
Van bijzaak naar topsport: hoe Anne Martha Blok uit Bleskensgraaf haar plek vond in de paralympische wereld
Sport 68 keer gelezenBleskensgraaf - In november stond Anne Martha Blok op een paralympische talentdag, zonder precies te weten wat ze daar nu zocht. Ze sportte af en toe en had nooit eerder overwogen dat topsport een rol in haar leven zou kunnen spelen. Nu, een paar maanden later, traint ze acht keer per week en bereidt ze zich voor op het NK paratriatlon en parawielrennen. Een ritme dat hoort bij topsport, al had je dat een halfjaar geleden nog niet met Anne Martha geassocieerd. In minder dan een jaar tijd is haar leven volledig verschoven.
Ik heb sport altijd leuk gevonden, mijn beperking heeft daar nooit iets aan afgedaan
Die snelle ontwikkeling is opvallend, juist omdat sport voor haar lange tijd binnen duidelijke grenzen bestond. Anne Martha mist anderhalve arm. Lange tijd gaf het, bewust en onbewust, richting aan hoe ze aankeek tegen sport.
Ze bewoog zich vooral in de wereld van valide sporters, waarin meedoen vaak betekende dat ze zich moest aanpassen of accepteren dat sommige onderdelen niet voor haar waren. “Ik heb sport altijd leuk gevonden, mijn beperking heeft daar nooit iets aan afgedaan,” zegt ze. “Maar er waren ook dingen waarvan ik wist: dat gaat hem niet worden.”
Een gelopen wedstrijd
Op school, tijdens de gym of op andere plekken werden prestaties altijd gemeten langs een lat die niet voor haar gemaakt was. Ambitie in de sport kreeg daardoor weinig ruimte. Niet uit gebrek aan interesse, maar omdat het speelveld nooit helemaal gelijk voelde. “Je meet jezelf toch met de mensen om je heen en dan was het vaak al een gelopen wedstrijd voordat we begonnen.”
Pas in november veranderde dat perspectief toen een collega haar tipte over de Paralympische talentdag. Voor het eerst kwam ze terecht in een omgeving waar haar lichaam niet het uitgangspunt was van wat niet kon, maar van wat er wel mogelijk was en hoe dat zo goed mogelijk benut kon worden.
Het kantelpunt in november
Die dag in november bleek een kantelpunt. In plaats van een sport te kiezen, werd ze ondergedompeld in een reeks mogelijkheden: wielrennen, boogschieten, snowboarden - sporten die ze zelf deels had aangekruist, maar ook deels niet. Het instroomsysteem werkt in de paralympische sport anders dan in de reguliere sport: niet alleen prestaties bepalen de richting, maar ook de vraag waar potentie zit en waar iemand binnen de verschillende classificaties past.
Het klinkt misschien een beetje bot, maar uiteindelijk gaat het erom hoeveel invloed je beperking heeft op wat je kunt doen, en in welke klasse je daardoor terechtkomt
Die classificaties spelen een grote rol. Sporters worden ingedeeld op basis van de impact van hun beperking op de sport. Dat maakt de paralympische sport complexer, maar ook toegankelijker. Niet iedereen met dezelfde beperking komt automatisch in dezelfde klasse terecht; het gaat om de mate waarin een beperking invloed heeft op de sport. “Het klinkt misschien een beetje bot, maar uiteindelijk gaat het erom hoeveel invloed je beperking heeft op wat je kunt doen, en in welke klasse je daardoor terechtkomt.” Voor iemand die anderhalve arm mist, betekent dat niet alleen zoeken naar een sport die past, maar ook naar een plek binnen die sport waar competitie mogelijk is.
Niet langer de uitzondering
Wat haar vooral bijbleef van die dag was niet één specifieke discipline, maar het geheel aan sporters. “De variatie aan lichamen, beperkingen en manieren van bewegen was echt bijzonder. Het was eigenlijk voor het eerst dat ik me in een groep bevond waar mijn lichaam niet de uitzondering was.” Dat gevoel van herkenning, hoe kort ook, maakte indruk.
Opvallend genoeg kwam ze uit bij een sport waar ze jarenlang juist een hekel aan had gehad: wielrennen. Als kind moest ze fietsen, vaak door weer en wind, en het was nooit iets geweest waar ze plezier uit haalde. “Ik dacht altijd: dat ga ik echt nooit doen,” zegt ze. Toch had ze juist voor deze discipline een match.
De eerste keer op de wielerbaan was confronterend en fascinerend tegelijk. De helling van het hout, de snelheid, het ontbreken van remmen, alles maakte het intenser dan verwacht. “Ik had me er nooit in verdiept,” zegt ze. “Ik wist niet hoe spannend het eigenlijk was.” Juist dat onbekende maakte het aantrekkelijk. Zonder verwachtingen stapte ze op, en juist daardoor kwam de ervaring binnen. Het gevoel dat iets lukt wat je niet kende, en waarvan je niet wist dat het überhaupt voor jou mogelijk was.
Zoeken naar wat werkt
Naast het wielrennen begon ze ook met triatlon, een combinatie van zwemmen, fietsen en hardlopen. Daarin werd meteen duidelijk waar de grootste uitdaging ligt. “Zwemmen,” zegt ze zonder aarzeling. “Dat is echt een armensport.” Waar anderen efficiënt door het water bewegen met een constante slag, moet zij haar eigen manier vinden om snelheid en ritme op te bouwen.
Die zoektocht is kenmerkend voor haar huidige traject. Het gaat niet alleen om ontdekken waar ze goed in is, maar ook hoe ze haar lichaam zo effectief mogelijk inzet. Bij het wielrennen betekent dat dat haar fiets aangepast moet worden. Sturen, remmen en schakelen zijn geen vanzelfsprekende handelingen, maar functies die opnieuw ontworpen moeten worden, “Gelukkig zijn er hele handige, innovatieve mensen die met unieke aanpassingen allerlei manieren vinden om het fietsen voor mij mogelijk te maken.”
Er wordt gewerkt aan oplossingen waarbij ze met haar knie kan remmen, haar schouder gebruikt om stabiliteit te houden en mogelijk met haar kin of via kleine knopjes kan schakelen. Het zijn technische ingrepen die laten zien hoe ver de sport inmiddels is doorontwikkeld, maar ook hoe afhankelijk prestaties zijn van maatwerk.
Stilzitten is er niet bij
Ondertussen gaat de training door. Haar week bestaat uit een strak schema: fietsen, zwemmen, krachttraining, hardlopen, en dat vrijwel elke dag. Acht sessies in totaal, met één rustdag. Daarnaast werkt ze nog, al is dat inmiddels aangepast om ruimte te maken voor het sporten. “Anders is het niet te doen,” zegt ze. “Je moet ook herstellen. Als je alleen maar doorgaat, ga je niet vooruit.”
Deze manier van sporten zorgt ervoor dat ambitie voor sport voor het eerst echt mogelijk voelt
De snelheid waarmee alles zich ontwikkelt, blijft opmerkelijk. In juni staat ze aan de start van het NK triatlon en kort daarna volgt het NK wielrennen. Wat in november begon met een tip van een collega, is uitgegroeid tot een serieus sporttraject en een leven dat compleet is omgegooid. De verandering zit niet alleen in haar trainingsschema, maar ook in haar blik op sport. Waar ze zich vroeger bewoog binnen een wereld van valide sporters, is er nu een ander referentiekader ontstaan. Eén waarin haar lichaam niet een beperking is die haar buitensluit, maar een uitgangspunt waarbinnen ze kan presteren.
Een nieuwe manier van kijken
“Ik wilde vroeger altijd zo normaal mogelijk zijn,” zegt ze. “Misschien heb ik me er daarom ook wel een beetje tegen verzet.” Dat ze nu juist binnen de paralympische sport haar plek vindt, voelt als een omkering. Niet geforceerd, maar logisch, alsof iets wat lang buiten beeld bleef, ineens op zijn plaats valt. “Deze manier van sporten zorgt ervoor dat ambitie voor sport voor het eerst echt mogelijk voelt. Het is niet al een gelopen wedstrijd, maar een competitie waarin ik en mijn tegenstanders gelijk zijn.”
Na al die jaren beweegt ze zich nu in een wereld waarvan ze lange tijd niet wist dat die ook voor haar bedoeld was.




















