
Rob Orlemans’ band dankt naam aan Tielse horrorfilm Half Past Midnight
NieuwsTiel - Als gitarist van zijn eigen band, bluesrock-powertrio Rob Orlemans & Half Past Midnight, hield hij graag de regie in eigen hand. Hetzelfde gold voor zijn werk als producer in zijn geavanceerde studio in de Gasthuisstraat. Zelfs tot aan zijn dood hield Rob Orlemans de touwtjes in handen. Hij vocht voor zijn leven en even nog leek het de goede kant op te gaan. Uiteindelijk kreeg de boosdoener, een zware longontsteking, tóch de overhand.
Nóg langer lijden wilde Rob niet en dus regisseerde hij op vrijdag 29 mei ook zijn overlijden. Hij pleegde eerst nog een paar laatste, loodzware telefoontjes naar mensen die er in zijn leven toe deden om dat te melden. Tijdens een fikse hagelbui zat Rob voor de laatste keer aan de knoppen en ging ook de power-knop definitief op ‘off’. Rob was 68 jaar jong.
Rocker
Wie Rob Orlemans in de stad tegenkwam, hoefde niet te twijfelen aan wat zijn grootste passie was. Met zijn puntlaarzen, zijn leren jack en zijn lange zwarte haren oogde hij als een rasechte rocker. Dat wás hij ook. Met drummer Ernst van Ee en bassist Piet Tromp trad hij op in binnen- en buitenland. Met de legendarische Curtis Knight, Jimi Hendrix’ mentor, toerde hij jaren en maakte hij platen. Op Rock & Blues Tussen de Dijken speelde Rob ook heel graag. Tijdens ‘Hey Joe’ van Jimi Hendrix liep hij dan het publiek in om zijn elektrische gitaar te laten zingen en schreeuwen. Ook voor de komende editie, op 11 juli, stond zijn naam met de toevoeging Half Past Midnight weer op de affiche.
Bandnaam
Waar die bandnaam vandaan kwam? Daar zit een heel verhaal aan vast, dat de Tielse filmmaker Wim Vink graag vertelt. “Er stond destijds, in 1988, in de krant dat er een nieuwe film zou komen. Rob kwam toen enthousiast bij mij aan de deur en zei: Vind je het leuk als ik de muziek ga maken? Ik zei op voorhand ja, maar we moeten dan wel even gaan praten”, vertelt Wim Vink. “Ik hoorde wat zijn ideeën waren en vertelde wat mijn ideeën waren. Rob vond het wel een tikkie lastig, want zoiets had hij nog nooit gedaan. Een horrorfilm is immers iets totaal anders dan bluesrock. Wel had hij in de bioscoop al mijn eerdere films gezien. Hij zei: Ik heb eigenlijk iets van inspiratie nodig. En ik zei: Ik heb een poster van die film. Geef er maar twee mee, zei Rob, dan hang ik die bij mij in de studio. Dat heeft hem nogal geïnspireerd, maar het bleef lastig, omdat zijn muzikale kant totaal anders was dan de horrorkant. We moesten dat op de een of andere manier in elkaar zien te weven en dat leidde nógal eens tot leuke discussies. Zo van: Nee, ik wil muziek hier en gitaren daar, synthesizers zus en zo. Prima natuurlijk, maar het moest wel horror-gerelateerd zijn en een bepaalde spanning oproepen.” De soundtrack van ruim vijftig minuten was na drie maanden klaar, nog voordat de film zou worden gemaakt. Een groot voordeel voor Wim, zo bleek. “Tijdens de montage van de film had ik altijd de soundtrack opstaan. Dat bezorgde mij ook weer montage-ideeën, dus wij konden elkaar aardig beïnvloeden. Voordat de muziek klaar was, kwam Rob wel drie keer in de week bij me met democassettes.
Hij was altíjd enthousiast. Dan zei ik: Rob, ik vind het schitterend en dit kun je zo op een bluesfestival spelen, maar niet in de film.
Wat vind je hiervan? Wat vind je daarvan? Ik was niet altíjd enthousiast, maar vaak wel. Hij was altíjd enthousiast. Dan zei ik: Rob, ik vind het schitterend en dit kun je zo op een bluesfestival spelen, maar niet in de film. Hij kwam toen met het goede idee om bij een aantal nummers stemmen aan de muziek toe te voegen. Schreeuwstemmen, maar ook teksten als ‘kill’ en ‘dead’, echte horrortermen. Het gouden ei, want daardoor had je meteen horror. En het themanummer van de film vind ik ontzettend super. Ik draai het na al die jaren nog maandelijks. Er zit gitaarwerk in dat door je ziel snijdt.”
Première in Luxor
In 1989 was de première van de film in de Tielse bioscoop Luxor. Rob was daar het hele weekend bij. Daarna nam hij zelf de verkoop voor de soundtrack op cassette ter hand. “Hij heeft honderden cassettes naar Amerika verscheept. Er was veel interesse voor en er verschenen goede recensies. En ook nu nog prijzen ze Rob de hemel in”, vertelt Wim. “Pakweg een jaar na de première zei hij: Ik ga een nieuwe band beginnen, maar kan er geen naam voor verzinnen. Mag ik de naam van de film gebruiken?” Wim deed niet moeilijk en dus had Rob Orlemans’ band een naam: Half Past Midnight.
Rob liet van de film-soundtrack gemaakt bij en in een cafeetje op het Bleekveld ook een professionele videoclip maken. “Het café ging om een uur dicht en Rob mocht de hele nacht filmen”, vertelt Wim. “Complete filmcrew erbij én een Corvette C3, waar Rob als rockster mee aan kwam rijden. Ik heb toen voor effecten als wind en mist gezorgd en hij speelde het thema van de film, Half Past Midnight. De clip is een tig aantal keren uitgezonden op MTV. Rob was daardoor compleet in de wolken.”
Rob’s laatste woorden: ‘Thanks people. Stay free, see you next time. Keep the spirit alive.’ Zijn afscheid vond in besloten kring plaats. Bloemen wilde Rob niet. Liever had hij dat er geld wordt gedoneerd aan www.stichtingmuziekvoorkids.nl
Rob Orlemans werd in het ziekenhuis opgenomen met een zware longontsteking. “Hij was een goeie kameraad”, vertelt Jan Kuster, een van zijn vrienden en organisator van Rock & Blues Tussen de Dijken. “We hadden elke maandag een zogenaamde mannenavond. Op een gegeven moment werd Rob in het ziekenhuis opgenomen. Wij werden daarover geïnformeerd. Uiteindelijk heeft hij die vrijdag ook gebeld om afscheid te nemen. Hij belde één van de jongens van de maandagavond met: Jongens, bedankt. En bel jij de anderen effe, want over twee uur en tien minuten stap ik eruit. Ik heb al veel meegemaakt, maar dit was wel heel apart. De manier waarop was achteraf wel Rob-eigen.” Rob Orlemans was door de festivalbezoekers in de Top-10 gestemd en zou daarom op 11 juli om half drie voor de derde keer met zijn band op de tiende editie van Rock & Blues spelen. Het mocht niet zo zijn.
Oud-wethouder en tot voor kort burgemeester Willem Gradisen werkte als muzikant en Tielenaar met zowel Rob Orlemans als John van Buren. “Beiden monumenten van onze stad”, zegt hij. “Allebei met een ongelofelijke eigenheid, oorspronkelijkheid en tegelijkertijd Tielenaren in hart en nieren. Ze waren niet uit Tiel weg te krijgen. En ik denk, als je praat over carrière - waar ze zelf volgens mij eigenlijk nauwelijks over hebben nagedacht - was het veel beter geweest als ze in de randstad hadden gewoond. Maar beiden waren zúlke onderdelen van de stad; de huidige generatie die deze twee mensen heeft gekend, zal ze dan ook nooit meer vergeten. Het is triest dat deze mensen voorgoed zijn verdwenen uit ons stadsbeeld.”





















