
De Noodherberg: onderdak in Langerak voor Hongertochten
Nieuws 80 jaar VrijheidLangerak - De hongerige mensen uit de grote steden die op zoek naar voedsel door de Alblasserwaard kwamen onderdak voor de nacht én een warme maaltijd bieden: dat gebeurde in wintermaanden van 1945 in de Noodherberg in Langerak.
Uit Rotterdam, Gouda, Delft en Den Haag kwamen vrouwen en kinderen de Waard in. Op zoek naar wat er nog was aan voedsel, om in de Hongerwinter aan de hongerdood te ontkomen. De gastvrijheid van boeren en andere streekgenoten die hen ’s nachts onderdak boden, werd niet altijd beloond. Diefstal, het vervuilen van hooi, onvoorzichtig omgaan met lucifers, een gebrek aan controle: de overlast vroeg om een oplossing.
Die kwam er in de vorm van de zogenaamde Noodherberg in Langerak. Één van de stuwende krachten daarachter was Jan Rozendaal.
(Tekst gaat verder onder de foto)
![]()
Jan Rozendaal - Archieffoto
Deze boer trok zich het lot van zijn medemensen al eerder aan. Hij was één van de initiatiefnemers van voedseltransporten naar de ziekenhuizen in Utrecht, Rotterdam en Den Haag.
Wasmachinefabriek
Dirk Minkema, eigenaar van de vroegere wasmachinefabriek in Langerak, stond een deel van een leegstaand magazijn af. Voedselzoekers konden daar tegen betaling van 0,50 cent overnachten en kregen daarvoor ook een warme maaltijd. Boeren konden dus voortaan hiernaar verwijzen. In ruil daarvoor verschaften ze eenmaal per maand een bijdrage in natura, waarvan de maaltijden bereid konden worden.
Die gaven gingen alle verwachtingen te boven, dus tekorten waren er niet. Elke nacht sliepen er zo’n dertig tot zestig mensen in de Noodherberg. Problemen deden zich wel voor. Vooral het scheiden van mannen en vrouwen was een uitdaging. Kribbelen met stromatrassen, gescheiden door enkel een hek, bleken niet afdoende.
Gestorven vader
Niet iedereen overleefde de Hongertochten. Vooral voor oudere mensen was het een bijna bovenmenselijke inspanning. Op een keer was er een familie met een handwagen, waarop zij hun gestorven vader mee terug naar huis namen…
Ook diefstal kwam voor. De oplossing: het stallen van wagens en fietsen in een apart af te sluiten ruimte, het inleveren van het persoonsbewijs en bij teruggave de controle of de lading van elke wagen compleet was. Of neem deze notitie uit het dagboek van de organisatie:
’11 april 1945. Zeer onrustige nacht. Veel gepraat. Vlooien hebben dit onheil gebracht. Geen dekens meer uitgedeeld, want ze moeten eerst goed gereinigd. Uitzonderingen zijn onmogelijk!’
Het initiatief bleek desondanks een doorslaand succes, dat in diverse andere plaatsen navolging kreeg. Wat weer voor het probleem zorgde dat sommige voedselzoekers van Noodherberg naar Noodherberg trokken, zonder terug naar huis te gaan. Om dat te voorkomen kwam er een kaartsysteem. Daarmee kon er de hand aan gehouden worden dat iedereen maar één maal per week langs mocht komen.
![]()
De tekening van Jan Rozendaal
Bijzonder bezoek uit de Verenigde Staten
Een jaar of tien geleden kreeg Corrie Rozendaal bijzonder bezoek. Bij de kleindochter van Jan Rozendaal, initiatiefnemer van de Noodherberg in Langerak, stond een man uit de Verenigde Staten voor de deur.
“Hij kwam speciaal langs om te vertellen dat mijn opa zo’n bijzondere man was, omdat hij in de oorlog groenten en vlees leverde aan ziekenhuizen en aan mensen die nodig hadden, terwijl hij daar maar weinig geld voor vroeg.”
De Amerikaan bleek een geboren Nederlander die in de Tweede Wereldoorlog langs was geweest in Langerak. Hij haalde destijds met zijn toenmalige vriendin per auto eten op dat bestemd was voor ziekenhuis. Op een soort herinneringstocht legde hij tientallen jaren later dezelfde route af.
Zo kwam hij dus ook bij de boerderij aan de Lekdijk in Langerak, waar Corrie nog steeds woont. “Hij vroeg ook nog naar een tekening die een toenmalige vriendin van hem van mijn opa had gemaakt. Die hebben we nog steeds hangen. Hij wilde hem kopen, maar daar was voor ons geen sprake van. Daarom hebben we een speciale kopie laten maken en die naar zijn adres in de Verenigde Staten gestuurd.”
In de familie Rozendaal waren de activiteiten van Jan Rozendaal maar weinig ter sprake. Naast de tekening is er daarentegen wel een andere tastbare herinnering. “Een onderduiker heeft na de oorlog als dank een berkenboom geschonken, die staat nog steeds achter ons huis. Al begint die er nu na al die jaren er wel wat slechter uit te zien.”





















