
Maria van Wiggen-van Bezooijen (100) uit Vianen blikt terug op boerenleven en oorlogsjaren
NieuwsVianen - Maria van Wiggen- van Bezooijen bereikte afgelopen donderdag de bijzondere leeftijd van 100 jaar. In 1926 zag zij op Achthoven in Lexmond het levenslicht. Maria woont nog zelfstandig in Vianen. Opgegroeid in een compleet andere wereld, zonder tv, computer en mobieltjes, blikken we met Maria terug op de afgelopen eeuw.
Maria zit in haar knusse keukentje sokken te breien voor de familie. Of we zelf even het koffiezetapparaat aan konden zetten, koffie en water zitten er al in. “En pak alvast het schoteltje met plakken cake””, klinkt het. Over een warm welkom gesproken.
Kunt u iets vertellen over de periode waarin u bent opgegroeid?
“Kort na mijn geboorte kon mijn vader een boerderij huren in Lopikerkapel, daar ben ik naar de basisschool gegaan. In de crisisjaren was het geen vetpot. Ons gezin bestond uit drie jongens en vijf meiden die allemaal mee moesten helpen op de boerderij. Op mijn tiende kon ik al zelfstandig de koeien melken.
Mijn moeder kocht niets als er geen geld was, ook niet op de pof. Als de suiker bijna op was en er was geen geld, dan moesten wij het daar maar mee doen. Na de basisschool heb ik een tweejarige naaicursus gedaan, daar heb ik mijn diploma voor gehaald.”
Als puber heeft u de oorlogsjaren meegemaakt, hoe heeft u dat ervaren?
“Ik was met mijn vader in de wei bij de koeien toen er heel veel vliegtuigen overvlogen, het was een angstaanjagend gezicht. Mijn vader zei stoïcijns dat het goed fout zat. Niet veel later kwamen er veel vluchtelingen vanuit Rhenen en de Betuwe. Daar zaten boeren bij die hun koeien hadden meegenomen. Die koeien werden in de uiterwaarden gezet. Op verzoek van de burgemeester gingen wij deze koeien melken, we mochten de melk houden. Mijn moeder heeft van deze extra melkopbrengst veel kaas en boter kunnen maken. Zo bouwden wij een mooi voorraadje op. Later kwamen er mensen op de fiets of lopend met een karretje vanuit Utrecht of IJsselstein. Zij waren op zoek naar eten, meestal konden wij ze dan wel helpen.”
Hoe ging het verder na de oorlog?
“Ik had een oude tante in Lexmond wonen, die erg ziek was geworden. Ik ben toen bij haar gaan wonen om te helpen. Ik ging in Lexmond ook naar de kerk en daar zag ik ene Jan van Wiggen in de kerkbanken zitten. Ik was direct smoorverliefd en gelukkig was dat wederzijds. Wij kregen dus verkering en in 1953 zijn wij getrouwd. Bij de vader van Jan konden wij een boerderij huren aan de Kolfbaanweg te Vianen. Wij zijn met twaalf koeien begonnen, de boerderij runden wij samen. Jan was erg handig en had achterin de schuur een werkbank en een bankschroef staan. Voor allerlei reparaties en klusjes kwamen mensen naar Jan toe.
Toen Jan eens een partij hout op de kop tikte, is hij schuren gaan bouwen. Op een gegeven moment hadden wij een boerenbedrijf met veertig koeien en een goed lopend bouwbedrijf. Jan en ik kregen drie zoons en drie dochters. Al snel hielpen ze mee in het bedrijf. Nadat Jan in 1988 overleed, kozen de jongens voor het bouwbedrijf en deden wij de koeien weg. Als boerendochter, opgegroeid tussen het vee, heb ik het daar best moeilijk mee gehad.”
Naast het werk op de boerderij was Maria, plaatselijk en later ook provinciaal, als bestuurder actief voor de Christelijke Plattelandsvrouwen Bond (CPB). Maria is ook een tijdje ouderling geweest en heeft tien jaar in de Kerkenraad gezeten. Ook was zij een tijdje betrokken bij de Protestants Christelijke Ouderenbond (PCOB). Op dit moment is Maria lid van het CDA Vrouwenberaad (CDAV).
Na zo een lang en druk leven is toch de vraag: hoe is Maria erin geslaagd om 100 te worden? Maria: “Daar kan ik kort over zijn: gewoon gezond eten, met verse groente uit eigen tuin.”
Henk Lammertink





















