
Column Jan Beijer: ‘Heerlijk huwelijk’
ColumnAls columnist ben ik doorgaans niet zo complimenteus, zoals u gemerkt zult hebben. Maar van dat historische stadsfeest in Oranjestad Buren ben ik toch wel even helemaal uit mijn dak gegaan. Mensen, kinderen, wat een grandioos spektakel. Zo maak je het niet vaak mee. Het mooiste is misschien wel dat het evenement gedragen wordt door het enthousiasme en de creativiteit van de hele bevolking. Over samenhang en samenwerking gesproken. Daar zullen heel wat gemeenten jaloers op zijn.
Nee, ik noem geen namen, vult u zelf maar in. Rustig wandelend door de in zestiende eeuwse sfeer gehulde straten, belandde ik op het pleintje achter de kerk, waar je het nagespeelde huwelijk van Willem van Oranje en Anna van Egmond op een groot scherm kon volgen. Ik schoof aan op de bank bij een viertal historisch uitgedoste figuranten, die niet alleen friet aten, maar zich ook afvroegen of die lekkernij wel paste bij hun kledij. Toen Willem en Anna elkaar het jawoord gaven, was ‘het frietje met’ nog niet uitgevonden. Ze zullen wel gepofte aardappels met buikspek of zoiets gegeten hebben, opperde een in monnikspij gehulde Burenaar.
Hoe leuk het feest ook was, toch waren de vier teleurgesteld. Jammer dat ons huidige koningspaar niet naar Buren was afgereisd, zo vonden ze. Ze hadden gehoord dat koningin Máxima vrijdag wel naar het North Sea Festival in Rotterdam gegaan was. Dan had ze samen met Willem Alexander de volgende dag toch wel even naar Buren kunnen komen? Naar de stad die zo nauw verbonden is aan het Oranjehuis. Waaróm de majesteiten waren weggebleven, ging de frietsmullers behoorlijk boven de Oranje pet.
De hitte dreef mij naar de plaatselijke ijssalon. Zittend op een strobaal voor de zaak genoot ik van een hoorntje met bolletjes stracciatella en pistache. Dat deed ik ook van het gitaarspel van twee snoezige meisjes op het trottoir voor mij. Naast mij plofte een rood aangelopen man neer, die door zijn vrouw Gijs werd genoemd. Gijs at ook ijs. En hoe. Als een gulzige koe die haar tong rond een pol gras slingert, werkte hij zijn roze bolletje naar binnen. Er viel af en toe een druppel op zijn ruitjesoverhemd. Gijs zei niks. He-le-maal niks. Wat ik hem ook vroeg. Gijs smulde alleen maar ijs, de rest liet hem koud. Maar ik vermoedde wel dat hij het Burense evenement een gelikt feest vond. Dat kon je zo aan hem zien.
(reageren: jbeijer@upcmail.nl)
Astrid Pel





















