
Stolpersteen onthuld ter nagedachtenis aan Sijbrand Kamer
NieuwsBERGAMBACHT • Ter nagedachtenis aan meester Sijbrand Kamer is vorige week dinsdag om 14.00 uur een stolpersteen onthuld. Deze is geplaatst in de stoep voor de toenmalige woning aan de Hoofdstraat 111. Kleinzoon Rienk Kamer sprak de genodigden toe en haalde herinneringen op aan de oud-onderwijzer die in de Tweede Wereldoorlog in kamp Dachau omkwam.
Zijn inmiddels 90-jarige zoon Wietsze nam drie jaar geleden het initiatief om de herdenkingssteen aan te vragen. Hij is het laatste kind van Kamer, dat nog in leven is. Geëmotioneerd was hij in het bijzijn van familieleden en belangstellenden om het plechtige moment bij te wonen. Kleindochter Ellen droeg het gedicht op ‘De mensen van voorbij’, geschreven door Hanna Lam. Dit gedicht is eerder voorgedragen in het museum bij kamp Dachau. Afsluitend werd door kleindochter Nanda en achterkleindochter Mathilde een bloemetje gelegd.
Onderzoek
“Opa Sijbrand Kamer is geboren in Edam, zijn vader was schipper”, vertelt zijn gelijknamige kleinzoon Sijbrand Kamer (78) uit Stolwijk. “Later is de familie verhuisd naar Rotterdam. Kamer studeerde voor onderwijzer en is in Bergambacht aangenomen. Dat was op de School met den Bijbel in de Hoofdstraat. Hij was er het hoofd van de school en betrok daar tegenover een woning.”
Door Sijbrand en enkele andere familieleden is uitgebreid onderzoek gedaan om na te gaan wat er gebeurd is. Helaas ontbreken enkele puzzelstukjes. “Zo is niet precies te achterhalen op welke gronden opa naar Duitsland werd getransporteerd.”
Vlektyfus
Uit diverse publicaties is naar voren gekomen dat Kamer niet meewerkte aan de eisen en instructies van de bezetter. Dit leidde eind november 1943 tot verhoor in Rotterdam waar hij zich moest melden bij de rivierpolitie. Vervolgens werd Kamer gedeporteerd naar diverse kampen waar hij werd tewerkgesteld. Zijn gezondheid ging erg achteruit met tot gevolg dat hij in december 1944 bezweek aan vlektyfus.
Oorlogservaringen
In de jaren na de oorlog kwam het regelmatig voor dat er niet of nauwelijks werd gesproken over gebeurtenissen uit die periode. Ook Sijbrand en zijn broer Rob (66) herkennen dit. “Er werd niet gesproken over oorlogservaringen. Ook zijn zoon Henk, mijn oom, heeft nare dingen meegemaakt in Duitsland waar hij tewerk was gesteld. Hij was erg gesloten en praatte er niet over”, geeft Sijbrand aan.
Rob vult aan: “In de jaren zestig zijn we met mijn ouders naar kamp Dachau geweest. Dat was onderweg naar ons vakantieadres in Oostenrijk. ‘Nu heb je het gezien’, zei mijn vader en werd er niet meer over gesproken. Tegenslagen werden onder de pet gehouden, zo ging dat in die tijd.”
Rob erkent dat het hem niet veel deed in zijn jonge jaren. “Dan ben je met hele andere dingen bezig. Het kwam pas echt in beeld toen we met de gehele familie in 2002 naar Dachau zijn geweest. Het jaar daarop is bij het kamp een museum ingericht en daar heeft mijn opa een plaquette gekregen met zijn naam daarop. Als familie zijn we bij de opening geweest. Nu zou je willen vragen hoe het allemaal gegaan is.”
Vierde eerbetoon
Met een herdenkingsplaat in Dachau, een vermelding op het oorlogsdocument en het Meester Kamerplein, beide in Bergambacht, is deze herdenkingsteen een vierde eerbetoon aan de betrokken onderwijzer.
“In de loop van de jaren zijn we steeds trotser geworden op onze opa”, concluderen beide broers.
Sijbrand: “Als je de correspondentie van toen leest, de kladblaadjes met de handgeschreven teksten, dan word je daar stil van.”
Op een stolpersteen staat de naam van het slachtoffer, aangevuld met jaar van geboorte, plaats en datum van arrestatie en datum en plaats van overlijden. Het zijn gedenkstenen die ons helpen om na te (blijven) denken over het lot van slachtoffers rond en tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Dirk Molenaar























