
Raad slikt verlies om woningbouw in Schoonhoven-Noord mogelijk te maken
Nieuws 6.226 keer gelezenSchoonhoven - Woningbouw op het verouderde bedrijventerrein in Schoonhoven-Noord is weer een stap dichterbij gekomen. De gemeenteraad stemde dinsdag unaniem in met het plan om aangekochte gronden te herontwikkelen. Krimpenerwaard moet daarbij wel een verlies nemen.
"Zo’n project is helaas niet winstgevend te krijgen", schetste wethouder Ria Boere de situatie tijdens de raadsvergadering.
Hoognodige woningbouw en het oppimpen van het verpauperde terrein verzachten echter die financiële pijn.
Jarenlange wens
Het is immers al jarenlang een wens van politiek Krimpenerwaard om de verouderde bedrijfsgebouwen in Schoonhoven-Noord om te vormen tot woningen. Het terrein van circa 3,6 hectare kampt met leegstand, achteruitgang en een slechte ontsluiting. De locatie wordt niet langer geschikt geacht voor (grootschalige) bedrijvigheid.
Al in 2018 sprak de raad uit dat het gebied moet worden herontwikkeld. Sindsdien heeft de gemeente gronden aangekocht, waardoor nu een aaneengesloten gebied in gemeentelijk bezit is.
Doorverkopen aan marktpartijen
Krimpenerwaard kiest daarbij voor ‘faciliterend grondbeleid’. De gemeente verkoopt de grond door aan marktpartijen, maar stelt bij de ontwikkeling ervan duidelijke richtlijnen. Zo kan de gemeente alsnog sturen op zaken als woningtype, kwaliteit en doelgroepen.
Volgens het college is dit de meest verstandige aanpak. De financiële risico’s blijven beperkt en ook de druk op de gemeentelijke organisatie is kleiner dan bij een actieve ontwikkelrol.
60 tot 86 woningen mogelijk
In de eerste fase van het project – 1,5 hectare groot- is ruimte voor ongeveer 60 tot bijna 90 woningen. Doordat de gemeente eigenaar is van deze gronden, kan deze fase relatief snel worden voorbereid.
De gekozen aanpak heeft wel financiële gevolgen. De gemeente gaat uit van een verlies van 4,1 miljoen euro, al is dit een schatting. Veel hangt af van hoeveel en wat voor woningen er gaan komen. Dat moet later duidelijk worden.
Robert van der Hek





















