
‘Friends forever’ door onbaatzuchtige hulp in de oorlog
NieuwsOmmeren - Gary Hegenes uit de Verenigde Staten (Minneapolis) kan zijn tranen nauwelijks bedwingen als hij samen met echtgenote Teresa richting de buitenexpositie Keuze Vrijheid loopt en de tekst op een van de panelen langzaam tot hem doordringt.
Hegenes ziet de expositie met daarbij het oorlogsverhaal over zijn vader Donald voor het eerst. De bijzondere expositie op het terrein van Streekmuseum Baron van Brakell in Ommeren werd begin april geopend, maar Gary was daar niet bij. Hij is zichtbaar aangedaan.
Verrassing
Het echtpaar Hegenes is een dagje te gast in Lienden, bij Betty en Gert van Schaik, al sinds 2012 vrienden van Hegenes. “De eerste keer was in 2024”, herinnert Gert zich. Hij en zijn vrouw namen het stel vorige week maandag, als verrassing, mee naar de buitenexpositie.
Oorlogsverleden
Gary Hegenes ging jaren geleden op zoek naar het oorlogsverleden van zijn op 17 september 1922 geboren vader Donald, soldaat van de 101st Airborne Division. Dertien jaar geleden bezocht Gary Herman van Ommeren. Deze oom van Gert van Schaik, een broer van Van Schaiks moeder, woonde ten tijde van de Tweede Wereldoorlog in ‘het Hoge Huis’ in Ommeren. Donald Hegenes werd bij die boerderij in oktober 1944 door de bezetters opgesloten in een schuur. Samen met zestien andere jonge parachutisten van het Amerikaanse leger, die even daarvoor bij het station van Opheusden krijgsgevangen waren gemaakt. Ook Duitse soldaten waren bij Van Ommeren ingekwartierd.
Hongerig en vies
Een maand of vier eerder, in juni 1944, waren de parachutisten boven Normandië uit vliegtuigen gesprongen. En maanden na D-Day belandden de veelal erg jonge militairen in de Betuwe opnieuw in een hel. Ze werden, hongerig en vies, door de Duitsers opgesloten in de schuur onder de hooiberg van het Hoge Huis. De Amerikaanse soldaten, sommigen 18 of 19 jaar, anderen 22, waren uitgeput. De Van Ommerens konden dat niet aanzien en Herman en zijn moeder besloten ze stiekem van eten te voorzien. Dat gebeurde terwijl de Duitsers het Hoge Huis nauwlettend in de gaten hielden, want tegenover het Hoge Huis hadden ze een munitieopslag. Het was dan ook telkens een heel riskante onderneming, want ze waren hun leven niet zeker.
Verrekijkers
De 86-jarige Marie van Ommeren, een zus van Gert van Schaiks moeder, was destijds zes jaar. “Er zaten tegenover ons hoge pieten van de Duitsers, dus we konden de parachutisten geen eten geven”, vertelt ze. “Ook omdat ze met hun verrekijkers maar naar onze boerderij bléven kijken. Maar mijn broer had op de hoek van de schuur een gat gemaakt en daarvóór stond een schuurtje. Mijn moeder kookte en via het gat ging ‘t eten naar de soldaten.”
Klompen
Donald Hegenes overleefde de oorlog uiteindelijk, maar keerde nooit terug naar Nederland. “Mijn moeder schreef na de oorlog brieven naar Gary’s vader”, vertelt Gerts tante Marie. “Ze kende geen woord Engels, maar ze had wel een heel klein woordenboekje. Ze stuurde hem ook klompen én ze breide sokken voor hem.”
Hechte vriendschap
Donalds zoon Gary bracht in 2012 een emotioneel bezoek aan de toen zieke (en inmiddels overleden) Herman van Ommeren. Er ontstond een heek hechte vriendschap, die tot tal van bezoeken aan de Betuwe leidde. Vorige week maandag waren Gary en Teresa Hegenes weer te gast bij Gert en Betty van Schaik. Het Liendense stel nam het echtpaar mee naar de buitenexpositie bij het streekmuseum, maar vertelde niet wat daar te zien zou zijn. “Het is een enorme verrassing en heel erg emotioneel om dit allemaal te zien”, reageert de 78-jarige Hegenes. Zijn vrouw Teresa voegt toe: “Deze geschiedenis hier op deze panelen te zien, een daad van vrijgevigheid, brengt zoveel dankbaarheid. Dít maakt het zo echt.”
Nooit gepraat
“Mijn vader heeft er nooit veel over gepraat, maar één ding heeft hij wel verteld: Toen hij als parachutist boven Normandië uit een vliegtuig sprong, samen met allemaal andere jongens die nog nooit in een oorlog hadden gevochten, wisten ze niet wat hen te wachten stond. En dus was het nog veel moeilijker om later in Nederland nóg eens te springen, omdat ze toen wisten dat ze opnieuw in een hel zouden belanden. De oorlog is voor mijn vader ook nooit geëindigd, die zat altijd in zijn hoofd.”
‘Next week’
Gary en Teresa Hegenes zijn vastbesloten om opnieuw naar de Betuwe te komen om Gert en Betty te bezoeken. “Maar wij willen ook dat ze een keer naar de Verenigde Staten komen, want voor ons zijn ze heel bijzondere mensen”, zegt Gary. “We denken erover na, tóch Betty”, lacht Gert. “Next week”, grapt Betty.






















