
Vol stroomnet vertraagt uitbreiding woonwagenkamp Arkel
NieuwsArkel - De uitbreiding van het woonwagenkamp in Arkel laat opnieuw op zich wachten. De beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet is volgens de gemeente Molenlanden de grootste belemmering voor de plaatsing van nieuwe woonwagens.
Voor bewoner en voorzitter van Behoud Woonwagencultuur in Nederland, Piet van Assendorp, is de vertraging het zoveelste hoofdstuk in een dossier dat al sinds 2012 loopt.
“We zijn inmiddels bijna vijftien jaar verder”, zegt hij. Hij stuurde onlangs een brief aan de gemeenteraad van Molenlanden, waarin hij aandringt op meer vaart achter de uitbreiding. Van de zes toegezegde standplaatsen zijn er drie in 2023 gerealiseerd. Op de overige drie wordt nog gewacht.
‘Stedin kampt met achterstanden’
Voor de drie nieuwe woonwagens zijn op 23 juni aanvragen ingediend voor elektriciteitsaansluitingen. Dat is volgens de gemeente een belangrijke oorzaak van de huidige vertraging.
‘Netbeheerder Stedin kampt met achterstanden bij aanvragen vanwege krapte op het stroomnet. Hierdoor kan er momenteel geen definitieve planning worden afgegeven. We hebben de aansluitaanvragen op een interne prioriteitenlijst geplaatst en onderhouden contact met Stedin om de urgentie van het project te benadrukken’, licht een woordvoerder van de gemeente toe. ‘Maar de oplevering blijft afhankelijk van het moment waarop de aansluiting op het stroomnet plaatsvindt.’
Waarom is er niet eerder een aanvraag gedaan?
Van Assendorp betwist dat het volle stroomnet de lange vertraging verklaart. “Fase 2 had in 2024 al klaar moeten zijn, en fase 1 liep ook vertraging op. Toen vormde het stroomnet nog geen belemmering. Waarom is er niet eerder een aanvraag gedaan? Dat had deze problemen kunnen voorkomen.”
Productie gepland voor december
De bouwvoorbereiding is ondertussen wel in gang gezet. Woningcorporatie Lek en Waard Wonen, verantwoordelijk voor de realisatie van de tweede fase, heeft op 1 juli opdracht gegeven voor de bouw van de woonwagens. De productie staat gepland voor december, waarna de opbouw in de fabriek wordt gevolgd, die naar verwachting zes weken duurt.
Ook moeten het terrein worden verhard, bergingen worden geplaatst en andere voorzieningen worden afgerond. Volgens de gemeente is begin 2027 daarom een realistische verwachting voor de oplevering. ‘Maar een exacte datum is niet te geven.’
‘Het uitsterfbeleid is gestopt, maar het voelt nu als uitstelbeleid’
Het plan voor de uitbreiding van het woonwagenkamp ontstond in 2012. “Uit woonbehoefteonderzoek kwamen eigenlijk 16 woonwagens naar voren”, legt Van Assendorp uit. “Maar uiteindelijk werd dat plan teruggebracht naar zes. Op deze manier konden in ieder geval de kinderen van bewoners hier een woonwagen krijgen. Het uitsterfbeleid is gestopt, maar het voelt nu als uitstelbeleid. Doordat de uitbreiding zo lang duurt, zien sommige jongeren geen perspectief meer en zoeken ze hun woonruimte ergens anders.”
Volgens hem spelen naast praktische obstakels ook financiële overwegingen bij de woningcorporaties een rol. “Ze vinden het onrendabel, maar de investeringen worden echter terugverdiend via de maandelijkse huur en de lange levensduur van de woonwagens.”
Verdeelde verantwoordelijkheden
De gemeente benadrukt dat de verantwoordelijkheden verdeeld zijn. ‘Wij zijn verantwoordelijk voor het woonwagenbeleid en de toewijzing van standplaatsen, Lek en Waard Wonen voor de bouw en plaatsing van de woonwagens. Ook woningcorporatie Kleurrijk Wonen is betrokken, onder meer bij het beheer en de verhuur.’
Naast de elektriciteitsaansluitingen moest ook de grondoverdracht tussen de gemeente en Lek en Waard Wonen nog worden afgerond. Dat is inmiddels rond.
‘Het is nu wel genoeg geweest’
Van Assendorp vindt dat de gemeente nadrukkelijker moet toezien op de voortgang. “Ik weet dat de gemeente niet zelf verantwoordelijk is voor de bouw, maar ik vind wel dat wel dat de betrokken partijen aan de gemaakte afspraken moeten houden. De gemeente moet gewoon zeggen: het is nu wel genoeg geweest”, zegt hij. “We verliezen steeds meer vertrouwen wanneer beloofde opleverdata steeds opschuiven. We worden niet serieus genomen. Je laat die grond gewoon vier jaar braak liggen. Dat vind ik kwalijk, zeker in een tijd van woningnood.”





















