
Nina Vermeulen (28) uit Nieuw-Lekkerland is figurant in de musical 40-45: ‘Verhaal blijft raken’
Nieuws 141 keer gelezenNieuw-Lekkerland/Barneveld - We lopen door donkere coulissen van de Midden Nederland Hallen in Barneveld, vol kledingrekken, decorstukken en techniek, vlak voor de voorstelling begint. En tussen al die hectiek, staat Nina.
Achter de tribunes is het een wirwar van gangen. Smalle paden, donkere hoeken en overal kleding, rekwagens en techniek. Nina Vermeulen loopt voorop. Ze kijkt om zich heen, pakt ondertussen een jurk van een rek en legt uit hoe alles hier zijn vaste plek heeft. “Voor de show lopen we altijd even langs de rekken om te kijken of er iets is gewassen of gerepareerd” zegt ze.
Elk kostuum hangt klaar, gesorteerd per rol en per figurant. Vermeulen heeft haar eigen plek: een stoel, een bak met spullen en een stukje rek met haar outfits.
Tijdens de voorstelling 40-45 - die het verhaal van twee broers tijdens de Tweede Wereldoorlog vertelt - wisselt ze namelijk meerdere keren van rol. “Op het ene moment ben ik een burgervrouw, daarna zit ik als publiek bij een bijeenkomst en even later speel ik iemand uit het verzet. Het is best bizar hoeveel verschillende rollen je op één avond hebt.”
Snel omkleden en scherp blijven
De voorstelling is technisch complex. Tribunes rijden, decorstukken bewegen en acteurs lopen continu op en af. De coulissen zijn strak georganiseerd. Op de grond zijn witte vlakken afgetekend: daar mag je beslist niet overheen lopen. “Dat zijn de ‘stations’ voor de decorwagens. Die kunnen elk moment langskomen.”
Dat alles vraagt precisie, ook van de figuranten. “En als je te laat bent voor je scène, mag je eigenlijk niet meer op” zegt Vermeulen, al lopend door de coulissen, omringd door oldtimers, kledingstukken, nagemaakte wapens en andere decorstukken. “Alles is zo strak getimed, ook vanwege de veiligheid.”
Dat betekent soms haasten. Vooral bij één moment in de show. “Dan moeten we binnen ongeveer een minuut omkleden. Dan staat er iemand speciaal klaar om onze ritsen dicht te doen en hoedjes af te zetten.”
Zelf heeft ze het inmiddels in de vingers. “Ik weet nu dat ik het red. Maar als er iets misgaat, zoals een rits die vastzit, dan heb je wel even stress.”
Hobby op het podium
Een jaar geleden begon dit avontuur. Vermeulen zag de musical als bezoeker en schreef zich daarna in als figurant. “Ik dacht: ik ga het gewoon proberen. En toen werd ik ineens aangenomen.”
Ze noemt het zelf geen carrière, maar “een professionele hobby”. Ze speelt de ene week vier shows, de andere week twee, maar soms ook geen. Buiten het musicalleven werkt ze als onderwijsassistent op een basisschool. “Dit is voor mij de perfecte combinatie. Als iemand me vroeger had verteld dat ik dit zou doen, had ik het niet geloofd. Ik heb altijd al van musicals gehouden.”
Tussen pruik en kostuum
In de kantine, vlakbij de kleedkamers en grime, maakt Vermeulen zich klaar voor de show. De pruik gaat op, het kostuum volgt pas vlak voor aanvang. “Op het moment dat je je pruik op krijgt en je kostuum aantrekt, kruip je echt in je rol” zegt ze. “Dan weet je: nu ga ik het podium op en ben ik even niet Nina.”
De spanning van de eerste shows is inmiddels - na zestig shows - verdwenen. Toch zijn er soms zenuwen. “Als er mensen in de zaal zitten die ik ken, dan denk ik toch: ik hoop dat ze het mooi vinden.”
Samen spelen, samen beleven
Met de andere figuranten vormt Vermeulen een hechte groep. “Je maakt samen iets unieks mee. We zien elkaar veel en hebben het echt leuk met elkaar.” Tijdens de show letten ze continu op elkaar en op hun positie. “Je bent bezig met: waar moet ik staan, wie staat er naast me, klopt het plaatje?”
Tegelijkertijd is er ruimte voor kleine eigen invulling. “Bij een scène met een kinderwagen verzinnen we bijvoorbeeld elke keer een andere naam voor de baby. Dat soort dingen houden het voor ons leuk.”
Voor het publiek blijft dat grotendeels onzichtbaar, maar voor de spelers zelf maakt het verschil. “Daardoor is geen enkele show hetzelfde. En voor ons als figuranten zonder tekst, we zingen niet eens hardop mee maar playbacken, is het leuk om het uitdagend te houden.”
Meisje uit de polder
Vermeulen woont nog altijd in Nieuw-Lekkerland, waar ze ook opgroeide. De reacties uit het dorp zijn enthousiast. “Mensen komen kijken en spreken me daarna aan. Dat is wel heel leuk.” Ze voelt het contrast zelf ook. “Je bent toch een beetje een meisje uit de polder dat meedoet aan zo’n grote productie. Dat maakt het extra bijzonder.”
De omvang van de musical blijft ook indruk maken. “Er gebeurt zó veel in die hal. Als je er even bij stilstaat, is het best bizar dat je daar onderdeel van bent.”
Het verhaal blijft binnenkomen
Hoewel ze tijdens het spelen vooral bezig is met praktische zaken, blijft het verhaal raken. Vooral in specifieke scènes. “Bij de deportatiescène loop ik weg in rook, in kampkleding. Dan besef ik elke voorstelling: dit hebben mensen echt meegemaakt.”
Toen ze de voorstelling enige tijd geleden zelf weer eens vanuit de zaal zag, kwam dat gevoel extra binnen. “Ik werd weer helemaal meegenomen in het verhaal.”
Ze vindt het belangrijk dat het verhaal verteld blijft worden. “Zeker nu, met alles wat er speelt in de wereld, is het goed om terug te kijken en ervan te leren.”
Applaus als eindpunt
Na de laatste scène volgt het moment waar iedereen naartoe werkt: het eindapplaus. “Dat blijft ook bijzonder” zegt Vermeulen. “De lampen gaan aan, je ziet het publiek en hoort het applaus. Op dat moment krijg ik elke keer weer kippenvel.”
En wanneer is een voorstelling geslaagd? “Als alles technisch goed is gegaan, maar vooral als ik voel dat het publiek het verhaal echt heeft meegekregen. Dat ze geraakt zijn.”
Na afloop is er weinig tijd om na te genieten. Kostuums moeten uit, pruiken af. Maar even napraten hoort erbij. “Je staat nog even met elkaar, bespreekt hoe het ging. En daarna ga je weer naar huis.” Tot de volgende show begint - en alles weer van voren af aan begint.





















