Afbeelding
Foto: Aangeleverd
interview #trotsopdeboer

40 jaar software voor in de stal: in gesprek met Harm-Jan van der Beek

Nieuws

Genderen - Harm-Jan van der Beek woont op de boerderij in Genderen waar hij opgegroeid is. Hij is geen melkveehouder geworden, ook al wilde hij dat graag. Door zijn interesse in de bètavakken rolde hij in de software. Maar wel met een link naar het boerenerf: met behulp van management software kunnen boeren over de hele wereld op een efficiëntere manier de veestapel beheren.

Hij heeft mooie herinneringen aan vroeger. “Als klein jongetje ging ik, als ik koude handen had, de stal in en dan stak ik mijn handen tussen de uier en de achterpoot van een koe. Ze waren zo mak als wat .” De koeien liepen in de zomer buiten en in de winter stonden ze op dezelfde plek op stal. “Mijn vader molk al 45 koeien. Voor die tijd best veel. Als ik mijn ogen dichtdoe, weet ik alle namen van de koeien nog”, lacht Harm-Jan. In 1973 overleed zijn vader echter; zijn moeder probeerde het bedrijf overeind te houden. “Ik was toen dertien. Ze is nog zo’n jaar of twee doorgegaan. Daarna is het een akkerbouwbedrijf geworden.”

Boerenerf te klein

Zijn liefde voor koeien is hij nooit kwijtgeraakt. “Ik wilde graag boer worden, maar had niet zo’n sterke rug. Ik heb de Landbouwuniversiteit in Wageningen gedaan. Ik ging naast een bijvak drie dagen per week aan de slag op de boerderij van een oom. Maar ik moest concluderen dat ik het fysiek voor langere termijn niet aankon. En ik had het idee dat het boerenerf voor mij te klein was. Ik ben in contact gekomen met iemand die software ontwikkelde.” Die ontmoeting resulteerde in het ontstaan van het bedrijf Uniform-Agri. Trots vertelt hij: “Het bedrijf bestaat dit jaar 40 jaar.”

Fascinatie voor cijfers

De fascinatie voor cijfertjes heeft hij niet van een vreemde. “Mijn vader had al een hele precieze lijst: welke koe is wanneer tochtig? Dat vond ik prachtig.” Diezelfde informatie speelt een hoofdrol in de software van Uniform-Agri. “Koeien zijn om de drie weken tochtig, dan kun je ze insemineren. En circa acht weken voordat ze gaan kalven, zet je ze droog. Je kunt alles bijhouden in onze app: alles rond de vruchtbaarheid, hoeveel dagen de koe naar buiten gaat, informatie over de gezondheid, welke medicatie er toegediend wordt, welk batchnummer dat medicijn heeft. De software gaat de hele wereld over. Wij managen nu circa 6 miljoen koeien.”

Tweetalige medewerkers

“We hebben wereldwijd zo’n 20.000 boeren als klant, voornamelijk in het buitenland. We hebben dertien nationaliteiten in dienst. Iedereen bij ons callcenter is tweetalig, zodat je altijd iemand in de eigen taal kunt helpen. Alle informatie wordt in het CRM-systeem vastgelegd. Dus als de boer de volgende dag iemand anders aan de telefoon heeft, dan weet die persoon wat er al besproken is. We monitoren alles superstrak: 90 procent van onze klanten moet binnen 120 seconden iemand aan de lijn hebben die ze kan helpen.” Dat contact met de boer is ook van waarde voor nieuwe ontwikkelingen, vertelt Harm-Jan. “Als je merkt dat over een bepaald onderwerp veel vragen gesteld worden, dan moeten we daar iets mee doen.”

Boerenverstand gebruiken

Hij ziet wel degelijk overeenkomsten tussen data nu en vroeger. “Vroeger ging je melken in het land. En onderweg terug kon iedereen zien hoeveel melkbussen er op de wagen stonden.” Ook toen hielden boeren elkaar al in de gaten: hoe doet hij het ten opzichte van mij? “Dat is vergelijkbaar met benchmarking in de huidige software: jouw data vergelijken met die van iemand anders. Maar als een boer de melkbussen gewoon minder vol deed, leek het dus alsof hij heel veel melk had. Standaardisatie is dus wel belangrijk, alleen dan kun je goed vergelijken.” De software helpt daarbij, alhoewel je daar ook gewoon je boerenverstand bij moet gebruiken. Want vergelijken tussen landen kan niet altijd. “In Ethiopië bijvoorbeeld lopen heel veel koeien. Maar niet voor de zuivelproductie. De koe produceert mest, die is belangrijk voor de bananenboom. Want die boom zorgt voor de inkomsten. De melk is daar een bijproduct. In Vietnam zijn we betrokken bij een groot project. Daar managen we 60.000 koeien, maar er zijn ook duizenden boertjes met 3 of 5 koeien. Met een appje op de telefoon kunnen ze alles bijhouden.”

Respect voor de boer

Even terug naar eigen bodem: Harm-Jan ziet hoeveel veehouders in Nederland doen voor hun koeien. “De boer verzorgt zijn koeien vaak beter dan de boerin! De pedicure komt langs, de diëtiste, ze liggen op een waterbed, er is een massageborstel en er wordt regelmatig een uitstrijkje gedaan”, grapt hij. “Een koe kan alleen maar veel melk geven als ze goed verzorgd wordt.” Hij heeft dan ook veel ontzag voor de agrarische sector. “Alles wat je eet of drinkt wordt door boeren gemaakt: brood, bier, patat, kaas, boter, yoghurt. Ze werken soms 90 uur per week. Dus er zou een beetje meer respect moeten zijn voor de boeren.” Hij maakt zich druk over het beleid dat vanuit Den Haag opgelegd wordt. “Wij, bij Uniform-agri, kunnen het goed vergelijken met andere landen. Nederland heeft de meest efficiënte en meest duurzame veestapel. Er is minder jongvee, de dieren worden ouder dan in andere landen. Maar toch moeten boeren gedwongen stoppen. Daar gaat heel veel verkeerd. Je krijgt extra geld voor je gebouw op basis van de boekwaarde, maar niet voor je koeien of voor je land. Maak dan een fatsoenlijke regeling, zodat ook oudere boeren, van wie de gebouwen bijna afgeschreven zijn, kunnen stoppen. Alles wordt nu bepaald door mensen die er geen verstand van hebben. Dat gaat me aan het hart.”

Lokale politiek

Over politiek gesproken: Harm-Jan is al sinds zijn twintiger jaren politiek actief. Ook die interesse kreeg hij van huis uit mee: zijn opa en vader zaten in de politiek en zijn moeder was één van de eerste vrouwelijke gemeenteraadsleden in Aalburg. Na tweeëneenhalve termijn als voorzitter van het CDA Altena geeft hij binnenkort het stokje over. Kon hij in die rol ook zijn hart voor het boerenleven laten spreken? “Als lokale politiek kun je weinig doen, je bent gebonden aan provinciale, landelijke en Europese regels.” Een mooi voorbeeld is het beregeningsverbod in Brabant. “Altena behoort tot die provincie, maar ook bij het waterschap Rivierenlanden. Op zandgrond was de situatie compleet anders dan bij ons, tussen de rivieren. Dit zou dus gemeentelijk moeten worden geregeld.” Hij ziet ook graag dat er meer wordt samengewerkt tussen boeren onderling en dat de consument ook de moeite doet om bij de boer te kopen. “Kijk bijvoorbeeld naar een zuivelboerderij die zelf een winkel heeft. Die kunnen prima producten verkopen van andere boeren. En de consument zou meer bij de boer zelf moeten kopen. En een eerlijke prijs moeten betalen: de boer moet veel werk verzetten, hij moet land hebben en machines om dat land te bewerken. Maar wie staan er in de Quote500? De eigenaren van supermarktketens, geen boeren.”

Verder kijken

Zijn werk is belangrijk voor hem, ook na 40 jaar. “Koeien zijn mijn passie en ik kan het goed combineren met het commerciële aspect. En reizen vind ik leuk. Ik reis de hele wereld over.” Zijn eigen rol binnen het bedrijf is wel veranderd. “Het bedrijf is van mij geweest, ik heb het 13 jaar geleden verkocht. Tot vorig jaar was ik nog directeur. Ik ben nu 65 en wil graag alles regelen met de aandeelhouders, maar wel zo dat de cultuur blijft behouden.” Hij voelt dezelfde passie voor de melkveehouderij bij zijn collega’s en waardeert de loyaliteit van de klanten van Uniform-Agri. “Eén van onze eerste klanten had in 1984 al ons programma gekocht en heeft sindsdien alles bijgehouden. Er werd laatst een kalfje geboren, waar we vijftien generaties van terug konden kijken. Echte fokkers vinden dat mooi.” Het bedrijf werkt op dit moment aan een uitbreiding richting de vleessector. “Dat is met name voor Zuid-Amerika interessant. Daar is behoefte aan software voor de spermahandel, om bijvoorbeeld het gewicht van de vleeskoeien te registreren en zo in de gaten te houden of de groei goed genoeg is.” Voorlopig dus nog genoeg werk aan de winkel.

Dit interview verscheen eerder in magazine #trotsopdeboer editie Altena, dat begin juni 2026 uitkwam.

Harm-Jan van der Beek
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Laatste nieuws

Afbeelding
Sport 34 minuten geleden
Giessen 7 wint ongeslagen de Regiocompetitie Jeu de Boules
Afbeelding
interview #trotsopdeboer 2 uur geleden
40 jaar software voor in de stal: in gesprek met Harm-Jan van der Beek
Afbeelding
Sport 2 uur geleden
Gymnasten strijden om bekers bij OKK Werkendam
Afbeelding
Sport 3 uur geleden
Jubileum met Highland Games voor EA Personal Training in Sleeuwijk

Advertenties uit de krant

Afbeelding
Foto: Aangeleverd
interview #trotsopdeboer

40 jaar software voor in de stal: in gesprek met Harm-Jan van der Beek

Nieuws

Genderen - Harm-Jan van der Beek woont op de boerderij in Genderen waar hij opgegroeid is. Hij is geen melkveehouder geworden, ook al wilde hij dat graag. Door zijn interesse in de bètavakken rolde hij in de software. Maar wel met een link naar het boerenerf: met behulp van management software kunnen boeren over de hele wereld op een efficiëntere manier de veestapel beheren.

Hij heeft mooie herinneringen aan vroeger. “Als klein jongetje ging ik, als ik koude handen had, de stal in en dan stak ik mijn handen tussen de uier en de achterpoot van een koe. Ze waren zo mak als wat .” De koeien liepen in de zomer buiten en in de winter stonden ze op dezelfde plek op stal. “Mijn vader molk al 45 koeien. Voor die tijd best veel. Als ik mijn ogen dichtdoe, weet ik alle namen van de koeien nog”, lacht Harm-Jan. In 1973 overleed zijn vader echter; zijn moeder probeerde het bedrijf overeind te houden. “Ik was toen dertien. Ze is nog zo’n jaar of twee doorgegaan. Daarna is het een akkerbouwbedrijf geworden.”

Boerenerf te klein

Zijn liefde voor koeien is hij nooit kwijtgeraakt. “Ik wilde graag boer worden, maar had niet zo’n sterke rug. Ik heb de Landbouwuniversiteit in Wageningen gedaan. Ik ging naast een bijvak drie dagen per week aan de slag op de boerderij van een oom. Maar ik moest concluderen dat ik het fysiek voor langere termijn niet aankon. En ik had het idee dat het boerenerf voor mij te klein was. Ik ben in contact gekomen met iemand die software ontwikkelde.” Die ontmoeting resulteerde in het ontstaan van het bedrijf Uniform-Agri. Trots vertelt hij: “Het bedrijf bestaat dit jaar 40 jaar.”

Fascinatie voor cijfers

De fascinatie voor cijfertjes heeft hij niet van een vreemde. “Mijn vader had al een hele precieze lijst: welke koe is wanneer tochtig? Dat vond ik prachtig.” Diezelfde informatie speelt een hoofdrol in de software van Uniform-Agri. “Koeien zijn om de drie weken tochtig, dan kun je ze insemineren. En circa acht weken voordat ze gaan kalven, zet je ze droog. Je kunt alles bijhouden in onze app: alles rond de vruchtbaarheid, hoeveel dagen de koe naar buiten gaat, informatie over de gezondheid, welke medicatie er toegediend wordt, welk batchnummer dat medicijn heeft. De software gaat de hele wereld over. Wij managen nu circa 6 miljoen koeien.”

Tweetalige medewerkers

“We hebben wereldwijd zo’n 20.000 boeren als klant, voornamelijk in het buitenland. We hebben dertien nationaliteiten in dienst. Iedereen bij ons callcenter is tweetalig, zodat je altijd iemand in de eigen taal kunt helpen. Alle informatie wordt in het CRM-systeem vastgelegd. Dus als de boer de volgende dag iemand anders aan de telefoon heeft, dan weet die persoon wat er al besproken is. We monitoren alles superstrak: 90 procent van onze klanten moet binnen 120 seconden iemand aan de lijn hebben die ze kan helpen.” Dat contact met de boer is ook van waarde voor nieuwe ontwikkelingen, vertelt Harm-Jan. “Als je merkt dat over een bepaald onderwerp veel vragen gesteld worden, dan moeten we daar iets mee doen.”

Boerenverstand gebruiken

Hij ziet wel degelijk overeenkomsten tussen data nu en vroeger. “Vroeger ging je melken in het land. En onderweg terug kon iedereen zien hoeveel melkbussen er op de wagen stonden.” Ook toen hielden boeren elkaar al in de gaten: hoe doet hij het ten opzichte van mij? “Dat is vergelijkbaar met benchmarking in de huidige software: jouw data vergelijken met die van iemand anders. Maar als een boer de melkbussen gewoon minder vol deed, leek het dus alsof hij heel veel melk had. Standaardisatie is dus wel belangrijk, alleen dan kun je goed vergelijken.” De software helpt daarbij, alhoewel je daar ook gewoon je boerenverstand bij moet gebruiken. Want vergelijken tussen landen kan niet altijd. “In Ethiopië bijvoorbeeld lopen heel veel koeien. Maar niet voor de zuivelproductie. De koe produceert mest, die is belangrijk voor de bananenboom. Want die boom zorgt voor de inkomsten. De melk is daar een bijproduct. In Vietnam zijn we betrokken bij een groot project. Daar managen we 60.000 koeien, maar er zijn ook duizenden boertjes met 3 of 5 koeien. Met een appje op de telefoon kunnen ze alles bijhouden.”

Respect voor de boer

Even terug naar eigen bodem: Harm-Jan ziet hoeveel veehouders in Nederland doen voor hun koeien. “De boer verzorgt zijn koeien vaak beter dan de boerin! De pedicure komt langs, de diëtiste, ze liggen op een waterbed, er is een massageborstel en er wordt regelmatig een uitstrijkje gedaan”, grapt hij. “Een koe kan alleen maar veel melk geven als ze goed verzorgd wordt.” Hij heeft dan ook veel ontzag voor de agrarische sector. “Alles wat je eet of drinkt wordt door boeren gemaakt: brood, bier, patat, kaas, boter, yoghurt. Ze werken soms 90 uur per week. Dus er zou een beetje meer respect moeten zijn voor de boeren.” Hij maakt zich druk over het beleid dat vanuit Den Haag opgelegd wordt. “Wij, bij Uniform-agri, kunnen het goed vergelijken met andere landen. Nederland heeft de meest efficiënte en meest duurzame veestapel. Er is minder jongvee, de dieren worden ouder dan in andere landen. Maar toch moeten boeren gedwongen stoppen. Daar gaat heel veel verkeerd. Je krijgt extra geld voor je gebouw op basis van de boekwaarde, maar niet voor je koeien of voor je land. Maak dan een fatsoenlijke regeling, zodat ook oudere boeren, van wie de gebouwen bijna afgeschreven zijn, kunnen stoppen. Alles wordt nu bepaald door mensen die er geen verstand van hebben. Dat gaat me aan het hart.”

Lokale politiek

Over politiek gesproken: Harm-Jan is al sinds zijn twintiger jaren politiek actief. Ook die interesse kreeg hij van huis uit mee: zijn opa en vader zaten in de politiek en zijn moeder was één van de eerste vrouwelijke gemeenteraadsleden in Aalburg. Na tweeëneenhalve termijn als voorzitter van het CDA Altena geeft hij binnenkort het stokje over. Kon hij in die rol ook zijn hart voor het boerenleven laten spreken? “Als lokale politiek kun je weinig doen, je bent gebonden aan provinciale, landelijke en Europese regels.” Een mooi voorbeeld is het beregeningsverbod in Brabant. “Altena behoort tot die provincie, maar ook bij het waterschap Rivierenlanden. Op zandgrond was de situatie compleet anders dan bij ons, tussen de rivieren. Dit zou dus gemeentelijk moeten worden geregeld.” Hij ziet ook graag dat er meer wordt samengewerkt tussen boeren onderling en dat de consument ook de moeite doet om bij de boer te kopen. “Kijk bijvoorbeeld naar een zuivelboerderij die zelf een winkel heeft. Die kunnen prima producten verkopen van andere boeren. En de consument zou meer bij de boer zelf moeten kopen. En een eerlijke prijs moeten betalen: de boer moet veel werk verzetten, hij moet land hebben en machines om dat land te bewerken. Maar wie staan er in de Quote500? De eigenaren van supermarktketens, geen boeren.”

Verder kijken

Zijn werk is belangrijk voor hem, ook na 40 jaar. “Koeien zijn mijn passie en ik kan het goed combineren met het commerciële aspect. En reizen vind ik leuk. Ik reis de hele wereld over.” Zijn eigen rol binnen het bedrijf is wel veranderd. “Het bedrijf is van mij geweest, ik heb het 13 jaar geleden verkocht. Tot vorig jaar was ik nog directeur. Ik ben nu 65 en wil graag alles regelen met de aandeelhouders, maar wel zo dat de cultuur blijft behouden.” Hij voelt dezelfde passie voor de melkveehouderij bij zijn collega’s en waardeert de loyaliteit van de klanten van Uniform-Agri. “Eén van onze eerste klanten had in 1984 al ons programma gekocht en heeft sindsdien alles bijgehouden. Er werd laatst een kalfje geboren, waar we vijftien generaties van terug konden kijken. Echte fokkers vinden dat mooi.” Het bedrijf werkt op dit moment aan een uitbreiding richting de vleessector. “Dat is met name voor Zuid-Amerika interessant. Daar is behoefte aan software voor de spermahandel, om bijvoorbeeld het gewicht van de vleeskoeien te registreren en zo in de gaten te houden of de groei goed genoeg is.” Voorlopig dus nog genoeg werk aan de winkel.

Dit interview verscheen eerder in magazine #trotsopdeboer editie Altena, dat begin juni 2026 uitkwam.

Harm-Jan van der Beek
Het vernielde kasteel Dussen.
Nieuws 4 uur geleden
Veerkrachtig Erfgoed in veertig jaar Open Monumentendag
Afbeelding
Nieuws 5 uur geleden
Inlooppunt Werkendam tijdelijk naar De Bron door renovatie
Afbeelding
fotoserie 5 uur geleden
Zonovergoten jaarmarkt in Wijk en Aalburg
Naomi van Wijk (l) en Fleur van Vliet.
Sport 7 uur geleden
Zilvermeeuw sluit sterk seizoen af met goud, zilver en brons
Afbeelding
112 17 uur geleden
Ernstig ongeval N267 Veen, trauma-arts biedt ondersteuning

Download onze app

  • Al het nieuws uit jouw regio
  • Direct op de hoogte
  • Gratis downloaden

Tip de redactie

Heb je een tip, foto of video die nieuwswaardig is? Deel ’m met onze redactie.

Versturen