• Lijst met premies voor het doden van 'schadelijke' dieren.
• Lijst met premies voor het doden van 'schadelijke' dieren. Foto: Aangeleverd

Van de Historische Kring West Betuwe: Jacht op wolf in Tricht

Algemeen 670 keer gelezen

WEST BETUWE • Vanaf het moment waarop de eerste wolf in 2015 in Nederland werd gespot en zich in 2018 in ons land vestigde, wordt er met regelmaat over het dier geschreven. Natuurliefhebbers zijn enthousiast, maar menig veehouder vreest voor zijn vee.

In de negentiende eeuw was er net als nu angst voor de wolf. Ook in de Betuwe kwamen in bepaalde perioden wolven voor. Het schijnt dat deze roofdieren afkomstig waren uit het Reichswald.

Wolvenjacht

Vooral in tijden van gedeeltelijke ontvolking als gevolg van oorlogshandelingen, overstromingen of pestepidemieën, moesten de boeren op wolven jacht. Hun vee werd bedreigd. Men vertelt, dat zo rond 1800 in het dunbevolkte Maas en Waal de wolven bij tientallen werden gevangen. De laatste wolf die in Nederland leefde werd in 1869 gedood bij Schinveld.
Van een wolvenjacht in 1832, die in het Trichtse veld plaatsvond, is een uitgebreid gedicht gemaakt.Het gedicht beschrijft dat er in het Trichtse veld een wolf gesignaleerd is en hoe enkele Trichtse notabelen uit die dagen, waaronder burgemeester Monhemius en ene Kemp de wolvenjacht ter hand namen.

Een verscheurd beest

“Het is in mei 1832 als in het vroege morgenlicht een landman goedsmoeds naar zijn werk in het veld tussen Tricht en Buurmalsen loopt. Ineens schrikt hij en blijft verbijsterd staan. In het weiland ligt stuiptrekkend de koe van Van Mourik! Het arme beest is verscheurd en bloedt uit verschillende wonden. Dit moet het werk zijn van een hongerige wrede wolf die hier in het Trichtse veld rond moet lopen.De bevolking is ontdaan en geschrokken van dit gebeuren. Er wordt met elkaar over gesproken. Maar dat helpt natuurlijk niet. De burgemeester roept de mensen op om de wolf onschadelijk te gaan maken. De koe is dood, maar de dader leeft nog en dat moet gewroken worden.

Gewapende groep

Er wordt een groep mensen samengesteld die, gewapend met gaffels en een geweer, opzoek gaan naar het vreselijke roofdier. Ze zullen en moeten hem vinden en onschadelijk maken. De groep gaat onder leiding van Burgemeester Monhemius het Trichtse veld in. Na een poosje gelopen te hebben horen ze een soort van geblaf. Dit moet de wolf zijn. De man met het geweer legt aan en schiet. Het is in een keer raak. Het beest ligt roerloos in het gras.

Toch een hond

Meneer Kemp, die in hoog aanzien staat bij de bevolking, kijkt eens naar het beest. Zijn mening is dat ze geen wolf maar een Hyena hebben geschoten. Dat maakte indruk op de mensen. Kemp spreek je niet tegen. Even daarna komt een jongen vanuit Buren. Hij kijkt eens naar het beest en zegt “O dat is Lutje, deze hond hoort in Buren thuis.”

Historische Kring West Betuwe

Dit artikel geschreven door Gijsbert  Hopman werd u aangeboden door de Historische Kring West Betuwe. Het werkgebied van de kring is het deel van de ‘Betuwe’ dat ongeveer wordt begrensd door Lek en Waal, Amsterdam-Rijnkanaal en Diefdijk. De Kring tracht zijn doelen te bereiken door het houden van lezingen, excursies en tentoonstellingen, het 3x per jaar uitgeven van een periodiek en nieuwsbrief, het mee helpen realiseren van andere publicaties en het steunen van door anderen ondernomen activiteiten.

www.hkwb.nl

Jeroen Wijngaard

Journalist Het Kontakt - West Betuwe

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie