
Archeologen in Ottoland verrast: ‘Deze ontdekking herschrijft de geschiedenis’
Nieuws 135 keer gelezenMolenlanden – Bij de start van het graafwerk was bekend: er bestaat een kans dat we een archeologische vondst doen. Kaarten van omstreeks 1800 gaven een boerderij weer. Groot was de verrassing toen resten van een veel ouder huis opdoken, van omstreeks 1200.
Archeoloog Rex Brandsma is duidelijk in zijn sas als hij rondbeent op de vindplek en uitleg geeft aan de toegestroomde journalisten. Kaartjes met getallen geven weer waar iets van belang ligt. Houtresten, potscherven. Brandsma en een groepje vrijwilligers deden hun vondsten op dinsdag 19 en woensdag 20 mei, op ongeveer een meter diepte. “Eerder had ik al een stuk met een machine afgegraven”, aldus Brandsma.
We dachten altijd: Ottoland is rond 1250 ontstaan
Lokale heer
Gemeentelijke beleidsadviseur Archeologie Eric van der Kuijl staat naast de kuil en beantwoordt vragen van de pers. Ook hij is enthousiast. “Deze ontdekking herschrijft de geschiedenis. We dachten altijd: Ottoland is rond 1250 ontstaan. Het dorp is genoemd naar de lokale heer Otto van Liesveld. Hij leefde aan het eind van de 13de eeuw. Maar deze veenkolonisten waren er al eerder, blijkt nu. Ottoland kreeg dus pas later een naam. Vragen die we hebben: wie was ten tijde van de eerste veenkolonisten de lokale heer hier? Op wiens bevel is de ontginning hier begonnen in de twaalfde eeuw? Tot 1100 kon je hier bijna niet wonen. Het was moeras. Daardoor was de verrassing dat er op deze locatie een middeleeuwse huisterp aanwezig was des te groter.”
Kogelpot
De datering van de vondsten deden de archeologen aan de hand van aardewerk. Brandsma toont een kogelpot, een replica. “Zo’n kogelpot werd in de hete as gelegd. Pas vanaf de 13de eeuw kregen dergelijke potten pootjes en aan de scherven die we hier vonden kunnen we zien dat de hier gebruikte potten ouder waren.”
Resten vloer
Brandsma vond ook resten van de vloer. “Er ligt een pakket van 70 centimeter. De vloer werd steeds opgehoogd met stro, leem en mest. Ik verwacht dat hier langdurige bewoning moet zijn geweest, vanwege de dikte van dit pakket.”
Cope
Wie waren die veenkolonisten, wat deden ze in Ottoland? Van der Kuijl: “Veenkolonisten gingen een cope aan, een middeleeuwse ontginningsovereenkomst. Dat gebeurde van de elfde tot de dertiende eeuw. Kolonisten in de Hollandse en Utrechtse veengebieden mochten dankzij een cope ruwe grond ontginnen en kregen die in eigendom. Wel moesten ze vaak een tiende van de opbrengst afstaan. In de overeenkomsten werden rechten en plichten vastgelegd tussen ontginners en landheren.”
De bewoners van het huis dat hier stond zorgden voor ontwatering door sloten te graven
Sloten graven
Hoe ging die ontginning in zijn werk? Brandsma: “De bewoners van het huis dat hier stond zorgden voor ontwatering door sloten te graven, met de hand uiteraard.” De ontginning was het begin van de inklinking van het veen en dus van de bodemdaling in de regio.
Geen sloebers
Hoewel de kolonisten eenvoudig werk deden en zich al gravend in weer en wind in het zweet werkten, zegt Van der Kuijl: “Er woonden hier geen sloebers. We vonden botten van paarden, varkens en runderen en ook een zilveren gesp.” Brandsma: “Om na te gaan wat ze aten, kunnen we zaadjes onderzoeken. Ze hebben granen gegeten. Ik heb grondmonsters genomen, die kunnen we determineren.” Van der Kuijl: “Ze aten vooral rogge, kikkererwten en eenkoren, een van de vroegst gecultiveerde tarwesoorten.”
In bruikleen
Van de boerderij uit 1800 vonden de archeologen alleen nog de resten van een waterput. Wat gebeurt er met de overige vondsten? Brandsma: “De houtresten laten we liggen. Die worden hier in de grond goed bewaard omdat er geen zuurstof bij kan komen.” Van der Kuijl: “De zilveren gesp gaat naar een provinciaal depot. Later kunnen we hem in bruikleen krijgen voor bijvoorbeeld museum Het Voorhuis in Bleskensgraaf, omdat Ottoland in het werkgebied van de Historische Vereniging Binnenwaard ligt.
Zand erop
De grond waarop de vondst is gedaan, op de hoek van de A met de Hoefweg, is eigendom van buurman Erik de Jong. Hij wil op het terrein een woning voor zijn zoon laten bouwen. Van der Kuijl: Het bouwproject gaat de archeologische vondst niet verstoren, want de fundering van het huis dat hier komt, zal hoger liggen. In de laatste week van mei gaat er geo-textiel over de kuil en daarop komt zand, om te voorkomen dat de resten verstoord worden.”





















