opzet van de leerschool zoals die er nu staat: een vast team van leerlingen dat samen werkt aan echte opdrachten voor klanten, onder de begeleiding van Ernst en Corné den Bok.
Mbo-leerlingen
De leerschool trekt vooral mbo-leerlingen die kiezen voor een bbl-traject, waarbij zij één dag naar school gaan en vier dagen werken. Daarnaast zijn er bol-stagiairs die tien weken stage lopen.
Maar ook jongere vmbo-leerlingen lopen met regelmaat stage bij het bedrijf. Die stages vormen meteen een belangrijk selectiemoment; zitten er leerlingen tussen die aanspraak maken op een plaatsje in de leerschool? "
We kijken niet alleen naar wat iemand kan, maar vooral naar motivatie en houding", legt Ernst uit. "Je kunt iemand veel leren, maar motivatie moet uit iemand zelf komen."
Van stageplek naar leerplek
Voor Dinand Westerlaken begon het leerschooltraject op een stagemarkt van het Gilde in Gorinchem. In de derde klas kwam hij daar in contact met Ernst. Hij liep eerst een korte stage en keerde een jaar later nog een keer terug.
"Eigenlijk zei Ernst na de eerste stageperiode al: je mag blijven", vertelt Dinand. Uiteindelijk kozen ze samen, na het afronden van het vmbo, voor een passend vervolg: een bbl-opleiding, gecombineerd met werken in de leerschool.
Sindsdien maakt hij een snelle ontwikkeling door. Waar hij in het begin met moeite een kastje in elkaar kon zetten, doet hij dat nu zonder nadenken. Het maken van een lessenaar, één van de complexere projecten in de werkplaats, gaat hem inmiddels ook goed af. "Al heb ik daar soms nog wat hulp bij nodig."
Leren door te doen, ook als het fout gaat
Ernst heeft een uitgesproken visie op begeleiden. Hij weet als geen ander hoe het voelt om onder een strenge leermeester te staan.
"Mijn leermeester was heel streng. Als je iets fout deed, was het meteen mis. Daar werd ik onzeker van. Hier mogen fouten gemaakt worden. Soms laat ik iets bewust fout gaan, omdat je daar het meest van leert."
Dinand herkent die aanpak. "Niemand maakt expres fouten. En als het misgaat, fixen we het gewoon", legt Ernst uit.
Van jochie tot vakman
Het basistraject van de leerschool duurt twee jaar, maar het tempo verschilt per leerling. Wie zich snel ontwikkelt, kan eerder doorstromen. Anderen ontdekken juist dat een andere richting beter past, bijvoorbeeld buitenwerk in plaats van de werkplaats.
Het merendeel van de leerlingen blijft bij het bedrijf werken. Ongeveer negentig procent stroomt door. "Je hebt er niets aan als je opleidt voor de buurman", zegt Ernst. "Maar doordat we ze hier goed begeleiden en betrekken, blijven ze vaak."
De groei die leerlingen doormaken is volgens hem groot, zowel vakinhoudelijk als persoonlijk. "Ze komen als jochies binnen en gaan weg als jonge vakmannen. Dat is mooi om te zien."
Betrokkenheid blijft
De band met leerlingen stopt niet zodra zij de leerschool verlaten. Ernst houdt contact, ook jaren later. "Als iemand een dip heeft, spreken we elkaar nog weleens. Even bijpraten en iemand weer op weg helpen."
Die betrokkenheid wordt volgens hem mede mogelijk gemaakt door de steun vanuit het bedrijf. "De directie staat erachter. Er is veel ruimte voor opleiding, begeleiding en ontwikkeling. Dat is niet vanzelfsprekend, want het kost veel tijd en geld. Maar het levert ook veel op."
Praktijk als basis
Zowel Ernst als Dinand zijn duidelijk over het belang van de leerschool. "Met theorie kun je veel leren, maar uiteindelijk komt het op de praktijk neer", zegt Dinand. "Wat ik hier leer, gebruik ik elke dag."
Ernst vult aan: "Je kunt alles weten over machines of constructies, maar als je er nooit mee werkt, begrijp je het niet echt. Dit is een vak dat je met je handen leert."
Voor Dinand is de keuze daarom logisch: hij wil zich verder ontwikkelen en ziet zijn toekomst bij Hoogendoorn. "Ik weet nog niet precies of ik binnen of buiten wil werken, maar ik wil hier wel blijven. Je krijgt hier kansen en goede begeleiding."





















