
Mart-Jan en Willy de Jong: polderpioniers pur sang
NieuwsSTOLWIJK • Alje Bosma portretteert deze vakantieperiode enkele ‘markante Krimpenerwaarders’. Deze week Mart-Jan en Willy de Jong.
Het Groene Hart geurt en kleurt geel vandaag. Door het alweer pas gemaaide gras struinen sierlijk twee ooievaars, op zoek naar een makkelijk maaltje. Langzaam glijdt een schip, de Eendracht, zojuist tot aan de rand gevuld bij Molenaar aan de Veerweg in Bergambacht, de Lek op met herinneringen in haar kielzog. Ik zet een tandje bij op mijn bakfiets om op tijd te zijn voor mijn afspraak met Mart-Jan en Willy de Jong, de eigenaren van geitenboerderij de Bonte Weide in Stolwijk.
Beiden zijn polderpioniers pur sang. Het biologisch boeren zit in hun bloed. “Ik kan ook niet meer anders”, zegt Mart-Jan. “Als je één keer doorhebt waarvoor je het doet, kun je niet meer terug”, zegt hij bewogen.
Geitenkaasje
Antoinette, hun dochter van tien, schuift aan met klitten in het haar na het zwemmen van de laatste etappe van de zwemvierdaagse. Antoinette van Stolwijk zou de naam kunnen zijn van een verrukkelijk verfijnd geitenkaasje, denk ik stil, maar daar is het nu wellicht nog te vroeg voor.
Eerst zijn er zo veel verwikkelingen en onzekerheden waar deze jonge boeren mee te maken hebben. De positionering van hun producten als biologische rauwmelkse geitenkefir; de jaarlijkse pacht van hun grond; de renteverhogingen; de exportbeperkende maatregelen tijdens en na corona; de verliezen op de bokjes door hun keuze voor diervriendelijkheid. Ik heb een grote waardering voor deze mensen die bijzondere en rigoureuze keuzes maken, ook voor onze gezondheid. Het wordt hen niet gemakkelijk(er) gemaakt.
Af en toe bekruipt Mart-Jan een gevoel van hopeloosheid. “Waar doen we het allemaal voor? We helpen elkaar op deze manier de vernieling in, terwijl de vraag zou moeten zijn: hoe helpen we elkaar de vernieuwing in?”
Zwaar
Het is best zwaar om het oude vertrouwde achter je te laten en een nieuwe stap te zetten in het onbekende waar niets meer vanzelfsprekend is. Mart-Jan en Willy hadden mij al eerder verteld over de ruiming van hun veestapel, inmiddels alweer jaren geleden, maar nog steeds vers in hun geheugen. Een mentale mokerslag was dat en een wake-up call, dit nooit meer! Maar wat en hoe dan wel? Nieuwe stappen werden gezet in het biologisch boeren en tuinieren.
“Het liefst wil ik zo volledig mogelijk zelfvoorzienend zijn”, zegt Willy terwijl zij als dochter van een boomkweker mij meeneemt naar haar prachtige moestuin. Respectvol spreekt ze over de enorme kennis van haar vader die alles wist van bomen. Een wijs man gevoed door verwondering en ontzag. ‘Welke schadelijke toevoegingen van de gangbare land- en tuinbouw kan ik dit jaar achterwege laten?’, is een belangrijke vraag en niet alleen voor boeren als Mart-Jan en Willy.
Hard werken
Niets doen is hard werken. En deze jonge mensen werken heel hard om hun dromen van een leefbare toekomst te realiseren.
Een rare paradox. Aan de ene kant de natuur zo veel mogelijk met rust laten en aan de andere kant zelf actief bijdragen aan het succes van andere soorten. En daarmee de werking van vaak zeer ontwrichte ecosystemen weer in hun krachten te zetten, te activeren.
Om vervolgens meer te kunnen oogsten, met dank aan alles dat daaraan bijdraagt. Een betere bodem en daarmee de groei van het aantal tevreden planten zal ongetwijfeld leiden tot een groei van het aantal tevreden klanten.
De Bonte Weide, Benedenkerkseweg 106b, Stolwijk. Zie ook: www.debonteweide.nl
Alje Bosma
















