
Boek legt kleurrijk leven Jan Born vast
Algemeen 5.759 keer gelezenBERGAMBACHT • Jan Born begon als plateelschilder, maar schreef als tatoeëerder geschiedenis. Reden voor een boek over zijn leven in deze kleurrijke wereld.
De creatieve Born, die nog actief is als (plateel)schilder en tatoeëerder, blikt met trots terug op zijn ‘tattoosprong’ in het diepe.
“Ik begon als plateelschilder in een pandje in de Bergambachtse Voorstraat, dat ingeklemd zat tussen snackbar Den Uijl en de slagerij van Jan Boer. Het vak leerde ik van mijn oudste broer Gerard, wiens werk nu collector items zijn. Als tiener had ik al kennisgemaakt met de tattoowereld, maar apparatuur om als tatoeëerder aan de slag te gaan was nergens te koop in Nederland.”
Eerste tattoos
In het Engelse Bradford lukte het hem om via een eerder aangeschafte catalogus bij een bedrijf de juiste spullen te bestellen. “Ik stuurde een envelop gevuld met 900 pond op -mijn vrouw wist van niets- en na ontvangst van de apparatuur huurde ik in 1984 een ruimte van twee bij twee meter van mijn buurman Jan Boer. Hier zette ik al snel de eerste tattoos. Later vestigde ik mij in Vlaardingen, waar kassenbouwers mijn voornaamste klanten waren.”
In 1994 opende hij een tattooshop in Rotterdam, aan de Goudsesingel. “Die zaak liep als een trein. Het was een periode waarin punkers en skinheads hun huid lieten verfraaien. Ook artiesten die in Rotterdam optraden wisten me te vinden. Er zaten bekende muzikanten bij. De drummer van Rene and the Alligators was een van hen. Twee keer kreeg ik als extra beloning voor het zetten van tatoeages vrijkaartjes voor concerten van Joe Cocker in Ahoy.”
Doodskoppen
Op zijn 48ste onderging Jan Born een hartoperatie en verkocht hij de zaak. Na zijn herstel was stilzitten er niet bij. “Ik werd gevraagd om enkele nieuwe tattooshops helpen op te starten,” vervolgt Born. “Toen ik begon waren er een stuk of tien, tegenwoordig zijn het er ruim 4.500. Voor mijn broodwinning stapte ik over naar het beschilderen van aardewerk. Niet het gangbare, maar onder meer doodskoppen, die ik laat maken in de aardewerkfabriek van Remco Montagne in Gouderak. De beschilderde schedels worden massaal verkocht. Nu is Rubber Duck uit de film Convoy populair. Ik maak ze op bestelling voor chauffeurs.”
Jan Born is nog lang niet van plan te stoppen met zijn activiteiten. In Ammerstol heeft hij een werkruimte, waar hij af en toe nog tatoeëert en aardewerk beschildert. Geliefde kunstwerken, die hij kreeg of zelf met een reden creëerde, zijn niet te koop. Die sieren de wanden van zijn optrekje, waar hij vaak te vinden is. Voor de fotograaf trekt Born nog snel een T-shirt aan met de naam van zijn vroegere zaak.
Opvallend is dat op zijn lichaam -zijn armen uitgezonderd- weinig tattoos te vinden zijn. “Nee joh, daar ben ik nooit aan begonnen,” merkt hij lachend op. “Weet je hoe zeer dat tatoeëren doet!”
Het boek ‘Jan Born en de geschiedenis van de tatoeage in Nederland’ is te koop in de boekhandel.
Wim Kroone























