
CDA-motie van treurnis tegen wethouder Bikker krijgt in gemeenteraad geen steun
NieuwsMolenlanden - De voltallige gemeenteraad van Molenlanden heeft dinsdagavond ingestemd met het stedenbouwkundig schetsontwerp Erven van Bleskensgraaf, dat als basis dient voor het planproces voor het bouwen van circa 80 tot 100 woningen in Bleskensgraaf West. Wel botste de CDA-fractie andermaal met wethouder Arco Bikker over het -in de ogen van de christendemocraten- verstrekken van onjuiste informatie. Het leidde tot een motie van treurnis, die in de raad verder geen enkele steun kreeg.
Het woningbouw werd omarmd. “Het doet recht aan de identiteit van het dorp. Tijd om door te pakken”, zoals Naomi Kok (Doe mee!) het verwoordde. Dat laatste is ook noodzakelijk, want er zijn nog de nodige hobbels te nemen, onder meer richting de provincie.
Suggestieve vragen
Het debat werd echter wederom gedomineerd door de voorkeursrechtkwestie. SGP’er Wietse Blok opende ermee: “Er zijn suggestieve vragen gesteld door het CDA.” Zijn oordeel: “Het had anders gekund, maar niet anders gemoeten.”
CDA-fractievoorzitter Maarten Klink liet zich het woord suggestief niet aanleunen. “Dat waren onze vragen volgens mij niet. We zeggen waar het op staat. In de commissievergadering is door de wethouder onjuiste informatie verstrekt en daar staan we nog steeds achter.”
Onzekerheid
Klink was het wel met de rest van de gemeenteraad eens dat er zo snel mogelijk moet worden gebouwd. “Dat heeft al veel te lang geduurd en zelfs na vanavond zijn we er nog niet. Deze onzekerheid komt deels door fouten van het college. Maar dat willen ze niet toegeven.”
Blok vond dat het CDA ook naar zichzelf moest kijken. Het plan Bleskensgraaf West heeft namelijk niet altijd op de instemming van het CDA kunnen rekenen. “Het is niet terecht dat het CDA doet alsof het enkel aan dit college ligt. Dat is pertinent niet waar.”
Uw woorden waren onjuist, niet slechts onvolledig. Geef dat toe, dan zetten we er een punt achter.
Maarten Klink legde nog maar eens uit dat de grond in handen kan vallen van speculanten. “Met het voorkeursrecht hadden we als gemeente een stevige vinger in de pap gehad. Dat de markt nu aan zet is, is een onnodig risico.”
Om vervolgens een handreiking te doen aan wethouder Arco Bikker: “Uw woorden waren onjuist, niet slechts onvolledig. Geef dat toe, dan zetten we er een punt achter.”
Ik heb geen enkele drang om te erkennen dat ik foute informatie zou hebben gegeven
Wethouder Bikker lichtte in zijn beantwoording toe ‘dat het een bewuste keuze is geweest om het voorkeursrecht (WVG) niet te verlengen. “Op het overgrote deel van de gronden heeft overigens nooit een voorkeursrecht gezeten. We hebben de regie nog wel in handen en willen aan het einde van de rit het verschil niet bijbetalen. Vol vertrouwen zetten we de volgende stap. U ziet dat anders en dat is ook prima.”
En over de suggestie vanuit het CDA: “Ik heb geen enkele drang om te erkennen dat ik foute informatie zou hebben gegeven.”
Bikker ook teleurgesteld
Na een door het CDA aangevraagde schorsing kwamen de christendemocraten met een motie van treurnis: ‘Wij spreken onze teleurstelling uit over het feit dat het college, in de persoon van de portefeuillehouder, vanavond niet toe heeft willen geven in de commissievergadering over dit onderwerp naar ons inzicht onjuiste informatie heeft verstrekt’.
De reactie hierop van de wethouder was kort: “Ik spreek mijn teleurstelling over deze motie uit.”
‘Zonde van dit smetje’
Vanuit de raad was er steun voor Bikker. “De wethouder volgt het juiste traject. Zonde dat het met dit smetje eindigt”, vond Naomi Kok.
”De wethouder heeft niet gelogen en heeft de juiste antwoorden gegeven. Zo kijken wij er tegenaan”, aldus Wietse Blok, die zei nog een motie van waardering te hebben overwogen. “Maar daar verlaag ik me niet toe”, sneerde hij naar het CDA.
Ook de andere niet-collegepartijen gingen niet mee met de motie van het CDA. Pieter van Bruggen (ChristenUnie): “De situatie is niet zwaar genoeg om met deze motie in te stemmen.” En Ferry van der Koelen (Progressief Molenlanden): “De beantwoording van de wethouder was voor ons voldoende.”






















