
Tachtig jaar na de hongerwinter herenigd: Nicolina (92) en Jaantje (98) zien elkaar terug in Hoornaar
NieuwsHoornaar/Schelluinen - Tachtig jaar nadat de hongerwinter hen samenbracht, hebben Nicolina Meerkerk (92) uit Doesburg en Jaantje de Groot-van der Steldt (98) uit Hoornaar elkaar op dinsdag 21 juli weer voor het eerst gezien. De ontmoeting in De Zes Molens bracht een stroom aan herinneringen terug aan een periode die hun leven voorgoed veranderde.
We zitten in een kleine woning op de eerste verdieping van woonzorgcomplex De Zes Molens in Hoornaar. Krap, want niet alleen de twee dames maar ook de drie kinderen van Nicolina hebben plaatsgenomen rondom de salontafel onder het grote raam. Ze luisteren aandachtig hoe de dames terugblikken op de meest bepalende periode van hun levens.
Ternauwernood overleefd
Aan het einde van 1944 ging het slecht met de elfjarige Nicolina. In Rotterdam was nauwelijks nog eten. Ze werd steeds zieker en vermagerde snel. Dus haar vader besloot haar op de fiets naar familie in Schelluinen te brengen.
"Als hij dat niet had gedaan, was ik dood geweest," zegt Nicolina stilletjes, met tranen in haar ogen. Ze zit schuin tegenover Jaantje, herpakt zich en vertelt verder. De tocht naar Schelluinen was zwaar. Er lag sneeuw, het was ijskoud en onderweg zag ze vrouwen zonder schoenen met kinderwagens lopen, op zoek naar eten.
Nog zieker geworden
Bij de familie Van de Steldt stond gelukkig altijd een pan aardappelen op tafel, zo ook toen Nicolina en haar vader arriveerden. Maar ze schepte te veel op, haar buik was niet meer gewend aan het volume en haar toestand werd alleen maar zorgwekkender.
"Ik had zoveel gegeten dat ik doodziek werd. Daarna weet ik een stuk niet meer. Ik kon niet praten, maar hoorde wel alle stemmen om me heen. Ik begon te ijlen, had de mooiste dromen."
Toch knapte ze wonder boven wonder langzaam op. Ze ging later zelfs naar de dorpsschool in Schelluinen. "Ik vond het echt een wonder dat ik nog leefde."
Een boerengezin met genoeg eten
Jaantje was destijds zestien jaar oud en kwam regelmatig bij haar oom en tante, waar Nicolina verbleef. Haar eigen ouders hadden een klein boerenbedrijf. Daardoor had de familie, anders dan mensen in de steden, voldoende voedsel.
"We hadden aardappelen," vertelt Jaantje over die barre winter. "En als het kon hield mijn vader stiekem wat melk achter voordat die naar de fabriek moest. Dan maakten we boter en karnemelk. Soms werd er ook stiekem een dier geslacht."
Toch zag ook zij de ellende van dichtbij. Hongerige mensen uit de stad kwamen langs de boerderijen om om eten te vragen. Eén gebeurtenis is haar altijd bijgebleven. "Er kwam een man uit Rotterdam aan de deur. Er was nog één aardappel over. Hij had zo’n honger dat hij hem meteen opat."
Gevaar na de bevrijding
Jaantje en Nicolina leerden elkaar voorzichtig kennen. Daar kwam na vijf maanden een einde aan. Na de bevrijding werd namelijk geen dag gewacht: op 5 mei 1945 kwamen Nicolina’s ouders haar direct ophalen. Maar hoewel Nederland officieel bevrijd was, was deze omgeving nog allerminst veilig.
Bij Alblasserdam hadden Duitse militairen zich nog niet overgegeven. Nicolina’s vader werd onder schot gehouden. "Mijn moeder begon te gillen," vertelt Nicolina. Ze weet het nog goed, want ze zat zelf achterop de fiets. "Mijn vader sloeg het geweer weg en door zijn snelle reactie konden we toch verder. Hij is bijna doodgeschoten."
Jaantje herinnert zich nog dat haar oom, die bij het verzet zat, het zo onverstandig vond. “‘Oh, wat is dat toch dom’, zei hij. Ze hadden beter een paar dagen kunnen wachten. Het is een wonder dat het goed is afgelopen. En bij ons thuis lagen ook nog zeven Duitse soldaten ingekwartierd. Iedereen was bewapend. Er had zo veel mis kunnen gaan."
Tachtig jaar lang niet vergeten
Na de oorlog verloren de families elkaar uit het oog. Er werd bovendien weinig gesproken over die tijd. "Maar ik dacht vaak terug aan Schelluinen," vertelt Nicolina.
Ze vertelde er zelfs zo vaak over, dat haar kinderen vorig jaar besloten op zoek te gaan naar het adres waar Nicolina die winter had doorgebracht.
Met alleen de achternaam Van de Steldt begonnen ze een zoektocht door Schelluinen. Via verschillende inwoners kwamen ze uiteindelijk terecht bij Jaantje. Toen zij haar voordeur opendeed wist ze meteen over wie het ging. "Dat meisje herinner ik me nog wel," zei ze direct.
Verrassing vol herinneringen
De kinderen organiseerden een verrassingsontmoeting op 21 juli. De twee vrouwen zagen elkaar voor het eerst sinds 1945 terug.
"Voor mij is het heel emotioneel," vertelt Nicolina. "Er komen zoveel herinneringen uit de oorlog boven." Ze wordt opnieuw geraakt door alles wat ze heeft meegemaakt. Niet alleen de angst, maar ook de dankbaarheid voor het gezin dat haar opving.
Voor Jaantje brengt de ontmoeting eveneens oude herinneringen terug. Ze denkt nog vaak aan de gebeurtenissen uit de oorlog. "Daar kan ik nu nog om treuren," zegt ze over haar buurvrouw, die in 1940 omkwam en vijf jonge kinderen achterliet.
Beide dames beseffen hoe bijzonder hun levens zijn verlopen. "Ik denk wel vaker: wat hebben we het nu goed," zegt Nicolina. Ze vertelt verwonderd verder: "Ik hoef thuis maar een knop om te draaien en de verwarming doet het. In de oorlog hadden we niets."
Waarschijnlijk de laatste ontmoeting
Hoewel de band direct weer voelbaar was, en de dames tijdens de ontmoeting ontdekten dat ze achternichten zijn, verwachten ze elkaar niet nog eens te zien. Reizen is op hun leeftijd moeilijk geworden. "Dat is een beetje afgelopen," zegt Nicolina. Jaantje vult aan: “Ik doe niet zo veel meer.”
Maar de herinneringen aan deze bijzondere dag nemen ze mee. Vergeten zullen ze elkaar niet. Dat deden ze de afgelopen tachtig jaar immers ook niet.




















