
Altena wil vanaf 2027 snellere en lichtere hulp voor de jeugd: ‘Niet elke hulpvraag is gelijk een zorgvraag’
NieuwsAlmkerk – Aan het begin van deze eeuw kreeg één op de 27 jongeren jeugdhulp, inmiddels is dat één op de zeven. Wachtlijsten worden langer en de duur van de trajecten neemt toe. Dit geldt ook in de gemeente Altena. De wachttijd voor alleen al een indicatie kon tot voor kort oplopen tot een jaar en bijna tien procent van de gemeentelijke begroting gaat naar kosten voor jeugdhulp. Met ingang van 2027 moet dit allemaal anders.
Verantwoordelijk wethouder Wendy van Ooijen zet vol in op een Stevig Lokaal Team dat moet gaan zorgen voor snellere en lichtere hulp aan de jeugd. Het Stevig Lokaal Team bestaat uit professionals van verschillende disciplines, waaronder maatschappelijk werkers, opvoedondersteuners, psychologen en regisseurs van ONS Altena.
Doordat zij nauw samenwerken en in samenhang kijken naar de hulpvraag, kunnen zij direct ondersteuning bieden zonder dat een formele indicatie nodig is. Normaliseren is het uitgangspunt: de hulp wordt zo thuis mogelijk, en aansluitend bij het leven van het kind, ingezet.
Wethouder Wendy van Ooijen: “Kleine problemen moeten we klein houden en niet elke hulpvraag is gelijk een zorgvraag.”
(Geen) indicatie
In de huidige werkwijze is eerst een indicatie nodig om hulp te kunnen ontvangen. De wachttijd op een indicatie kon tot voor kort oplopen tot een jaar, maar is in het eerste kwartaal van 2025 teruggebracht tot twintig weken. Streven is om de wachttijd nog verder terug te dringen naar de wettelijke termijn van acht weken. Pas als er een indicatie is, kan er een zorgaanbieder gezocht worden. Met de kans dat ook deze weer een wachtlijst heeft.
Met het Stevig Sociaal Team (SLT) is er straks geen indicatie meer nodig. Het SLT kan direct hulp bieden op de meest voorkomende hulpvragen. Het gaat dan om vragen rondom weerbaarheid, echtscheidingsproblematiek, veiligheidsvraagstukken, opvoedondersteuning en mentale gezondheid. Als er toch opgeschaald moet worden naar specialistische zorg, dan kan daar vanuit het SLT gelijk een indicatie voor afgegeven worden.
Proef
Sinds een half jaar draait er in Hank en in Wijk en Aalburg een proef met het Stevig Sociaal Team. Van Ooijen: “We boeken daar mooie resultaten. Zeventig aanvragen zijn door de teams daar opgepakt en er heeft slechts één verwijzing plaatsgevonden naar specialistische zorg.”
“We hebben geleerd dat huisartsen niet altijd goed doorverwijzen en dat jeugdaanbieders te weinig van elkaar weten wat ze doen. Daarnaast zien we veel soortgelijke vragen terugkomen rondom bijvoorbeeld pubergedrag en opvoedondersteuning. Die willen we meer collectief gaan oppakken.”
Compleet plaatje
Waar er in de huidige werkwijze vaak alleen gekeken wordt naar het kind, losgekoppeld van de gezinssituatie, wordt er met het SLT straks gekeken naar het complete plaatje.
Van Ooijen: “Er vinden straks gesprekken plaats met het kind én de ouders, de zorgen op school worden meegenomen, de financiële situatie, alles komt aan bod. Dit kan alleen door slim samen te werken met meerdere partijen. De hoop is dat we er hiermee sneller bij zijn, dat de wachtlijsten afnemen en de doorstroming op gang komt.” De aanpak heeft veel weg van het ‘Eén gezin, één plan, één regisseur’ waarmee in 2015 de jeugdzorg overgeheveld werd van het Rijk naar de gemeenten.
Wethouder van Ooijen: “De ontwikkeling met het SLT sluit aan op de ontwikkelingen die vanuit het Rijk worden geïnitieerd. We zoeken naar manieren om kleine problemen tijdig op te lossen, zonder onnodige stappen. Dat is goed voor het kind en goed voor gezinnen. Tegelijkertijd blijft het van groot belang dat hulp beschikbaar en betaalbaar blijft voor gezinnen die wel specialistische zorg nodig hebben. Met de inzet van het SLT hopen we dat te bereiken.”
Corine Verweij






















