
Carbon farming: Altena als proeftuin
NieuwsDRONGELEN • Afgelopen december was de start van een bijzonder project: de komende jaren wordt in Altena gewerkt aan het vastleggen van CO2 in landbouwgrond. Wij gingen op bezoek bij één van de boeren die meedoen aan het project om meer te weten over het zogenaamde carbon farming.
Janneke Straver-van der Schans ontvangt ons hartelijk op het familiebedrijf in Drongelen. “Dit is van oudsher een gemengd bedrijf met melkvee en akkerbouw, waar we ons als hele familie voor inzetten.” De koeienstal is recent volledig vernieuwd. “Deze grond is niet geschikt voor heel intensieve akkerbouw. Een aantal jaren geleden hebben we de keuze gemaakt om te investeren in de melkveetak en is er een nieuwe stal gebouwd. Het gras wat bestemd is voor onze koeien, geldt tevens als rustgewas voor onze gronden. En de geproduceerde mest kunnen we volledig op eigen grond afzetten.”
De gemeente Altena, landbouworganisatie ZLTO, twee lokale bedrijven en een aantal boeren uit Altena ondertekenden afgelopen december een overeenkomst. Samen zorgen ze ervoor dat er meer koolstof wordt opgeslagen in de bodem. Janneke las vorig jaar in de nieuwsbrief van landbouworganisatie ZLTO over carbon farming en ze bezocht naar anleiding daarvan een voorlichtingsbijeenkomst. Haar interesse was gewekt. “We zijn met vier boeren ingestapt. Door carbon farming zorgen we ervoor dat zoveel mogelijk CO2 uit de lucht wordt vastgelegd in de bodem in de vorm van koolstofverbindingen. Het biologische proces, fotosynthese vormt de basis voor CO2-vastlegging. Je noemt het ook wel de koolstof kringloop. Bedrijven kunnen de CO2-emissies die ze niet kunnen reduceren, compenseren door koolstofkredieten te kopen. Tot nu toe werden vooral internationale ‘carbon credits’ aangeboden, maar nu kan dat dus ook heel lokaal via dit soort projecten. Iveco Schouten en Hakkers zijn ingestapt. Zij zijn in Altena gevestigd en wilden graag lokaal compenseren. Het streven is om met de vier agrarische bedrijven samen 200 ton CO2 vast te leggen per jaar. Gemiddeld komt dat neer op 1 ton per hectare. Er zijn nog te weinig bedrijven die de credits kopen, onbekend maakt echt onbemind. Er is nu 64 ton CO2 verkocht, we hebben dus nog wat over. Dus als er andere MBK-bedrijven of grotere organisaties zijn die mee willen doen, dan kan dat!”
Hoe gaat carbon farming eigenlijk in zijn werk en is er iets van te zien? “Samen met ZLTO hebben we de koolstofvastlegging berekend met een bodemmodel (BodemCoolstof tool WUR). Ook zijn er bodemmonsters genomen. Over vijf jaar nemen we weer bodemmonsters, we hopen dat we dan resultaat zien, dat de bodem verbeterd is door een verhoging van het gehalte organische stoffen. Het is dus wel een kwestie van een lange adem. Maatregelen die helpen bij het vastleggen van CO2 zijn bijvoorbeeld het toepassen van groenbemesters. Het niet meer ploegen van je land, ook wel niet kerende grondbewerking genoemd, zorgt voor minder verlies van koolstof uit de bodem. De komende jaren zullen we onderzoeken wat hierin op onze grondsoort en binnen ons bouwplan mogelijk is. En door het stro wat over blijft na de tarwe oogst te hakselen en op het land te laten liggen wordt extra biomassa, oftewel CO2, vastgelegd in de bodem. Omdat we ook koeien hebben, zal niet al het stro achter kunnen blijven op het land. Een deel zal nog steeds in pakken geperst worden en gebruikt worden als strooisel voor het vee. Maar uiteindelijk komt ook dit stro weer terug op ons land, alleen is deze dan verrijkt met de mest van onze dieren. Ook met de bemesting van het land kun je invloed hebben op de CO2-vastlegging. Zo bevat vaste mest meer organische stof dan drijfmest. Als melkveehouder hebben we beide soorten tot onze beschikking en omdat wij voldoende grond onder ons bedrijf hebben kunnen we ook nog mest aanvoeren. Sommige maatregelen kun je zien als leek, maar het meeste gebeurt in de bodem: verhoging van het organische stofgehalte wat leidt tot bodemverbetering en het vergroten van de bodemvruchtbaarheid. Het draait om een stukje duurzaamheid op langere termijn, daar zie je niet altijd meteen wat van. En heb je drie droge jaren, dan is het meteen ook anders. Het is ook de bedoeling dat we binnen het project van elkaar gaan leren. Je spreekt elkaar in de tussentijd wel in de wandelgangen, zo kun je laagdrempelig kennis uitwisselen. Komende zomer komen we weer bij elkaar.”
Meedoen aan het carbonfarmingproject is dus eigenlijk niet iets waar de boeren op korte termijn iets van terugzien; het is meer een project voor de lange termijn. Hoe ziet Janneke de toekomst? “Dit soort projecten als carbon farming zijn leerzaam voor ons als jonge ondernemers en daarbij ook goed voor het bedrijf. We merken dat de weersextremen steeds groter worden, vasthouden van water in de bodem wordt dus steeds belangrijker. Daarnaast vind ik het belangrijk om te laten zien dat boeren maatschappelijk belangrijk zijn, bijvoorbeeld doordat we een bijdrage kunnen leveren aan het aanpakken van de klimaat-verandering. Door alle aanpassingen in regelgeving rond boeren blijft het best een onzekere tijd. Ik vind nog steeds dat er wel toekomst is voor de boeren in Nederland. Qua grondgebondenheid voorzien wij geen problemen. We zitten hier niet strak tegen een dorp aan of tegen een natuurgebied, we hebben voldoende huiskavel, met weidegang voor onze koeien. We hebben gebouwd, binnen de grenzen van ons eigen kunnen. Dus voorlopig kunnen we hier prima vooruit.”
Dit artikel verscheen eerder in het magazine #trotsopdeboer editie Altena 2023. Het hele magazine lezen kan via deze link.























