
Honderden euro’s minder voor minima en ‘werkende armen’ Alblasserdam
NieuwsAlblasserdam - Minima en ‘werkende armen’ in Alblasserdam zien vanaf volgend jaar een extraatje van de gemeente minder worden of wegvallen. Raadsbreed ziet de politiek het als één van de ‘lelijkste keuzes’ in het pakket aan bezuinigingen. Verwoede pogingen van ChristenUnie en PvdA om het terug te draaien slaagden desondanks niet.
De pijn verdelen, dat is één van de rode draden bij de bezuinigingen die Alblasserdam doorvoert vanaf 2026. Maar moet je daarbij ook de minima en degenen die net boven het sociaal minimum zitten raken? Het verlagen van de inkomensgrens van het Persoonlijk Minimabudget van 120 naar 110 procent van het wettelijk sociaal minimum betekent dat ongeveer dertig gezinnen in het Damdorp buiten de boot vallen. Daarnaast gaat de bijdrage uit deze pot voor degenen die wel binnen deze grens vallen omlaag.
“Een minimagezin krijgt straks elk jaar 2.066 euro minder, omgerekend 172 euro per maand”, richtte Peter Sterrenburg (ChristenUnie) tot Herman Verweij (VVD). “U doet heel principieel over een verhoging van de onroerendezaakbelasting van 10 of 15 euro, maar hier gaat u akkoord mee. Weet u wel wat dit betekent voor deze gezinnen?”
Verweij nuanceerde dat. “Het siert u dat u zo emotioneel betrokken bent, maar ik herinner u eraan dat we los van de 2,7 procent inflatiecorrectie de komende drie jaar de ozb met vijf procent extra verhogen. De bezuiniging op het minimabudget is onderdeel van een totaalpakket. We hebben als raad daarbij unaniem de pijn gevoeld en met elkaar pijnlijke keuzes gemaakt.”
Op diezelfde lijn zat wethouder Margreet de Deugd. “Het is een heel lelijke keuze, maar die zijn er meer. Er is heel goed nagedacht of deze bezuiniging moreel te verantwoorden is. Ik vind van wel.” Ze verwees naar het feit dat de inkomensgrens van 120 procent pas twee jaar geleden was ingesteld. “Nu gaan we weer terug naar een norm die veel gemeenten hanteren.”
Het overtuigde ChristenUnie en PvdA niet. Sterrenburg: “Wij zijn zeer teleurgesteld. Normaal gesproken zou je het in ieder geval afbouwen. Zomaar ineens zo’n bedrag moeten missen, dat gaat deze gezinnen niet lukken.” En Lucas Verboom (PvdA): “Zo’n dertig gezinnen die hun recht op het Persoonlijk Minimabudget verliezen, dat leidt tot een toename van stress en aanvragen voor de bijzondere bijstand. Wij hebben het gevoel dat er niet goed is nagedacht over de bijkomende effecten.”
Wethouder De Deugd verwees in reactie daarop naar het ‘goede sociale vangnet van Alblasserdam’: “Naast bijzondere bijstand is dat onder meer de Stichting Leergeld voor opgroeiende kinderen, de Voedselbank en het Diaconaal Platform.” Ze gaf daarnaast aan dat de korting van het Persoonlijk Minimabudget voor degenen die binnen de inkomensgrens vallen betekent dat zij 140 (voor alleenstaanden) en 200 euro (voor meerpersoonshuishoudens) op jaarbasis minder krijgen. “Dat is voor hen, als er geldzorgen zijn, gewoon heel veel”, gaf zij toe. Herman Verweij vulde relativerend aan: “Dat is zo, maar het komt neer op minder dan een tientje per maand. Dat bedrag wil ik toch even genoemd hebben.”
De aanpassing van het systeem om het Persoonlijk Minimabudget toe te kennen kost de gemeente overigens eenmalig 17.000 euro.
De 2.066 euro die de ChristenUnie noemde bleek na de raadsvergadering niet correct. Voor de groep die nu buiten de boot valt voor het extra geld gaat het om jaarlijks 620 euro voor alleenstaanden en 885 euro voor gehuwden of samenwonenden. “Wij bereiden een amendement voor om tijdens de raadsvergadering van 16 december de bezuiniging voor 2026 en 2027 ongedaan te maken. Het feit blijft dat de minima naar onze mening extra hard geraakt worden.”
Adviesraad: minder geld voor minima is onverstandig
Het besluit van het Alblasserdamse gemeentebestuur om 62.000 euro te bezuinigen op het Persoonlijk Minimabudget (zie artikel hierboven) vindt de Adviesraad Sociaal Domein Alblasserdam onverstandig.
Dat schrijft voorzitter Chris Kruizinga in een brief aan de gemeenteraad. ‘Hierdoor valt een kwetsbare groep van ‘werkende armen’ of ‘schuldenrisicogroep’ buiten de boot, waardoor armoede en schulden juist kunnen toenemen.’
Kruizinga wijst op het multipliereffect: elke euro die op dit gebied wordt bezuinigd, leidt op een ander vlak tot hogere kosten. Bijvoorbeeld door een toename van het beroep op bijzondere bijstand voor acute problemen, gezondheidsproblemen, meer jeugdzorg en stijgende schuldhulpverleningskosten. ‘Een besparing die slechts op papier werkt, kan netto juist duurder uitpakken.’
Ook raakt de bezuiniging volgens de Adviesraad vooral kinderen. ‘Waardoor ongelijkheid toeneemt. Voor een gemeente die inzet op participatie, preventie en gelijke kansen is dit een stap in de verkeerde richting. (..) Juist in een tijd waarin vertrouwen schaars is, zou de gemeente terughoudend moeten zijn met maatregelen die de sociale stabiliteit aantasten.’






















