
College van Molenlanden maakt zich grote zorgen over mogelijk verdwijnen huishoudelijke hulp
NieuwsMolenlanden - Het college van Molenlanden maakt zich grote zorgen over de plannen van het kabinet om huishoudelijke ondersteuning uit de WMO te halen. Bijna 1.010 inwoners maken van deze voorziening gebruik, en dat aantal groeit.
Wie nu gebruik wil maken van huishoudelijke hulp via de WMO, betaalt een vast abonnementstarief van 21,80 euro per maand. Het kabinet wil deze voorziening vanaf 2029 volledig uit de WMO halen. Mensen moeten de hulp dan zelf betalen en regelen.
Meer dan alleen poetsen
Het college reageert kritisch op die plannen. "Er wordt voorbijgegaan aan het feit dat huishoudelijke ondersteuning meer is dan alleen poetsen. Voor veel inwoners is de huishoudelijke hulp een onmisbaar onderdeel van hun leven geworden", zo staat in de beantwoording van schriftelijke vragen die ChristenUnie-raadslid Gerjan Bloemendal onlangs stelde.
Het college ziet meer in een andere aanpak: de invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage, die al voor 2028 is aangekondigd. Die verbetert de financiële houdbaarheid van de zorg, maar tast de toegankelijkheid minder aan. Bovendien bevordert het de solidariteit met mensen met lagere inkomens.
Niet iedereen kan het zelf regelen
Het college verwacht dat een deel van de huidige gebruikers de hulp zelf kan betalen en organiseren, maar zeker niet iedereen. Als referentie wijst het college op de situatie van vóór de invoering van het abonnementstarief: destijds betaalde circa 60 procent van de WMO-cliënten de laagste eigen bijdrage, wat overeenkwam met inkomens tot 120 procent van het bijstandsniveau. Het college heeft geen actueel inzicht in de inkomenssituatie van de huidige cliënten.
Bovendien signaleert het college dat sommige inwoners die wel bereid en in staat zijn om zelf hulp te regelen, dat in de praktijk niet lukt. Er is simpelweg geen particuliere hulp te vinden.
Groeiend aantal gebruikers en wachtlijst
Het aantal inwoners van Molenlanden dat gebruikmaakt van huishoudelijke hulp via de WMO stijgt al jaren:
|
Jaar |
Aantal cliënten |
|---|---|
|
2022 |
923 |
|
2023 |
986 |
|
2024 |
992 |
|
2025 |
1.010 |
Gemiddeld wordt de hulp twee uur per week ingezet. Molenlanden heeft daarnaast te maken met een wachtlijst. Dit jaar staan er gemiddeld 25 mensen op de wachtlijst. In het jaar ervoor liep dat op tot bijna 50.
Gevolgen voor mantelzorgers en medewerkers
Het college wijst ook op de gevolgen voor mantelzorgers, als de huishoudelijke hulp verdwijnt. De huishoudelijke ondersteuning verlicht de druk op mantelzorgers, die vaak al zwaar belast zijn. Zonder deze voorziening dreigt een deel van de inwoners zonder hulp te komen. Een ander risico is dat inwoners moeten overstappen naar de Wet langdurige zorg, waarbij ze mogelijk van aanbieder moeten wisselen omdat hun huidige aanbieder geen contract heeft met het Zorgkantoor.
Het FNV verwacht dat de maatregel landelijk tienduizenden banen kost. Het college van Molenlanden ziet dit risico ook lokaal, omdat huishoudelijk werk vaak laaggeschoold is, met kleine contracten, en veel medewerkers afkomstig zijn uit Molenlanden of een buurgemeente.
Nog veel onduidelijk
Concrete voorbereidingen om vanuit de gemeente te reageren op het verdwijnen van de huishoudelijke hulp, zijn er nog niet. Het college wacht de uiteindelijke besluitvorming in Den Haag af en volgt de ontwikkelingen op de voet. In het coalitieakkoord is afgesproken dat gemeenten een vangnet bieden voor mensen die de hulp niet zelf kunnen regelen, maar hoe dat vangnet eruit gaat zien, is nog onduidelijk.
Op 30 juni stemde een meerderheid van de Tweede Kamer voor een motie van SGP-Kamerlid Diederik van Dijk, die het kabinet oproept in gesprek te gaan met gemeenten, cliëntenorganisaties en zorgaanbieders over alternatieven voor het volledig schrappen van huishoudelijke hulp uit de WMO.
In bredere zin werkt het college samen met zorg- en welzijnsorganisaties in de Drechtsteden, de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden aan de campagne ‘Samen zorgen dat het kan’, die inwoners bewust wil maken van hun eigen rol in het toegankelijk houden van de zorg.





















