
Bouwen op slappe grond: waarom de landmeter eerst de hoogte ten opzichte van NAP vastlegt
Zakelijk-nieuws-landelijkIn de Alblasserwaard en de Krimpenerwaard ligt het maaiveld op veel plekken onder NAP en bestaat de ondergrond uit veen en klei, en die grond beweegt. Bouwt u hier een loods of een woningblok, dan krijgt u met die beweging te maken, soms pas jaren na de oplevering. Daarom begint een bouwplan in de polder met twee vragen: hoe hoog ligt het terrein precies, en blijft het daar liggen?
Landmeetkundig bureau Dutch Survey legt die hoogte vast voor aannemers, ontwikkelaars, gemeenten en waterschappen. In dit artikel leest u wat er gemeten wordt en wanneer die meting in een bouwplan hoort.
Wat NAP is en waarom een bouwtekening ermee begint
Hoogtes in Nederland worden uitgedrukt ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil, kortweg NAP. Het is het landelijke referentieniveau waarop bouwtekeningen en rioolontwerpen zijn gebaseerd. Op een tekening staat de vloer van een loods dus op een vaste hoogte boven NAP. Om die hoogte in het veld terug te vinden, sluit de landmeter aan op een NAP-bout: een metalen merk in een brug, een kademuur, een gebouw of een peilschaal waarvan de hoogte landelijk is vastgelegd. Vanaf dat punt meet hij het hoogteverschil naar het bouwterrein.
Dat gebeurt bij voorkeur met waterpassen, de nauwkeurigste methode. De landmeter meet elk hoogteverschil heen en terug met een digitaal nivelleerinstrument en sluit de meetlus af op een tweede NAP-punt. Wijkt het verschil tussen begin en eind meer af dan de tolerantie toelaat, dan is de meting niet bruikbaar en doet hij het traject over. Zo haalt een precisienivellement een nauwkeurigheid tot op de tiende millimeter. Waar minder precisie volstaat, bijvoorbeeld bij een terreinopname, meet de landmeter de hoogte met GNSS, het satellietsysteem waar GPS onder valt.
Wat er misgaat als de hoogte niet klopt
Een riool moet onder afschot lopen, een vloer moet aansluiten op een bestaande hal, een inrit mag het regenwater niet naar de garage leiden. In al die gevallen bepaalt de hoogte ten opzichte van NAP of het werkt. Een paar centimeter verschil valt op de tekening niet op, en op het bouwterrein evenmin. Bij de eerste flinke regenbui wel.
Op slappe grond komt daar een tweede probleem bij. Het terrein zakt onder het gewicht van het zand dat als voorbelasting is aangebracht, en de omgeving zakt soms mee. Een hoogte die bij de start klopte, klopt later in het werk niet meer. Wilt u dat later kunnen aantonen, dan heeft u een meting van vóór het werk nodig.
De nulmeting: vastleggen hoe het was
Bouwt u naast bestaande bebouwing of een dijk, dan wilt u achteraf kunnen laten zien wat het werk met de omgeving heeft gedaan. Daarvoor dient een nulmeting. De landmeter brengt vaste meetpunten aan op de buurpanden en het dijklichaam en legt van elk punt de positie vast, in hoogte en in het horizontale vlak. Tijdens het werk herhaalt hij die meting op afgesproken momenten en vergelijkt hij de uitkomst met de nulmeting. Zo ontstaat een trendlijn die laat zien of een constructie stil ligt of beweegt, eerder dan aan scheuren of scheefstand te zien is.
Worden vooraf afgesproken grenswaarden overschreden, dan volgt direct een signaal, zodat de aannemer kan ingrijpen voordat de beweging schade wordt. Bij een dijkversterking of een diepe bouwput kan dat meten ook automatisch: een vast opgesteld total station meet dag en nacht en stuurt de gegevens naar een webportaal. Zo’n meetreeks maakt een discussie achteraf ook controleerbaar. Ontstaat er een scheur in een buurpand, dan ligt vast wat er wanneer is bewogen.
Wanneer de hoogtemeting in de planning hoort
Laat de hoogte vastleggen vóór het ontwerp, want het ontwerp en de vergunningaanvraag bouwen erop voort. De nulmeting hoort vóór de eerste graafmachine: een meting die later start, laat niet meer zien hoe het terrein er bij aanvang bij lag.
Dutch Survey werkt vanuit Alkmaar door het hele land, met eigen Leica- en GeoMax-apparatuur. Op industriële bouwplaatsen in het Rotterdamse havengebied doet het bureau meetwerk voor onder meer Dura Vermeer en Strabag Züblin. De werkwijze bij hoogtemetingen staat verder beschreven op de pagina over hoogtemetingen op dutchsurveybv.com.






















