
Jaap en Marina Brand: ‘We waren gewend te geven, nu moeten we leren te ontvangen’
NieuwsEen verwoestende brand legde vrijdagavond in korte tijd hun woning en architectenbureau in Bleskensgraaf in as. Marina en Jaap Brand verloren hun geliefde thuis en vele spullen die hen dierbaar waren. Maar in hun verdriet is er de verwondering en dankbaarheid over de hulp die hen van alle mogelijke kanten aangeboden wordt.
Twee vertegenwoordigers van de verzekering zitten maandag op de bank in de pastorie van Bleskensgraaf, waar het gezin Brand tijdelijk woont. Regelmatig gaat de bel en staan er mensen voor de deur. Ze brengen spullen, bieden hulp aan.
Op een gegeven moment krijgt de verbazing bij het tweetal de overhand. “Wat gebeurt hier? Dit hebben we nog nooit meegemaakt”, zeggen ze tegen Jaap en Marina. “Wij horen in zulke gevallen juist vaak dat buren klagen over de overlast van rook en rommel.” En met een glimlach stelt één van de twee: “Ik kom hier ook wonen.”
Aangeslagen, maar niet verslagen
Een dag later. In de woonkamer zitten Marina en Jaap op stoelen die ze nog konden redden. Ze ogen aangeslagen, maar niet verslagen. Hun verhaal heeft twee kanten.
Intens verdriet en rouw over het verlies van een geliefd thuis en spullen waar zoveel herinneringen aan vastzaten gaat samen met overweldigende dankbaarheid voor de hulp die hen van alle kanten overvloedig wordt aangeboden.
Ze zijn er verlegen onder. “In alle eerlijkheid: dat is soms best lastig. We waren gewend om te geven en we moeten nu leren te ontvangen.”
Die is voor Jachin, want ik speel er niet zoveel meer mee
De ontroering over de vaak onverwachte geschenken is er ook: “Eén van onze zoons is al zijn technisch Lego kwijt. Dit weekend stond er een jongen van een jaar of 12 op de stoep met een grote Jeep Defender van Lego. ‘Die is voor Jachin, want ik speel er niet zoveel meer mee.’”
‘De deur stond altijd open, voor iedereen’
Vijf jaar geleden verkasten ze naar de woonboerderij aan de Abbekesdoel. Jaap bracht er zijn architectenbureau Brand | BBA Architecten onder. Vanaf dag één was het een geliefd thuis.
“Maar het was niet alleen voor onszelf. De deur stond altijd open, voor iedereen. Daar genoten we van. Hier wilden we oud worden. We hoopten het op een gegeven moment door te geven aan anderen, misschien aan onze kinderen. Al weten we zeker: we gaan weer terug naar die plek, het zal nooit meer worden zoals het was. Ons huis had een ziel, een geschiedenis. Dat is niet terug te halen.”
‘Alsof ik middenin de bliksem zat’
En dat terwijl de vrijdagavond zo ontspannen begon voor het gezin. Marina was met Jachin en Hadassah naar een Fancy Fair in Bleskensgraaf, Jaap bleef met oudste zoon Joshua thuis.
Op de veranda genoot hij van een warme avond. “Er zat wel wat onweer in de lucht, maar zeker niet heftig. Tot de blikseminslag. Heel de tuin lichte hel op en het geluid…het was geen dreun, maar meer een heel hard knetteren. Alsof ik middenin de bliksem zat.”
Ik wist meteen: er is geen redden meer aan
Hij loopt desondanks rustig naar binnen, zegt tegen Joshua: ‘Dat moet hier in de buurt ingeslagen zijn’, als plots het brandalarm aan alle kanten afgaat. ‘Het zal wel een stroomstoring zijn’, gaat er door het hoofd van Jaap.
Hij loopt naar het kantoor van zijn architectenbureau aan de voorzijde van het pand om daar poolshoogte te nemen. “Daar rook ik wel wat. Ik ben naar buiten gelopen. Toen zag ik het. Echt heel het dak stond in brand. Ik wist meteen: er is geen redden meer aan.”
Computers en servers
Vader en zoon delen een waardevolle eigenschap: hoe spannender de situatie, hoe zakelijker de reactie. “Joshua belde 112, ik heb ons adres in de telefoon geschreeuwd en heb meteen opgehangen. Het eerste wat ik dacht: de computers en de servers uit ons kantoor moesten naar buiten, want maandag moest er weer gewerkt worden. En ik heb onze hond Rover bij de buren bijna letterlijk het huis in gegooid.” Terwijl ze bezig zijn met de computers snellen omwonenden toe om te helpen spullen te redden. “Uit Wijngaarden kwamen zelfs twee auto’s vol mensen die kwamen helpen.”
Hadassah krijgt ondertussen een telefoontje van een vriendin. ‘Er is brand bij jullie in de buurt’, hoort ze. Marina belt daarom Joshua. “Op de achtergrond hoorde ik het brandalarm afgaan en begreep ik: dat is bij ons.” In allerijl fietst ze samen met haar dochter naar de Abbekesdoel, waar ze ziet: het is hun woonboerderij.
Machteloos toekijken
Er rest niets anders dan machteloos toekijken. Jaap en Marina loven de combinatie van professionaliteit én empathie van de hulpdiensten. “Er stond de hele tijd een agent klaar voor Marina”, noemt Jaap als voorbeeld. “Bij brandweerlieden hier uit de buurt stonden de tranen in de ogen. Ze waren met ons begaan. Voordat ze de voorgevel gingen slopen, kwam de bevelvoerder vragen of we dat wilden zien.”
Ze bleven. Marina: “We hebben dit helemaal opgebouwd en als het dan verdwijnt, wilden we dat ook zien. Aan de kinderen hebben we het ook gevraagd, maar zij wilden net als wij blijven.”
Geoliede machine van hulpverleners
Op de achtergrond start ondertussen al een geoliede machine van hulpverleners op. Van alle kanten slaan familie, vrienden, kennissen, dorpsbewoners en vele anderen de handen ineen om het getroffen gezin hulp te bieden.
Kleding, toilettassen, een horloge, gordijnen op de eerste verdieping van de pastorie, een rooster om de komende maand voor warme maaltijden te zorgen, een kantoorruimte op het Bleskensgraafse bedrijventerrein waar het team van Brand | BBA Architecten maandag het werk kan hervatten, de eigenaar van een koffiekar uit Brandwijk, die zaterdag koffie komt schenken voor degenen die bij de restanten bezig zijn; de lijst is bijna eindeloos.
Nog steeds liggen er meerdere keren per dag geschenken in alle vormen en maten voor de deur. “Eerst denk je: dat kan ik toch niet allemaal accepteren? Maar dan realiseer je je: we hebben helemaal niets meer.”
‘We zijn niet boos of teleurgesteld richting God’
Steun vinden ze in hun geloof. Marina: “We zien het als een beproeving zoals ook Job die meemaakte. Maar we zijn niet boos of teleurgesteld richting God. We gaan door een diep dal, maar daar is Hij voor ons ook doorheen gegaan. Op ons geloof mogen we terugvallen voor troost en kracht.”
Jaap vult haar aan: “Zondag zijn we net als altijd twee keer naar de kerk gegaan. Bij het binnenlopen van de kerk voelden we aan alle kanten het medeleven en het mee lijden. Er zijn geen woorden voor om te beschrijven hoe al die hulp voor ons voelt. Ik heb wel eens de opmerking gehoord: ‘De hele Alblasserwaard staat om jullie heen’. Toen dacht ik: dat moet je niet al te letterlijk nemen. Maar nu weten we dat dat echt zo kan zijn.”

















