
Huisarts Peter de Vries uit Arkel stopt; ‘Ik heb een fantastisch beroep gehad’
NieuwsARKEL • Vrijdag 7 juli staat op het Raadhuisplein in Arkel een grote partytent inclusief de nodige food- en dranktrucks. Dokter Peter de Vries hangt zijn stethoscoop aan de wilgen.
“Voor mij had het allemaal niet gehoeven. Het liefst had ik met stille trom willen vertrekken. Een slager houdt uitverkoop en is ook klaar met werken. Voor mij had een klein afscheid met personeel en collega’s ook voldoende geweest. En dan weg. Mijn collega’s en mijn vrouw Joke dachten er anders over. Nu hopen we op mooi weer, want het kan weleens druk worden”, glimlacht Peter (63).
Voor het laatst zittend in zijn werkkamer kijkt hij rond. Met zicht op de volle vitrinekast met brandweerauto’s en om de hoek een mooi portret van zijn voorganger, pa De Vries. “Eigenlijk wilde ik de horeca in. Maar ik had niet zo’n talenknobbel, dus de hogere hotelschool viel al snel af. Als next best dacht ik brandweerman te worden, maar door een medisch ongemak ging er ook een streep door die wens.”
Juf Bep Roza
En dan kies je, na gedegen middelbare schooljaren, voor de pittige studie medicijnen. “Nou dat valt reuze mee hoor. Wis- of natuurkunde is veel ingewikkelder. Je moet voornamelijk veel zitvlees hebben, want je bent niet zomaar arts. Op de kleuterschool van juf Bep Roza ging het nog snel, vanwege onderbezetting heb ik maar één jaar mogen kleuteren. Na de lagere school en een lange schooltijd op de RSG in het Gorcumse Wijdschild ging ik dus studeren op de Universiteit in Amsterdam.” Peter leerde Twentse Joke kennen en het was liefde op het eerste medische gezicht. “De studie ging voortvarend. De basispapieren had ik na vijf jaar op zak. Na het zogenaamde co-schap was het lang wachten op toelating voor de opleiding als huisarts. Ik kon gelukkig al meelopen in de praktijk van mijn vader. Hij is later met pensioen gegaan om Joke en mij de praktijk over te laten nemen.”
Vlieland
We schrijven 1994. “Mijn vader nam 25 jaar daarvoor de praktijk over van dokter IJff. Ik ben geboren in Alkmaar, maar na drie maanden verhuisde ik met mijn tweelingzus naar Arkel. Ik ben hier blijven hangen. Ooit had ik wel het idee om naar Vlieland te gaan en daar dokter Deen op te volgen. Maar dat zag Joke niet zitten. We zouden onze drie dochters dan als tieners op maandag op de boot naar het vaste land moeten zetten en ze dan pas vrijdagmiddag weer zien.”
En dus bleef Peter Arkel trouw. “Ik was al verbonden aan de brandweer. Met mijn jeugdvriend Bob Brokking heb ik 50 jaar geleden de jeugdbrandweer opgericht. Later werd ik postcommandant. Toen Joke ziek werd, ben ik gestopt. Om alle aandacht aan mijn jonge gezin te schenken. Dat ontbrak er nog weleens aan in mijn jeugd. Als wij naar onze oma in Bergen vertrokken voor een lang weekend, moest mijn vader vanwege een bevalling vaak in Arkel blijven.”
Peter knikt. “Ja, tijden zijn veranderd. Ergens op zolder heb ik nog een doos met tangen van hem staan. In het weekend was hij ook tandarts en trok hij weleens een zere kies. Hij was mijn voorbeeld en aanvankelijk ook de reden om niet in zijn voetsporen te stappen. Pa was altijd weg of onderweg. Destijds was je doordeweeks 24/7 huisarts en op zaterdag en zondag draaide je weekenddiensten. Voor ongelukken op straat van een kapotte knie tot een dodelijke afloop, werd je ook opgeroepen. Vandaag de dag is dat anders. Al heel snel wordt 112 gebeld. Veel huisartsen wonen elders en werken van 8 tot 5. Ik ben misschien ouderwets, maar daar ben ik niet van.” Maar toch ook wel vooruitstrevend. “Mijn vader werd nooit aangesproken met zijn voornaam. Dat was not done in die tijd, zoals je ook de burgemeester of de dominee niet met Cees of Piet aansprak. Voor veel dorpsgenoten ben ik Peter en dat is oké. Ze hoeven mij geen dokter te noemen, ik ben wars van kapsones en neem bewust deel aan het sociale leven in ons dorp. Zo was ik voorzitter van het zwembad de Tobbe en nu al weer vier jaar voorzitter van de voetbal.”
Hij grinnikt opnieuw. “In mijn rol als brandweerman werd ik eens opgeroepen voor een ongeluk. Er was een auto van de dijk gereden, zo de ijsbaan op. Eenmaal aangekomen zag ik een vrouw met haar benen half uit de auto steken. Ik tikte haar op haar benen en vroeg of we konden helpen. Ik heb het verhaal jaren moeten aanhoren. Want het was mijn vrouw, die als huisarts eerder ter plaatse was. ‘Je herkent niet eens de billen van je eigen vrouw’.”
Terminale zorg
En zo kan Peter nog wel even doorpraten. Over de veranderingen in de praktijk, de groei van het personeel en zeker het aantal patiënten van 3100 naar bijna 6000. “Vroeger was een arts er van de wieg tot het graf. Ik weet alle bevallingen nog, ook de anekdotes. Een vergeten doosje of een verpeste vloerbedekking. Je had weleens een ongelukje. Die wieg is nu verdwenen, maar de terminale zorg wordt meer. Steeds meer mensen sterven thuis en het is heel dankbaar om daar bij te mogen zijn. Ik heb mij altijd dienstbaar opgesteld, je praat met een patiënt maar je neemt altijd samen een beslissing. Ja, ik heb een fantastisch beroep gehad.”
Peter gaat het ‘schitterende’ vak binnenkort vaarwel zeggen. “Ik ga het intensieve contact, elke dag, met de patiënten missen. Het wel en vooral ook het wee. Ik leef mee met een gezin, niet alleen tijdens ziekten. Ik trok bij licht dementerenden de koelkast open op zoek naar bedorven eten en was in slaapkamers vaste klant. Ik voorzie wel in een zwart gat te vallen. Ik heb de hondjes, de tuin, mijn dochters, af en toe een hockeywedstrijd fluiten en natuurlijk de voetbal. Ik kan altijd nog onze terreinbaas Anton Hol helpen met de bosmaaier.”
Geboren op 13 september 1959 in Alkmaar, verhuisde Peter - drie maanden oud - met zijn ouders naar Arkel en daar is hij, behoudens zijn studententijd, altijd blijven wonen. Samen met zijn vrouw Joke, waarmee hij drie dochters heeft, nam hij de praktijk van zijn vader over. Na bijna 65 jaar moet het dorp aan de Linge het stellen zonder een dokter De Vries
Theo Sprong





















