
Na elf Roparuns neemt Diny (56) afscheid: ‘Het was mensonterend, ik moest daar wat mee’
NieuwsAlmkerk – Diny den Dunnen (56) liep vorig weekend haar elfde en tevens laatste Roparun. Het werd een zware tocht met veel regen, koude wind en frisse nachten, maar met fantastische doorkomsten in Andel en Sleeuwijk en een droge aankomst in Rotterdam.
De ruim vijfhonderd kilometer die Diny in estafettevorm met team 280 uit Almkerk aflegde, bracht meer dan 24.000 euro op. Allemaal bedoeld om ‘leven toe te voegen aan de dagen, waar vaak geen dagen meer kunnen worden toegevoegd aan het leven’. Of in de woorden van Diny: “Om mensen met kanker een klein lichtpuntje te geven.”
Dat lichtpuntje had Diny ook graag gezien toen ze rond haar vijfentwintigste moest toekijken wat die vreselijke ziekte aanrichtte bij een lieve vriend. “Het was mensonterend. Ik moest daar wat mee. Die mogelijkheid kwam toen ik als hardloper hoorde van een Roparunteam in Almkerk. Bevlogen verhalen van een collega gaven het laatste zetje.”
Haar eerste deelname liep anders dan gedacht. Diny kreeg zelf baarmoederhalskanker en moest eerst weer fit zien te worden. “Ik had geluk. Maar dit was wel een extra drive om daarna alsnog mee te willen doen.”
Kilometers
Diny bereidt zich voor door drie keer per week te lopen en daarbij in totaal 35 tot 40 kilometer af te leggen. Naarmate het pinksterweekend nadert, maakt ze de loopafstanden langer. Tijdens de Roparun legt iedere hardloper circa vijfenzestig kilometer af.
Het team uit Almkerk loopt in twee teams van vier lopers. Ieder team loopt zes uur en heeft dan zes uur rust. De lopers in een team leggen steeds één kilometer af en kunnen dan de drie kilometer van hun medelopers uitrusten in een busje.
Slaapgebrek
Diny: “De grootste uitdaging van de Roparun is echter het gebrek aan slaap. Daar kun je je niet op voorbereiden. In het meest luxe geval krijg je in één etmaal twee keer de kans om drie uur te slapen. Maar als ik lig, ga ik alleen maar nadenken. Dat betekent dus niet slapen vanaf het vertrek op zaterdagochtend om 05.00 uur tot de aankomst op maandag om 16.00 uur.”
Vrijwel iedere Roparun heeft Diny zich wel afgevraagd wat ze zichzelf toch aandeed: “Het is loodzwaar. Maar mensen met kanker knokken zich ook rot. Dan kan ik toch zeker wel een weekend afzien?”
Aanvankelijk besloot Diny om op haar vijftigste de laatste Roparun te doen. En een paar jaar later dat het na tien keer mooi geweest was. Iedere keer opnieuw waren er in haar omgeving weer mensen met kanker, die maakten dat ze toch doorging.
Geld
De sportieve prestatie is één kant van de Roparun, de andere is de inspanning die het vergt om zoveel mogelijk geld binnen te halen voor de palliatieve zorg voor mensen met kanker. Ieder teamlid gaat op zoek naar donateurs, daarnaast worden er lopende het jaar allerlei dingen georganiseerd om nog extra geld in te zamelen.
Diny was gedurende haar jaren bij team 280 de motor achter deze acties. Ze introduceerde de popquiz in De Soos, de Nightrun tijdens Kunstlicht en de mini-Roparun voor de Almkerkse basisscholen. En dan was er natuurlijk de bingo, waar ze samen met een vriendin als typetje een heus feestje van maakte.
Diny: “Mensen gingen om de bingo vragen. Alle prijzen kregen we gesponsord. Ik kon daar echt emotioneel van worden.”
Emoties waren er volop
Emoties waren er ook volop tijdens de Roparun zelf: “Er zijn zoveel mensen tegelijk bezig voor hetzelfde doel. In de nacht zie je in de verte de lichtjes op hun hesjes bewegen. Maar ook het warme onthaal in de doorkomststeden en dat je ziet waar je het voor doet als je onderweg in een hospice patiënten en hun families ontmoet. Of die witte ballonnen en foto’s in de kas bij het Curio Prinsentuin. Dat komt echt binnen.”
Corine Verweij






















