
Recreatie en toerisme in West Betuwe
AlgemeenElke kern moet eigenlijk een eigen plekje aan de rivier hebben
Wim Timmermans
West Betuwe heeft nu een eigen beleid op het gebied van recreatie en toerisme. Het beleid van de drie oude gemeenten is, zoals dat heet, geharmoniseerd.
Geldermalsen - Het was een hamerstuk in de raad. En dat is best bijzonder als het over recreatie en toerisme gaat. Vandaar een kort interview met wethouder Rutger van Stappershoef.
Hij is zichtbaar tevreden: “dat het een hamerstuk is, dat er geen discussie meer nodig was, zegt iets over het draagvlak. Daar hebben we hard aan gewerkt.” Het beleid is gebaseerd op het West Betuwse bid book. Eind vorig jaar is tijdens een druk bezochte gemeenteraadsvergadering wind vorig jaar intensief gesproken met inwoners, recreatieondernemers en tal van organisaties. Darna zijn er nog vervolggesprekken geweest met ondernemers, dorpen en organisaties.
Kwaliteitstoerist
Er zijn betere en meer fiets- en wandelroutes nodig. Van Stappershoef verwacht ook veel van de “kwaliteitstoeristen. Dat zijn mensen die passen bij onze identiteit, waarde hechten aan ons gebied, onze cultuur en iets te besteden hebben.” En die wens leeft dan ook weer bij de eigen inwoners, die een groot deel van de bestedingen in de horeca voor hun rekening nemen.
Er is een betere promotie van het gebied nodig. Hij denkt bijvoorbeeld aan verhaallijnen, die laten zien waarom dit gebied zo bijzonder is. Debk aan de Hollandse Waterlinie en de kastelen; allemaal sterk verbonden met de rivieren. Van Stappershoef: “mensen gaan meer in eigen land recreëren. En wij hebben hier om de hoek een prachtig gebied liggen. Als je hier alleen al bent, heb je een vakantiegevoel.” Ook de samenwerking moet beter. Hij wil dat ondernemers met elkaar gaan samen werken, bijvoorbeeld met arrangementen. De ondernemers hebben last van belemmerende regels; zij willen dat de gemeente mee gaat denken, wanneer zij willen investeren.
Hij ziet heel veel mogelijkheden in West Betuwe. “Het gaat er om dat we niet alleen toeristen trekken in het voorjaar en een beetje in de zomer. Daar is nog veel te winnen. Ik denk aan een mountainbike routes, of een kinderboerderij binnen, in een stal. Een avonturenboerderij, zoals die in Molenwaard.” Hij verwacht een economische impuls vanuit recreatie en toerisme. Er komt zeker werkgelegenheid bij. Maar er is altijd een balans nodig. Het moet ook weer niet te druk worden. En uiteindelijk gaat het om de eigen inwoners. Die vergeet hij niet: “we hebben prachtige rivieren. Elke kern langs de Linge moet eigenlijk een eigen stukje aan de rivier hebben. Dorpen langs de Waal moeten de rivier kunnen beleven. Daar komen beleefpunten; we liften mee met de dijkversterking.”
Van Stappershoef kan nu per direct aan de slag. Er is een bescheiden budget beschikbaar. Op termijn is er meer nodig. Er is een “plus-scenario” ontwikkeld. Dat gaat extra geld kosten. Daarover wordt echter pas beslist in de Begrotingsraad.






















