
Buitenschilderwerk in het rivierengebied, waarom de laatste weken voor de winter tellen
Zakelijk-nieuws-landelijkEen ochtend langs de Lek of de Merwede begint in het najaar vaak in de mist. Het gras is nat, de kozijnen van de boerderij aan de dijk ook, en pas rond het middaguur trekt het vocht weg. Voor houtwerk is dat een beproeving. Het vochtige klimaat van de Alblasserwaard, de Krimpenerwaard en de Vijfheerenlanden vraagt meer van verf en hout dan op de hogere zandgronden in het oosten van het land.
Wie het buitenschilderwerk nog op de planning heeft staan, doet er goed aan de komende weken te benutten.
Vocht uit de lucht en uit de grond
In de polders ligt het grondwater hoog en houdt de rivierklei veel water vast. Rond huizen, schuren en stallen blijft de lucht daardoor vaak vochtig. Houtwerk dat dicht bij de grond zit, zoals de onderdorpels van deuren en de onderkant van kozijnen, staat het grootste deel van het jaar bloot aan dat vocht. Komen er kleine scheurtjes in de verflaag, dan trekt het water via die openingen het hout in. Droogt het daarna niet goed uit, dan is houtrot een kwestie van tijd.
Dijkwoningen hebben daarbij een eigen uitdaging. De voorgevel ligt vaak op dijkhoogte, de achterkant een verdieping lager in de polder. De bovenkant vangt wind en regen, de onderkant krijgt weinig zon en blijft lang nat. Twee kanten van hetzelfde huis verouderen zo in een ander tempo.
Zo herken je dat het houtwerk aandacht nodig heeft
Een verflaag die dof en krijtachtig aanvoelt, beschermt minder goed dan hij oogt. Barsten in de hoeken van kozijnen, bladderende verf op de onderdorpel en naden waar de kit loslaat zijn duidelijke signalen. Druk met een schroevendraaier op twijfelachtige plekken. Geeft het hout mee, dan zit er waarschijnlijk al rot in.
Wie twijfelt, laat een schilder kijken die aangesloten is bij Vakwerk Plusgarantie, een keurmerk van brancheorganisatie OnderhoudNL met ruim 500 deelnemende schilders- en onderhoudsbedrijven. Zo’n vakman kan inschatten of bijwerken volstaat of dat er stukken hout vervangen moeten worden.
Verf heeft warmte en droog weer nodig
Verf droogt niet zomaar bij elke temperatuur. De meeste buitenverven hebben een minimale temperatuur en een beperkte luchtvochtigheid nodig om goed uit te harden.
De fabrikant vermeldt de precieze waarden op het blik. Wordt het te koud of te vochtig, dan hecht de verf slechter, blijft hij langer zacht en kan er vocht onder de laag worden opgesloten.
Ook het hout zelf moet droog zijn voordat er een nieuwe laag op gaat, en na een regenachtige week kan dat een paar dagen duren. September en de eerste helft van oktober bieden in de regel nog genoeg droge, zachte dagen. Daarna worden de nachten kouder en de ochtenden natter. Wie nu de schilder belt, heeft de meeste kans dat het werk nog vóór de winter klaar is. Vroeg plannen helpt, want veel schilders hebben in het najaar een volle agenda.
Stevige grond onder het huis, stevige verflaag erop
Op slappe grond speelt nog iets mee. Zettingen kunnen kozijnen licht laten vervormen, waardoor naden openen en verf eerder scheurt. Waarom bouwers in de polder daar al bij de fundering rekening mee houden, lees je in het artikel over bouwen op slappe grond en de hoogte ten opzichte van NAP.
Voor het schilderwerk betekent het dat een goede voorbereiding minstens zo belangrijk is als de verf zelf: schuren, kitnaden vernieuwen en rot hout eerst herstellen.
Bij een erkende schilder weet je vooraf waar je aan toe bent. Bedrijven met het keurmerk bieden onder meer een duidelijke begroting en een vaste planning, meerjarige garantie op het opgeleverde werk en een verzekering voor schade die tijdens het werk ontstaat.





















